Lodewijk Schelfhout (1881-1943).

Schelfhout, 1903

Lodewijk Schelfhout werd op 23 augustus 1881 in Den Haag, Hoogstraat 10, geboren als vierde zoon van Henri Schelfhout (1838-1910) en Ange Mara Picnot. Zijn grootvader Andreas Schelfhout (1787-1870) was een bekend en succesvol landschapschilder. Zijn moeder had op dit adres een haute couture zaak. Henri Schelfhout had rond 1865 enige tijd als operazanger in Milaan onder de naam Enrico Larhij gewerkt. Ook raakte hij rond 1870 in Parijs bevriend met de gebroeders Maris. Henri erfde van zijn vader Andreas een groot bedrag. Lodewijk zijn moeder werd nog bekend als de ontwerpster van de doopjurk van prinses Wilhelmina in 1880. De doopjurk werd daarna ook gebruikt door prinses Juliana, prinses Beatrix, prinses Christina, prins Willem-Alexander, prinses Amalia, prinses Alexia en prinses Ariane (20-10-2007). In Nederland was Henri schilder en een verdienstelijke fotograaf. In 1895 verhuisde de familie Schelfhout naar Zandvoort, waar het van het nog overgebleven geld van de erfenis het hotel Hotel de l'Ocean begon. Alle familieleden werkten mee in het hotel en Lodewijk bezocht de dorpsschool. Het hotel was niet zo'n succes en in 1897 verhuisde het gezin naar Haarlem waar Lodewijk de Kunstnijverheidsschool bezocht. In 1900 vertrok Lodewijk naar het Duitse Lüdenscheid, waar hij als huis- en docoratieschilder en 's avonds als pianist in zijn onderhoud voorzag. Terug in Haarlem in 1902 werkte hij als kunstschilder in het atelier van Theophile de Bock. De familie Schelfhout, geplaagd door financiële zorgen, vestigde zich in 1903 in de Parijse kunstenaarswijk Montparnasse in de Rue Froidevaux 17, waar Henri samen met zijn zoon Lodewijk de Italiaanse meesters van de Renaissance bestudeerde. Terwijl hij in Parijs verbleef was er in 1903 de eerste expositie van Lodewijk bij de boekhandelaar Mul in Haarlem. Lodewijk nam deel aan Club du Dôme, een kunstenaarskring van voornamelijk Duitse en Scandinavische kunstenaars, die samenkwam in Café du Dôme en waarin de kunsthandelaar Wilhelm Uhde een belangrijke rol speelde.

Schelfhout (links) en Conrad Kickert (rechts in Parijs, 1909

In Parijs raakte Lodewijk onder invloed van Cézanne en van Gogh. Lodewijk exposeerde op de Salon d'Automne van 1906. In 1906 haalde Schelfhout zijn vriend en schilder Conrad Kickert over om naar Parijs te komen. In de jaren daarna bracht Kickert diverse bezoeken aan Parijs en vanaf 1910 woonde Kickert in Parijs. Samen bezochten zij regelmatig de bijeenkomsten van de Montparnasse kubisten in de Closerie de Lilas. Hier ontmoette Lodewijk o.a. Henri le Fauconnier. In 1907 had Schelfhout 6 werken hangen op de Salon des Indépendants onder de naam Louis Schelfhout.

Mondriaan en Schelfhout, 1912

Als eerste Nederlander onderging Schelfhout de invloed van het kubisme. Zelf vond Lodewijk zich geen kubist. Hij wilde slechts een synthese tot stand brengen tussen Gothiek en constructivisme. In 1909 werkte Lodewijk samen met Auguste Herbin. Helaas was er bittere armoede en Lodewijk zakte zelfs in 1910 op straat in elkaar wegens ondervoeding. In de zomer van 1911, tijdens een verblijf van drie maanden in Zuid Frankrijk met de Duitse schilder Hermann Lismann (1878-1943), schilderde Schelfhout in Les Angles, een dorpje bij Avignon, zijn eerste kubistisch getinte schilderij. Na enige tijd gewoond te hebben op Rue Lhomont 54, verhuisden Schelfhout en Kickert in 1911 naar het ateliergebouw aan de Avenue du Maine 33. Daar voegde ook Piet Mondriaan zich bij Schelfhout en Kickert. In december 1911 verhuisden ze met zijn drieën naar de Rue du Départ 26. Schelfhout maakte Piet Mondriaan wegwijs in Parijs en Nederlandse kunstenaars, o.a. Peter Alma en Jacoba van Heemskerk, en Franse kubisten zoals Fernand Léger, Le Fauconnier en Albert Gleizes, bezochten Rue du Départ. Door de kontakten met de kubisten kregen zij voor hun werken een plaats in de Salles cubistes van de Salon des Indépendants van 1911. Op de eerste expositie van de Moderne Kunstkring in 1911 had Schelfhout 12 werken in de erezaal hangen.

Albertine van der Meulen, 1913

In 1912 nam Schelfhout deel aan de zomertentoonstelling in Domburg. Schelfhout logeerde bij Marie Tak van Poortvliet in wiens tuin Jacoba van Heemskerck een atelier had. In hetzelfde jaar had Schelfhout 14 werken hangen op de tweede tentoonstelling van de Moderne Kunstkring. Tijdens deze tentoonstelling ontmoette Schelfhout zijn latere vrouw Albertine van der Meulen (roepnaam Tine), die filosofie had gestudeerd. Zij kocht van de tentoonstelling de gravure La Provence en trouwde op 25 februari 1914 met Lodewijk.

Kort daarna, n.l. in 1913, keerde Schelfhout terug naar Nederland en ging hij wonen in Hilversum. Zijn atelier in Parijs werd overgenomen door Peter Alma. Vanaf 1 juni 1913 exposeerde Schelfhout in de Kunstzaal De Protector te Rotterdam. In zijn openingswoord zei hij: 'Zij (de kubisten) geven een geestelijke vertaling van de indruk die de natuur op hen maakt: de indruk op hun karakter. En zij gebruiken de voorwerpen van de natuur om uit te drukken wat in hen is. Waardoor vaak zeer persoonlijke vormen ontstaan, die een weergave zijn van hun persoonlijk innerlijk.'

Door het uiteenvallen van de schildersgroep De Moderne Kunstkring en de noodzaak om te exposeren richtte Schelfhout het Genootschap van Kunstenaren Moderne Kunstkring op. Van 3 t/m 25 oktober 1915 werd in het Stedelijk Museum te Amsterdam de eerste tentoonstelling gehouden, waar o.a. werken hingen van de leden Schelfhout, Mondriaan, Jan Sluijters en Leo Gestel. Naast het schilderen gaf Schelhout schilderlessen en lezingen over kunsthistorsche onderwerpen. Het laaste deed hij ook voor de radio. In het najaar van 1919 verbleef het gezin Schelfhout vijf maanden op Corsica, waar zijn vijfjaar jongere zus Lesbie woonde. De reis bleef zichtbaar in zijn verdere werk.

Omslag vasn Willem van Konijnenburg, 1926

Werken van Schelfhout hingen op de tentoonstelling L'Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes in 1925 te Parijs. De tentoonstelling was een onderdeel van de grote internationale tentoonstelling Arts Décoratifs. Ook op de van 10 april tot 31 mei 1926 gehouden tentoonstelling Exposition Hollandaise in het Musée Jeu de Paume waren werken van Schelfhout aanwezig. Schelfhout maakte verschillende kruiswegstaties en ontwerpen voor gebrandschilderde kerkramen. Zijn vrouw was rond de Eerste Wereldoorlog katholiek geworden en zelf werd hij het in 1927.

In zijn latere jaren maakte Schelhout ook vele gravures (226 stuks). Ter gelegenheid van zijn vijftigste verjaardag in 1931 organiseerde zijn vrouw een comité om gravures aan het Rijksmuseum te schenken. Zij slaagde erin om 35 stuks te schenken. Lodewijk Schelfhout overleed op 5 november 1943.

Verdere informatie

boek, 2006

In verband met het 25 jarig jubileum van de Stichting kunst aan de Dijk werd in Het Oude Kerkje te Kortehoef van 29 mei t/m 10 juni 2006 de tentoonstelling Lodewijk Schelfhout en tijdgenoten - De komst van het kubisme in Nederland gehouden. Bij de tentoonstelling verscheen onder dezelfde titel een boek geschreven door Jan van Adrichem, Andreas Schelfhout en Denise Willemstein. Andreas Schelfhout is de kleinzoon van Lodewijk Schelfhout.

Tik op nevenstaande knop voor werken van Schelfhout.
Laatste wijziging: 290811