Le Corbusier (1887-1965).

1934

Pseudoniem van Charles-Edouard Jeanneret.
Charles-Edouard Jeanneret werd op 6 oktober 1887 geboren te La Chaux-de-Fonds (Zwitserland). In 1901 ging hij studeren aan de kunstacademie van La Chaux-de-Fonds voor een grafische opleiding. Vanaf 1905 studeerde hij voor architect. In 1905 en 1906 reisde hij over de Balkan, door Klein-Azië, Griekenland en in 1907 met zijn vriend, de beeldhouwer Léon Perrin, door Italië. In februari 1908 kwam hij naar Parijs voor een stage van 15 maanden bij de gebroeders Auguste en Gustave Perret, familie van zijn moeder Marie-Charlotte Amélie Perret (1860-1960). Gelijktijdig volgde Jeanneret cursussen aan de Sorbonne en de Ecole des Beaux-Arts. Ook bezocht hij de musea en bibliotheken van Parijs.

Na terugkeer in La Chaux-de-Fonds in 1910 kreeg Jeanneret de opdracht om een rapport te schrijven over de stand van zaken van de decoratieve kunst in Duitsland. Voor het onderzoek bezocht hij Duitsland van juni 1910 t/m april 1911 en werkte hij van half oktober 1910 tot eind maart bij de architect Peter Behrens (1886-1940). In Berlijn ontmoette Jeanneret o.a. Mies van der Rohe. Via zijn werk raakte hij bekend met de Deutscher Werkbund en de Deutsche Werkstatten. Na zijn verblijf in Berlijn maakte Jeanneret een reis door centraal en Zuid-Europa. Hij bezocht o.a. Boekarest, Constantinopel (=Istanbul), Athene en Rome. In oktober 1911 was Jeanneret terug in Zwitserland en werkte hij daarna als architect. Voor zijn ouders ontwierp hij in 1912 de Villa Jeanneret-Perret.

Studio Avenue Reille

In januari 1917 vestigde Jeanneret zich definitief in Parijs en werkte daar als een consulterende architect bij de Société des applications du béton armé (SABA) op, die het gewapend beton moest promoten. Op 23 januari 1918 ontmoette hij Amédée Ozenfant en samen schreven zij Après le Cubisme, le purisme, dat op 15 oktober 1918 verscheen. In 1920 ontmoette Jeanneret de schilder Fernand Léger en richtte hij samen met Ozenfant en de dichter Paul Dermée (1886-1951) het tijdschrift L'Esprit Nouveau op. In dit tijdschrift werden de theorieën van De Stijl, het Italiaanse futurisme en van architect Adolf Loos naar voren gebracht. Jeanneret schreef vanaf 1921 onder het pseudoniem Le Corbusier. Denkelijk was de naam een verbastering van de naam van een opa van moeders kant, die Lecorbesier heette. De naam werd 'sjieker' door de afsplitsing van 'le'. Van 1918 tot 1922 ontwierp Jeanneret bijna geen gebouwen.

Ozenfant, Albert en Charles-Edouard Jeanneret, 1919

Samen met zijn neef Pierre Jeannneret (1896-1967) begon hij eind 1923 een architectenbureau in de Rue d'Astorg 29. In 1922 ontwierp hij een atelierwoning voor Ozenfant. Vanaf 1923 publiceerde Jeanneret vooral artikelen over architectuur. In oktober 1924 kwam een gebouw met ateliers voor Lipchitz en de beeldhouwer Mieschaninoff klaar in Boulogne-sur-Seine. Ondertussen was Le Corbusier bezig met het ontwerpen en bouwen van een dubbelwoning voor de Zwitserse verzamelaar en bankier Raoul La Roche en zijn broer Albert Jeanneret, die getrouwd was met de Zweedse Lotti Raaf, dat bekend werd onder de naam Villa La Roche-Jeanneret, nu de thuisbasis van de La Corbusier Foundation. Le Corbusier had La Roche gewezen op de mogelijkheid om kubistische kunst te kopen op de veilingen van het geconfisqueerd bezit van Kahnweiler en Uhde. Als dank kreeg Le Corbusier het schilderij Klarinet en rumfles van Georges Braque, dat door La Roche voor 400 francs gekocht was.

In september 1924 verhuisde het architectenbureau naar de Rue de Sèvres 35 en werd de naam van het bureau Atelier 35S. De samenwerking bleef tot 1940. Voor Michael en Sarah Stein ontwierp Jeanneret in 1926 een grote villa in de Rue du Professeur Victor-Pauchet te Vaucresson, waar ook Gabrielle de Monzie een gedeelte van bewoonde.

Voor de Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels, geopend op 28 april 1925, ontwierp hij het Pavillon de L'Esprit Nouveau. Het was een ingericht huis en een expositieruimte. Hier was zijn stadsplan Comtemporary City for Three Million Inhabitants uit 1922 en Voisin Plan of Paris te zien. Hij ontwierp daarna diverse huizen en stedelijke plannen. Ook ontwierp hij samen met Charlotte Perriand en Pierre Jeanneret metalen meubelen, die tentoon werden gesteld op o.a. de Salon d'Automne van 1929.

de vier composities, 1929

Le Corbusier bracht van 10 tot 30 oktober 1928 zijn eerste bezoek aan Moskou, waar hij o.a. een lezing gaf in het Polytechnische museum en zijn ontwerp voor het hoofdkwartier van de Centrosoyuz besprak. Van 27 september tot 7 december 1929 maakte Le Corbusier een reis naar Zuid-Amerika. In Buenos Aires gaf Le Corbusier een serie lezingen, waarin hij voor het eerst sprak over de vier composities. In 1930 werden zij beschreven in Précisions sur un état présent de l'architecture et de l'urbanisme. Op de terugreis met de S.S. Lutetia was hij veel in gezelschap van Josephine Baker.

Yvonne Gallis, 1934

Tot 1929 schilderde Le Corbusier hoofdzakelijk stillevens, maar vanaf 1929 kwamen ook menselijke gestalten in zijn schilderijen voor. In 1930 deed Le Corbusier mee aan de tentoonstelling van Cercle et Carré en werd hij op 19 september Frans staatsburger. Op 18 december 1930 trouwde Jeanneret met Yvonne Gallis (1892-1957), waarmee hij tot haar dood op 5 oktober 1957 te Parijs lief en leed deelde. In 1933 gingen zij wonen in het penthouse van het door Le Corbusier ontworpen gebouw in de Rue Nungesser-et-Coli.

Zijn eerste reis naar de Verenigde Staten in 1935 werd een teleurstelling. Vanaf 1936 ontwierp Le Corbusier wandtapijten voor de tapijtweverijen van Aubusson. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vlucht Le Corbusier naar Zuid-Frankrijk en ontwierp hij los van zijn neef Pierre een op de gouden snede en de rijen van Fibonacci stoelende architectuur onder de naam Modulor.

UN-gebouw, 2007

Onder de naam Le Corbusier werd Jeanneret een belangrijke architect, o.a. van het UN-gebouw in New York (1930). Hij overleed op 27 augustus 1965 te Roquebrune-Cap-Martin (Zuid Frankrijk), waar hij sinds 1952 een door hem ontworpen woning had, aan een hartaanval. Op 1 september eerde de minister voor Cultuur, André Malraux, hem door een uitvaartdienst in de Cour Carrée van het Louvre.

Tik op nevenstaande knop voor werken van Jeanneret.