Op 4 september 1888 werd Oskar Schlemmer geboren in Stuttgart als zevende kind van Carl Leopold Schlemmer en Wilhelmine Neuhaus. Na de dood van zijn vader in 1902 komt de familie in financiële moeilijkheden en moest Oskar van school af om een vak te leren. Hij koos voor tekenaar in de kunstnijverheid. Van 1906 tot 1910 studeerde Schlemmer aan de Kunstakademie in Stuttgart. In het voorjaar van 1911 schilderde Schlemmer samen met Otto Meyer-Amden een wandschildering in de kapel te Stuttgart. In de herfst van 1911 vestigde Schlemmer zich voor een jaar in Berlijn. Daar ontmoette hij Russische emigranten en de schilders rond Herwarth Walden, bekend onder de naam Der Sturm. Onder indruk van de schilders André Derain en Pablo Picasso schilderde Schlemmer zijn eerste kubistische werken.
Terug in Stuttgart in de herfst van 1912 kreeg Schlemmer een betrekking aan de Kunstacademie te Stuttgart. Daarnaast had hij een eigen atelier. In 1913 opende Oskar Schlemmer samen met zijn broer Willy de 'Neuen Kunstsalon am Neckartor'. Zij lieten Stuttgart kennismaken met o.a. de werken van Kandinsky, Klee, Marc, Georges Braque, Albert Gleizes, Jean Metzinger. In juli 1914 sloot de kunstsalon en in hetzelfde jaar maakte Schlemmer samen met Willi Baumeister en Hermann Stenner een reis naar Amsterdam, Londen en Parijs. In zijn werken werd de nadruk door hem steeds meer gelegd op het figuur.
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog meldde Schlemmer zich vrijwillig als hospitaalsoldaat, maar kwam bij de infanterie terecht. Op 24 september begon de opmars aan het Westelijk front. Schlemmer raakte aan zijn voet gewond bij het maken van een loopgraaf in Noord Frankrijk en keerde terug naar Duitsland. In juni 1915 rukte Schlemmer met zijn compagnie aan het oostfront op, maar hij raakte opnieuw gewond en keerde terug naar Duitsland. Hij kreeg daarna een landmeetkundige opleiding. In juni 1918 vond een omstreden tentoonstelling van Schlemmer en Baumeister plaats in Kunsthaus Schaller te Stuttgart.
Na de oorlog vormde Schlemmer samen met Baumeister, Gottfried Graf, Albert Kinzinger, Albert Müller en Hans Spieger de kunstenaarsgroep Üecht. Onder de titel 'Herbstschau Neuer Kunst' organiseerde de groep een expositie in 1919. In het voorjaar van 1920 werkte Schlemmer samen met zijn broer Carl aan de figuren van het 'Triadisches Ballet'. Hij had diverse exposities o.a. in het Folkwang-Museum Hagen. In december ging hij werken aan het Bauhaus van Gropius te Weimar.
Schlemmer ontmoet in Weimar o.a. Lyonel Feininger, Kandinsky, Theo van Doesburg. Op 30 september 1922 ging Schlemmers Triadischen Ballets in het Landestheater te Stuttgart in première. In augustus volgde een opvoering in Weimar. Schlemmer werkte ook mee aan 'Der Abtrünniger Zar' van Carl Hauptmann. Zowel door menigsverschillen onder de medewerkers als een regeringswisseling waren er in 1924 problemen bij het 'Bauhaus'. Het 'Bauhaus' verhuisde naar Dessau. Schlemmer ging naast zijn schilderen verder met balletten en theateruitvoeringen. In 1929 werd Schlemmer benoemd aan de 'Staatliche Akademie für Kunst und Kunstgewerbe' te Breslau. Rond 1929 maakte Schlemmer muurschilderingen voor het Museum Folkwang in Essen.
In mei 1930 reisde Schlemmer naar Parijs om drie van zijn 'Triadische' figuren op te bouwen, die in het Grand Palais tentoongesteld zouden worden. Hij ontmoette o.a. Piet Mondriaan en zag in de galeries de nieuwe werken van Picasso, Braque, Fernand Léger en Marie Laurencin. Door een noodverordering werd de Breslauer Akademie op 1 april 1932 gesloten en Schlemmer verhuisde naar Berlijn. Door de opkomst van het nationaal-socialisme werd op 14 maart 1933 zijn retrospectieve tentoonstelling door Josef Goebbels verboden. In de volgende jaren maakte Schlemmer enkele reizen naar Zwitserland. Eind 1937 werden werken van Schlemmer uit Duitse musea verwijderd en tentoongesteld in München op de expositie 'Entartete Kunst'. In de volgende jaren werd het voor Schlemmer steeds moeilijker als kunstenaar te werken. Hij maakte o.a. wandschilderingen in Stuttgart en München. In 1942 werd Schlemmer in een ziekenhuis opgenomen, waar bij hem suikerziekte en geelzucht werd vastgesteld. Na drie weken kon hij weer naar huis. Op 4 januari 1943 had Schlemmer een coma-aanval en werd hij opgenomen in het ziekenhuis te Freiburg. Het leek daarna weer goed te gaan, maar op 4 april stierf Oscar Schlemmer in Baden-Baden aan een hartverlamming.
| Tik op nevenstaande knop voor werken van Schlemmer. | ![]() ![]() |