Leo Gestel (1881-1941).

dec. 1919

Leendert Gestel werd op 22 november 1881 geboren te Woerden. Zijn ouders, Willem Gestel (1853-1952) en Emmetje Scholten (1857-1915), kregen uiteindelijk dertien kinderen. Willem Gestel was huis- en decoratieschilder, die tevens directeur was van de Avondtekenschool te Woerden. Ook een broer van zijn vader, Dimmen Gestel, die artistiek directeur was van een steendrukkerij in Eindhoven, stimuleerde Leo zijn tekenaanleg te ontwikkelen. Na het volgen van de driejarige HBS in Utrecht ging Leo Gestel in Amsterdam van 1900 tot 1903 lessen volgen aan de 'Rijksnormaalschool voor Teekenonderwijs'. Daar ontmoette Leo Jan Sluijters, die twee klassen hoger zat. Daarna volgde Leo van 1901 t/m 1904 in de avond schilderlessen op de Rijksacademie van Beeldende Kunsten. In 1903 behaalde Gestel de akte MO-tekenen. Hij vestigde zich als vrij kunstenaar. Zijn vrienden gaven hem de bijnaam Leonardo, waarna hij zich Leo ging noemen.

Samen met de schilder Jan Sluijters maakte Leo Gestel in januari 1904 een reis naar Parijs. In Antwerpen, Brussel, Brugge en Gent maakten zij kennis met de Vlaamse Primitieven en in Parijs met het Louvre en het fauvisme. Terug in Nederland ging Gestel in de zomer naar de natuur tekenen en schilderen. Van Parijse invloeden was nog niets te zien. Gestel betrok in 1904 een atelierzolder op de Tweede Jan Steenstraat 80 in Amsterdam. Zijn atelier werd een ontmoetingsplaats voor schilders en andere kunstenaars. In 1908 en 1909 schilderde hij en plein-air o.a. langs de Amstel, in Woerden, Montfoort en Mijmegen. In 1910 maakte Gestel in de nazomer opnieuw een studiereis naar Parijs. Dit herhaalde hij in 1911 samen met zijn toekomstige vrouw, An Overtoom, en het echtpaar Jan en Bertha Sluijters. Beide schilders bezochten denkelijk op aandringen van Conrad Kickert de galeries van Clovis Sagot, Daniel-Henry Kahnweiler en Wilhelm Uhde. Hier zagen zij recent kubistisch werk van Pablo Picasso en Georges Braque. Gestel ging daarna meer eenvoudige vormen en vlakken schilderen.

Liggend naakt, afm.: 95 x 201 cm, 1910 Zittend naakt, afm.: 90 x 63 cm, 1911

In de zomer van 1911 schilderde Gestel voor het eerst in Bergen, waar hij was met An en zijn vriend, de violist Dirk Gootjes. Hij nam met acht schilderijen deel aan de eerste tentoonstelling van de Moderne Kunstkring met recent werk, o.a. met het onderstaande schilderij Dame met sigaret. Niet al zijn werk werd op prijs gesteld. Hij kocht in 1911 van Gestel De directeur van het Stedelijk Museum, C.W.H. Baard, weigerde bij deze tentoonstelling de nevenstaande twee schilderijen Liggend naakt en Zittend naakt. De kunstverzamelaar J.F.S. Esser kocht direct deze twee werken. Gestels belangstelling voor het kubisme en futurisme kwam daarna in zijn werken naar voren.

Marie Boendermaker-Schoenmakers, afm.: 78 x 57 cm, 1910, Frans Halsmuseum, Haarlem

Via de kunstverzamelaar J.F.S. Esser ontmoette Gestel in 1911 Piet Boendermaker. Op de tweede tentoonstelling van de Moderne Kunstkring van 6 oktober t/m 7 november 1912 werden 11 werken getoond. Hiervan werden er twee aangekocht door mevrouw Kröller-Müller. Van 15 maart t/m 9 april 1913 werd bij de kunsthandel Schüller & Eisenloeffel in Den Haag een solotentoonstelling gehouden van 150 werken, waarin de invloed van het kubisme en futurisme zichtbaar was.

Vrouw met sigaret, afm.: 90 x 63 cm, 1911

Leo Gestel dankte zijn roem aan zijn semi-fauvistische (zie nevenstaand schilderij) en -kubistische schilderijen uit de jaren 1908-1914. Deze sloten aan bij de internationale tendens die in Nederland geleid werd door Piet Mondriaan, Leo Gestel en Jan Sluijters. Gestels werken werden gekocht door de verzamelaars Dr. J.F.S. Esser, Piet Boendermaker (1877-1947) en Hélène Kröller-Müller.

In januari 1914 vertrok Gestel in gezelschap van zijn vrouw en de schildersvrienden Else Berg en haar vriend Mommie Schwarz naar Mallorca. Hij wilde ook in de winter naar de natuur schilderen. Ook zijn grootste afnemer, Boendermaker, die denkelijk de reis financieel mogelijk maakte, voegde zich met zijn vrouw Marie in Barcelona bij het gezelschap. In mei ging het gezelschap naar Madrid om in augustus vlak voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog naar Nederland terug te keren.

Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog (1914) en het overlijden van zijn moeder (1915) ging Gestel over naar een gematigd modern figuratief genre. Piet Boendermaker, de zoon van een rijke Amsterdamse makelaar, kocht vele van Gestels werken en van Gestels vrienden. Hij zou tenslotte 550 werken van Gestel bezitten. In oktober 1915 exposeerde Gestel 25 van zijn Mallorca-schilderijen op de eerste tentoonstelling van de juryvrije Hollandse Kunstenaarskring, waarvan Gestel medeoprichter was. In 1918 exposeerde Gestel 57 werken op de tentoonstelling van de Hollandse Kunstenaarskring, die gehouden werd van 22 februari t/m 23 maart in het Stedelijk Museum te Amsterdam. Ondertussen ging Gestel, misschien onder invloed van de in Nederland verblijvende Henri Le Fauconnier, expressionistische schilderen.

links: Lubbers, rechts: Gestel

In 1918 schilderde Gestel minder wegens de gevolgen van een maagoperatie. Tot zijn dood zou hij last hebben van zijn maag. In 1921 liet Gestel in Bergen aan de Buerweg 4 het huis De Hulsten bouwen om zich te vestigen. Het huis was ontworpen door zijn vriend, de architect Streefkerk. In de St. Antoniusstraat huurde Gestel een ruimte om als atelier te dienen. Gestel trouwde in 1922 met An Overtoom, maar had vanaf dat jaar last van depressies. In februari 1923 ging Gestel samen met zijn vrouw en Zus Boendermaker, de dochter van de kunstverzamelaar Piet Boendermaker, op bezoek bij Adriaan Lubbers in Dresden. Gezamenlijk brachten zij lange tijd door in het Ertsgebergte en gingen daarna op reis naar Italie. Lubbers bleef achter in het vissersdorp Positano bij Napels, toen Gestel doorging naar Taormina op Sicilië (januari - juni 1924). Van juni tot november 1924 verbleef Gestel ook in Positano. Daarna keerde het hele gezelschap terug naar Nederland. Door een romance met de twintigjaar jongere Zus Boendermaker tijdens de reis verbleef Gestel na de reis in 1925 vanaf juni twee jaar in België bij de schilders Gustave De Smet en Frits Van den Berghe, die hij tijdens de Eerste Wereldoorlog in Nederland had leren kennen, daar zij gevlucht waren voor het oorlogsgeweld. Gestel verbleef tot 1927 met onderbrekingen bij hen en maakte kubistisch expressionistische werk.

Omslag van Willem van Konijnenburg, 1926

Zeven werken van Leo Gestel hingen op de van 10 april t/m 31 mei 1926 gehouden tentoonstelling Exposition Hollandaise in het Musée Jeu de Paume. In november 1927 verbrak Gestel de relatie met Zus Boendermaker. Hij was zeer depressief en werd eind 1927 door zijn vrouw opgehaald en teruggebracht naar Nederland. Piet Boendermaker kocht daarna nog slechts een enkel werk. Nadat An Gestel uit België had opgehaald woonden zij in Amsterdam. Pas na een reis naar Parijs in het najaar van 1928 keerden zij terug naar Bergen.

Taormina, afm.: 67 x 46 cm , 1924

Op 9 februari 1929 brandde Gestels atelier in Bergen af, waarbij vrijwel al zijn werk uit de tijd daarvoor, ongeveer 400 werken, verloren ging. De weinige fauvistische en kubistische werken die nog over waren zijn later door zijn weduwe An Overtoom verkocht of geschonken aan het Stedelijk Museum te Amsterdam en het Gemeentemuseum in Den Haag. Gestel besloot na de brand in Blaricum te gaan wonen. Met de verkoop van het huis in Bergen en financiële steun van Boendermaker kon een atelierhuis gekocht worden. In de erop volgende periode maakte Gestel vele naaktstudies. In de jaren dertig waren paarden een geliefd onderwerp. De Larense kunsthandelaar P.A. Regnault kocht na de verwijdering met Boendermaker werken van Gestel. In het voorjaar van 1933 lag Gestel in het St. Jansziekenhuis in Laren wegens zijn maagkwaal. Het was het begin van een jaarlijks terugkerend probleem. Vlak voor zijn zestigste verjaardag werd Gestel opgenomen in het Diaconessen Ziekenhuis te Hilversum. Hij overleed daar op 26 november 1941.

Hilversum Hilversum

Naast een grote hoeveelheid schilderijen en tekeningen maakte Gestel ook affiches, tapijtontwerpen en illustraties voor boeken en tijdschriften. In het postkantoor van Hilversum is de nevenstaande wandschildering uit 1946 te zien, waarvoor Gestel in 1939 de opdracht kreeg, maar na zijn dood werd uitgevoerd door de door Gestel al eerder aangezochte kunstenaar Charles Roelofsz.

Een groot deel van de tekeningen e.d. van Gestel kwam na de dood van de weduwe Gestel-Overtoom in 1961 in het bezit van de Rijksacademie in Amsterdam. De Rijksacademie droeg de nalatenschap in 1982 over aan de Rijksdienst Beeldende Kunst in Den Haag, die in 1997 is opgegaan in het ICN (Instituut Collectie Nederland).

Tik op nevenstaande knop voor werken van Gestel.
Laatste wijziging: 091209