De Amerikaan Edmund Hartley werd op 4 januari 1877 als jongste van negen kinderen geboren in Lewiston, Maine. Zijn ouders, Thomas Hartley en Eliza Jane Horbury, kwamen oorspronkelijk uit het Engelse Manchester. Na de dood van zijn moeder in 1885 werd hij vanaf 1889 opgevoed door een oudere zus, daar zijn vader hertrouwde met Martha Marsden en verhuisde naar Cleveland, Ohio. Jaren later, n.l. in 1906, nam Hartley de meisjesnaam van zijn stiefmoeder aan als voornaam. Hiermee werd de breuk met zijn vader hersteld.
In Cleveland bezocht hij de School of Art. Dankzij Anne Walworth kreeg Hartley een vijfjarige financiële ondersteuning om in New York te studeren en vertrok Hartley in 1899 naar de New York School of Art. Na een paar maanden stapte hij over naar de goedkopere National Academy of Design, waar hij tot 1904 studeerde. Na zijn studie keerde Hartley terug naar Lewiston om te schilderen en les te geven.
Met de hulp van Maurice Prendergast, die in maart 1909 landschappen van Hartley zag, mocht Hartley zijn werk tonen aan Robert Henri en William Glackens in New York. Ongeveer gelijktijdig ontmoette Hartley Alfred Stieglitz, die hem een expositie in zijn galerie '291' toezegde. Op 8 mei 1909 was de opening van zijn eerste expositie. Stieglitz had een grote invloed op Hartley, o.a. de tentoonstellingen van werken van Henri Matisse, Paul Cézanne en Pablo Picasso overtuigden Hartley ervan dat de moderne kunst gebaseerd was op stillevens en niet op landschappen. Ook kwam Hartley in aanraking met de belangrijkste kunstenaarsgroep van Amerika.
Dankzij de verkopen van zijn werken en de financiële hulp van Arthur B. Davies kon Hartley voor een jaar naar Parijs. Op 11 april 1912 kwam Hartley in Parijs aan en maakte hij snel contact met de Amerikanen Leo en Gertrude Stein en daardoor met de vele avant-garde kunstenaars. Hij bezocht de galerie Kahnweiler en het atelier van Robert Delaunay. Na een korte periode met kubistische werken ging Hartleys voorkeur meer uit naar de Duitse Expressionistische kunstenaars in Parijs, bv. Wassily Kandinsky. Hartley maakte in januari en april/mei 1913 een korte reis naar Berlijn en München. Op uitnodiging van Franz Marc exposeerde hij met Der Blaue Reiter in München en de Erster Deutscher Herbstsalon in Berlijn.
Terug in New York nam hij in 1913 deel aan de Armory Show. Hij exposeerde op uitnodiging twee stillevens en zes tekeningen. Van 12 januari t/m 14 februari 1914 exposeerde Hartley voor de tweede keer bij de galerie 291. Kort daarna vertrok hij naar Europa waar hij Parijs en Londen bezocht en daarna tot december 1915 in Berlijn verbleef, waar hij bij Max Liebermann exposeerde. Denkelijk in deze periode schilderde Hartley zijn nevenstaande bekendste werk Portret van een Duitse officier, dat Stieglitz kocht en in 1949 terecht kwam in het Metropolitan Museum of Art te New York. Na de dood van zijn Duitse vriend Karl von Freyburg aan het begin van de Eerste Wereldoorlog keerde Hartley terug naar New York, waar hij deelnam aan de Forum Exhibition in 1916. In 1920 ontmoette Hartley Marcel Duchamp bij Katherine Dreier.
In de periode 1921-1936 verbleef Hartley in Frankrijk, Italië, Duitsland en Mexico, waar hij vooral landschappen en portretten schilderde. Meer dan 100 werken werden van hem vernietigd, daar hij de opslagkosten niet op tijd betaalde. Zijn werken lieten invloeden zien van Cézanne, Picasso en Matisse. Hij verenigde expressionisme, fauvisme en kubisme.
Behalve schilder was Hartley ook dichter en prozaschrijver. Op 2 september 1943 overleed hij in Ellsworth, Maine.
| kunstwerk | titel | jaar | nu te zien in |
![]() | Landschap nr. 32 | 1911 | University Gallery, University of Minnesota |
![]() | Stilleven met waaier | 1912 | Sheldon Memorial Art Gallery and Sculpture Garden, Nabraska-Lincoln |
![]() | Painting Number One | 1913 | Sheldon Memorial Art Gallery and Sculpture Garden, Nabraska-Lincoln |