Ook geschreven als Alexandr en Alexandra Ekster.
Aleksandra Alexandrovna Grigorovich (ook geschreven: Grigorovitch) werd op 6 januari 1882 geboren te Belostok, een plaats gelegen op ongeveer 300 km westelijk van Kiev. In 1885 verhuisde het gezin naar Kiev, Oekraïne. Van 1901 tot 1907 studeerde zij aan de kunstacademie van Kiev, waar zij Alexandre Archipenko ontmoette. In 1904 trouwde Aleksandra met haar neef, de rijke advocaat Nikolai Evquiéniévitch Exter, en begon vanaf 1907 herhaaldelijk te reizen naar Frankrijk, waar zij studeerde aan de Parijse Académie de la Grande Chaumière bij Charles Delvall. In 1909 kwam Exter opnieuw naar Parijs, betrok een atelier en werd zij bevriend met Pablo Picasso, Georges Braque, Guillaume Apollinaire en Max Jacob. Aleksandra Exter was de eerste van haar generatie die studeerde bij de Franse meesters en vanaf 1909 werd haar Parijse studio een plaats waar Russische kunstenaars zowel kubisten als futuristen konden ontmoeten. Op advies van Exter ging in de herfst van 1912 Liubov Popova studeren aan de Académie La Palette, Vera Pestel bij Jean Metzinger en Henri le Fauconnier en Nadezhda Udaltsova bij Dunoyer de Segonzac. Exter ging ook om met de vele Russische kunstenaars die in het ateliercomplex La Ruche werkten of op bezoek kwamen, zoals Natan Altman, Marc Chagall en Baronov-Rossiné. Ook onderhield Exter contacten met de Italiaanse futuristen Ardengo Soffici, met wie zij in 1914 een gemeenschappelijk atelier had, en Martinetti. Van 1909 tot 1914 reisde Exter geregeld heen en weer tussen Parijs en Rusland, waar zij leefde in Kiev en Moskou. Exter verspreidde de kubistische en futuristische ideeën in Rusland. Ook maakte zij een reis door Italië.
Exter nam deel aan vele exposities, o.a. in 1910 aan de Russische tentoonstelling van de Soyuz Molodezhi (=Jeugdbond), in 1912 aan de kubistische tentoonstelling Section d'Or en de Salon des Indépendants te Parijs, in 1914 aan de Espozizione Libera Futurista Internazionale (=Internationale expositie van de vrije Futuristen) in Rome en de Salon des Indépendants te Parijs en in 1915 aan Trambaan V.
In juli 1914 keerde Exter voor een jaar naar Sint Petersburg terug. In 1914 werkte Exter mee aan het boek Picasso en zijn omgeving van de schrijver Ivan Alexandrovich Aksyonov, dat in 1917 in Moskou verscheen. Zij onderging de invloed van Tatlin en Kazimir Malevich. In de jaren 1916-1917 en 1920-1921 maakte Exter decors voor het theater Kamerny en in 1920 voor het Theater d'Art in Moskou. In 1916 was Exter de eerste die het geschilderde achterdoek verving door een opbouw van platforms. In 1921 zorgde zij bij Romeo en Julia voor een opvallend decor door verticale glasplaten en spiegels te gebruiken, die zorgden voor effecten. Romeo en Julia ging op 17 mei 1921 in première.
In 1918 overleed de man van Alexandra en opende zij een atelier in Kiev, waar zij ook les gaf. In 1920 verhuisde zij naar Moskou, waar zij trouwde met de toneelspeler Georgii Georgievich Nekrasov (1878-1945). Vanaf 1921 kwam in haar schilderijen het constructivisme duidelijk naar voren. Van 1921 tot 1922 gaf zij les in het hoofdvak kleurenleer aan de leerlingen van de basiscursus van de Moskouse VKhUTEMAS.
In september en oktober 1921 nam Exter deel aan de tentoonstelling 5 x 5 = 25. De vijf kunstenaars, Exter, Popova, Alexander Vesnin, Stepanova en Alexander Rodchenko (vanaf 1916 de levenspartner van Stepanova) stelden elk vijf werken tentoon. In 1922 deed Exter mee aan de Erste Russische Kunstausstellung, die gehouden werd in Galerie van Diemen, Unter den Linden 21 te Berlijn. Het was de eerste expositie van de Russische Avant-garde in West-Europa.
In 1924 werkte Exter mee aan de costuums van de film Aelita van Yakov Protozanov, die gebaseerd was op een novelle van A. Tolstoy en ging over de revolutie op de planeet Mars. In 1924 keerde Exter definitief terug naar Parijs, waar zij zich vestigde in de rue Broca 154. Op dit adres gaf zij samen met Vera Idelson les in het ontwerpen van toneelaankledingen. Exter ontwierp o.a. costuums voor de balletten van V. Nijinska, E. Krijger en T. Pavlova in Parijs, Londen en Keulen.
In 1928 verhuisde Exter naar de Parijse voorstad Fontenay-aux-Roses. Denkelijk was dit de aanleiding om in 1929 te gaan werken aan de Académie Moderne, waar o.a. Fernand Léger les gaf. In 1930 deed Exter mee aan de tentoonstelling van Cercle et Carré. In 1945 overleed Exters man Nekrasow en Exter, die last had van hartproblemen, schreef aan Vera Mukhina op 4 december 1945 dat zij niet langer wilde leven. Op 17 maart 1949 overleed Exter in Fontenay-aux-Roses (Frankrijk).
| kunstwerk | titel | jaar | nu te zien in |
![]() | Stilleven | 1912-1913 | |
![]() | Stilleven | 1913 | Museo Thyssen-Bornemisza, Madrid |
| Wijn | 1914 | ||
![]() | Stad bij nacht | 1915 | Staats Rusisch Museum, St. Petersburg |
In de periode 1999-2001 werden vijf exposities gehouden onder de naam Amazons of the avant-garde: Alexandra Exter, Natalia Goncharova, Liubov Popova, Olga Rozanova, Varvara Stepanova and Nadezhda Udaltsova.
![]() |
|
Bij de tentoonstelling verscheen een boek met dezelfde titel onder redactie van John E. Bowlt en Matthew Drutt.