Andere schrijfwijze: Natalya, Natalia, Gontcharova, Goncharova.
Natalja Sergeevna Gontscharowa werd op 4 juni (=21 juni Gregoriaanse kalender) 1881 als dochter van verarmde adel geboren te Ladyzhino (ook geschreven: Laditschino), een plaatsje in de buurt van Tula (ongeveer 200 km zuidelijk van Moskou). Haar vader, Sergei, was architect en ontwierp hun woonhuis in Moskou. Van 1892 tot 1898 bezocht zij het 4de meisjesgymnasium te Moskou. Na diverse studierichtingen te hebben geprobeerd volgde zij in Moskou van 1901 tot 1909 de MUZhVS (=Academie voor schilderen, beeldhouwen en architectuur) een opleiding tot beeldhouwster. Zij leerde in 1900 de schilder Michail Larionov (1881-1964) kennen, waarmee zij in 1906 ging samenwonen. Op uitnodiging van Serge Diaghilew ging Natalja in 1906 mee naar Parijs, waar zij samen met Larionov deelnam aan de Russische tentoonstelling op de Salon d'Automne. Na haar terugkeer in Moskou (1907) werd de invloed van Henri Matisse, van Gogh en Toulouse-Lautrec zichtbaar. Zij probeerde getrouw aan de russische traditie de nationale elementen te combineren met de neiging de west-europesche kunst te imiteren.
Op 24 maart 1909 had Gontscharowa een eendaagse expositie in Moskou, waar drie werken in beslag werden genomen wegens hun aanstootgevend karakter volgens Mikhail Larionov in Zolotoe runo (=Het Gouden Vlies), een symbolistisch blad. In 1910 vond Gontscharowa een eigen stijl, die op het Franse fauvisme geïnspireerd was. Haar schilderijen uit de periode 1910-1912 maakten indruk op Kazimir Malewitch. Samen met Larionov en David Burliuk organiseerde Gontscharowa de tentoonstelling Bubnovyy Valet (=Ruitenboer/Knave of Diamonds) in december 1910 en januari 1911 in Moskou. In 1912 namen Larionov en Gontscharowa samen deel aan de tentoonstelling van Der Blaue Reiter in München en de tentoonstelling van de postimpressionisten in de Grafton Gallery in Londen, die georganiseerd was door Roger Fry.
In maart-april 1912 organiseerde Larionov de tentoonstelling Osliny Khvost (=Ezelstaart), waar Gontscharowa ruim 50 schilderijen in de eerste zaal tentoonstelde. Van 30 september t/m 5 november 1913 organiseerde zij een grote eigen retrospectieve tentoonstelling op het adres Bolshaia Dmitrovka 11 te Moskou met 761 werken, die van 15 maart t/m 20 april 1914 een vervolg kreeg in het Kunstbureau, Moika 63 te St. Petersburg. Daar werden 12 werken niet toegelaten. De expositie was mede mogelijk gemaakt door de ondersteuning van de Moskouse kunsthandelaarster Klavdiia Mikhailova. Op de sluitingsdag van Gontscharowa's Moskouse expositie, 5 november 1913, gaf Ilia Zdanevitch een voordracht en hij deed dat ook op 17 maart 1914 tijdens de expositie van Gontscharowa's werken in St. Petersburg. Het succes zorgde ervoor, dat het Tretiakov museum een werk van Gontscharowa kocht. In hetzelfde jaar stelde zij ook futuristische en rayonistische werken tentoon. Larionov noemde zijn kunststroming luchizm. Op 29 april 1914 vertrokken Gontscharowa en Larionov naar Parijs om de eerste voorstelling van Coq d'or bij te wonen. Gontscharowa had voor Diaghilew de decorstukken voor het ballet Coq d'or van Rimski-Korsakow, dat vanaf 24 mei 1914 in Parijs werd uitgevoerd, ontworpen. Bovendien kon zij ook een tentoonstelling bij Galerie Paul Guillaume voorbereiden. Van 17 t/m 30 juni 1914 waren 55 werken van haar en 29 van Larionov te zien. Guillaume Apollinaire schreef het voorwoord van de catalogus. Gontscharowa ging niet mee naar Engeland om de eerste voorstelling van Coq d'or in het Theatre Royal, Drury Lane te Londen, op 15 juni 1914 bij te wonen. Zij keerde samen met Larionov naar Rusland terug bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.
In 1915 verliet Gontscharow samen met Larionow Rusland om Diaghilew in Lausanne te ontmoeten. Diaghilew had haar uitgenodigd om de aankleding van zijn Ballets Russes te ontwerpen. De samenwerking met Diaghilew werd in Parijs voortgezet. Zij ontwierp decors voor de balletten Les Noces en De vuurvogel. Vanaf 1919 leefde zij samen met Larionov in Parijs. Tot 1929 werkte Gontscharowa regelmatig voor Diaghilew. Na zijn dood (1929) organiseerden Natalja en Larionov in 1930 de expositie Rétrospective des Oeuvres de Diaghilew. In 1938 werden Natalja en Laronov Frans staatsburgers en op 2 juni 1955 trouwden Natalja en Larionov uiteindelijk toch nog met elkaar om verzekerd te zijn van elkaars erfenis. Na 1956 ging zij weer schilderen. Natalja Gontscharowa stierf op 17 oktober 1962 in Parijs. Larionov stierf op 10 mei 1964 in de Paijse voorstad Fontenay-aux-Roses.
In de periode 1999-2001 werden vijf exposities gehouden onder de naam Amazons of the avant-garde: Alexandra Exter, Natalia Goncharova, Liubov Popova, Olga Rozanova, Varvara Stepanova and Nadezhda Udaltsova.
![]() |
|
Bij de tentoonstelling verscheen een boek met dezelfde titel onder redactie van John E. Bowlt en Matthew Drutt.
| Tik op nevenstaande knop voor werken van Gontscharowa. | ![]() |