De Rus Naum Gabo, die eigenlijk Neemija Borisovich Pevsner (ook geschreven Pevzner) heette en een broer was van de kunstenaar Antoine Pevsner, werd geboren in 1890 te Bryansk. Gabo volgde het gymnasium te Kursk en ging in 1911 naar de universiteit van München om medicijnen te studeren. Het werd echter een ingenieursrichting. Na het volgen van de kunsthistorische lessen van Wölfflin maakte hij in 1912 een wandelreis naar Italië, waar hij kunstcollecties in Venetië, Milaan en Florence bezocht. In 1913-1914 bezocht Gabo zijn broer Antoine Pevsner in Parijs en zag daar het werk van de kubisten. Hij ontmoette in Parijs de beeldhouwer Alexander Archipenko. Met zijn broer Aleksei bezocht Gabo Denemarken en Noorwegen in 1914-1915. Tot zijn terugkeer naar Rusland verbleef Gabo in Oslo. Daar maakte Gabo zijn eerste constructies onder de naam Gabo.
Na de februarirevolutie in Rusland keerde Gabo in april 1917 terug naar Moskou, waar hij in de Staats Vrije Studio van zijn broer Natan werkte. In augustus 1920 publiceerde Gabo samen met zijn broer Realistichekii manifest (=Realistisch manifest) een begeleidend schrijven voor hun openlucht tentoonstelling in het Tverskoïpark te Moskou. Op de tentoonstelling waren zijn driedimensionale constructies (=postroeniya) te zien. In 1922 verliet Gabo Rusland en vestigde hij zich in Berlijn. Daar deed hij mee aan de Erste Russische Kunstausstellung, die gehouden werd in Galerie van Diemen, Unter den Linden 21 te Berlijn. Op nevenstaande foto zien we enkele van zijn werken.
Gabo exposeerde met de Novembergruppe in 1923 in Berlijn en met zijn broer Natan in Galerie Percier in Parijs in 1924. Samen met zijn broer ontwierp Gabo het decor voor het ballet La Chatte van Serge Diaghilev, dat in 1927 werd opgevoerd. Op uitnodiging van Dr. Alexander Dorner, de directeur van het Provinzial-Museum en het Kestner-Gesellschaft te Hannover, die Gabo een tentoonstelling beloofde, bezocht Gabo in september 1930 Hannover. Tijdens de voorbereidingen van zijn eerste retrospectieve tentoonstelling in West-Europa, Gabo, Konstruktive Plastik, die in november bij het Kestner-Gesellschaft gehouden zou worden, zag Gabo de in het museum opgeslagen werken van Malevich. Nadat zijn atelier in Berlijn door een knokploeg van de nationaal-socialisten in 1932 was vernield, vestigde Gabo zich in Parijs en sloot hij zich tot 1935 aan bij de kunstenaarsgroep Abstraction-Création. In 1935 verhuisde Gabo naar Engeland, waar hij zich in de buurt van Ben Nicholson in Cornwall vestigde. In 1938 bracht Gabo een bezoek aan de Verenigde Staten.
In 1946 emigreerde Gabo naar de Verenigde Staten, waarvan hij in 1952 staatsburger werd. Hij was in het leerjaar 1953-1954 professor in architectuur op de Havard University. In Nederland werd Gabo bekend door zijn beeld voor de Bijenkorf in Rotterdam, dat in 1957 onthuld werd. In 1971 werd Gabo in de adelstand verheven. Gabo overleed in 1978 te Waterbury, Connecticut.
| kunstwerk | titel | jaar | nu te zien in |
![]() | Geconstrueerd Hoofd no 1 | 1915 | Collectie Miriam Gabo, Londen |
![]() | Geconstrueerd Hoofd no 2 | 1916 | Collectie Miriam Gabo, Londen |
![]() ![]() | Torso | 1917 | Denkelijk verwoest |
![]() | Hoofd van een Vrouw | 1917-1920 | The Museum of Modern Art, New York |