In opdracht van de Société immobilière de Paris-Parc des Princes ontwierp de schilder en architect Le Corbusier in 1931 een appartementengebouw voor een stuk grond van 12 bij 25 meter gelegen tussen de Rue Nungesser-et-Coli en de Rue de la Tourelle. Het gebouw moest komen tussen twee andere gebouwen en lag op de grens van Parijs en Boulogne-Billancourt. De Rue Nungesser-et-Coli 24 behoorde tot Parijs en de Rue de la Tourelle 23 bij Boulogne-Billancourt (Tot 1925 had de gemeente Boulogne-Billancourt de naam Boulogne-sur-Seine). De dichtbijzijnde metrohalte is Michel-Ange-Molitor. De realisatie vond plaats in de periode 1932-1934 en de bouwkosten bedroegen ongeveer 2,6 miljoen francs. In de directe omgeving waren vele sportvoorzieningen, zoals Stade Jean-Bouin, Stade Roland-Garros en vélodrome du Parc des Princes. Het gebouw staat ook bekend onder de naam Immeuble locatief à la porte Molitor.
De Rue Nungesser-et-Coli is genoemd naar de twee vliegeniers Charles Nungesser (1892-1927) en François Coli (1881-1927), die op 8 of 9 mei 1927 zijn verongelukt bij het overvliegen van de Atlantische oceaan in hun tweedekker L'Oiseau blanc.
Op de begane grond is de toegang, dienstruimtes en de ingang naar de ondergrondse garage. De dienstruimtes, 10 kamers, waren in het verleden voor de dienstbodes en in het gebouw waren ook twee trappen ontworpen, n.l. de hoofdtrap en een trap voor het personeel. Behalve de trappen zijn ook twee liften aanwezig.
De eerste twee verdiepingen zijn verdeeld in drie appartementen, waarbij aan de Rue Nungesser-et-Coli één appartement ligt en aan de Rue de la Tourelle twee kleine. De derde tot en met de zesde verdiepingen zijn verdeeld in twee appartementen. Op nevenstaande plattegrond, waarbij links de Rue Nungesser-et-Coli en rechts de Rue de la Tourelle is, zien we de indeling bij twee appartementen. In het midden is een grote lichtkoker, die zorgt dat ook de binnenin gelegen badkamers en tweede slaapkamers daglicht krijgen.
Het penthouse op de zevende verdieping was bestemd voor Le Corbusier en zijn vrouw Yvonne Gallis. Op nevenstaande plattegrond, waarbij links de Rue Nungesser-et-Coli ligt, zie je in het midden de trap naar het dakterras. In het penthouse had Le Corbusier ook zijn atelier (rechts aan de kant van de Rue de la Tourelle), waar hij 's middag schilderde.
Het penthouse was in 1935 voor publiek te zien doordat de galeriehouder Louis Carré een tentoonstelling van primitieve kunst mocht houden in het artelier. Het penthouse behoort nu toe aan La Fondation Le Corbusier die het verhuurde aan architecten en oudmedewerkers. Het appartement is op woensdag van 9 tot 12 uur en op zaterdag van 14 tot 17 uur te bezichtigen.