Frantisek Kupka (1871-1957).

Frantisek Kupka

(Ook bekend onder de naam Franck Kupka)
Frantisek Kupka werd op 23 september 1871 geboren in Opocno (Bohemen) als zoon van de notarisklerk Václav Kupka en Josefa Spacková. In 1872 verhuisde het gezin naar Dobruska waar hij in 1873 pokken kreeg. Hierdoor had hij zijn levenslang littekens in zijn gezicht. In 1881 stierf zijn moeder en een jaar later hertrouwde zijn vader. In 1884 begon Frantisek met een opleiding voor zadelmaker. Na een kort verblijf buiten Dobruska (1887) keerde hij in 1888 terug en kreeg hij privéles van Studnicka, de directeur van de Nijverheidschool te Jaromer, als voorbereiding voor de Praagse Academie. Kupka studeerde aan de Akademie výtvarných umení, de kunstacademie, te Praag van 1887 tot 1891 en daarna aan de Academie der Bildenden Künste te Wenen van 1892 tot 1893.

Vrouwenportret

Kupka werd in 1894 een beroemdheid omdat de keizerin van Oostenrijk aandacht schonk aan zijn monumentaal werk De laatste droom van de stervende Heine bij de opening op 30 mei van de 'Fremdensalon' van de Kunstverein. Hij schilderde daarna verschillende portretten en Tsjechische patriottische werken. In 1894 bezocht Kupka Parijs en in de lente van 1896 verhuisde hij naar Parijs waar hij regelmatig Alfons Mucha ontmoette en de Académie Julien en de Ecole des Beaux Arts bezocht. Hij verdiende zijn brood als mode-illustrator en cartonist, o.a. in Canard sauvage en Assiette au beurre. In 1901 omtmoette hij Jacques Villon, daar Kupka naast Villon kwam te wonen. In hetzelfde jaar bezocht Kupka verschillende keren Nederland om hier een portret te tekenen van Paul Kruger, de president van de republiek Transvaal.

In 1905 ging Kupka wonen in de Parijse voorstad Puteaux, waar ook Villon weer naast hem woonde. In 1906 exposeerde Kupka voor het eerst op de Salon d'Automne. Op de Salon d'Automne van 1910, waar de kubisten gezamenlijk te voorschijn kwamen, stelde Kupka Geel scala en Pioenen tentoon. In hetzelfde jaar schilderde Kupka zijn eerste abstracte schilderij: Nocture.

L'Excelsior van 2-10-1912

Via zijn buurman Villon ontmoette Kupka de kubisten en nam hij deel aan de samenkomsten van de groep Puteaux. Daar discussieerde hij met Villon, Marcel Duchamp, Raymond Duchamp-Villon, Albert Gleizes, Fernand Léger, Roger de la Fresnaye, Henri le Fauconnier, Sonia en Robert Delaunay, Guillaume Apollinaire en vele anderen over kubisme, het futurisme, Cézanne, Seurat, de niet-euclidische wiskunde e.d. Vanaf 1912 stelde hij abstracte werken tentoon die verband hielden met het Orphisme. Zijn werken hingen in de Salon des Indépendants en de Salon d'Automne van 1912. Met Amorpha, fuga in twee kleuren en Amorpha, warme chromatiek hield Kupka zijn 'artistiek Credo'.

Toen in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak, meldden Kupka en Otto Gutfreund zich als vrijwilligers in het Franse leger. Kupka vocht aan de Somme. Door de ontberingen en mede gezien zijn leeftijd (45 jaar) was hij vaak ziek. Na een onderbreking keerde hij aan het einde van de oorlog terug naar het front en zwaaide tenslotte als kapitein af. In 1919 raakte Kupka bevriend met de Tsjechisch industrieel Jindrich Waldes. Dankzij de financiële ondersteuning van Waldes, die vele schilderijen van Kupka kocht, kon Kupka blijven schilderen en reizen tussen Parijs en Praag. De verzameling van Walden vormde later de kern van Kupka's schilderijen in de Národni Galerie.

In 1919 werd Kupka wegens zijn prestaties in de oorlog en in de kunst benoemd tot Emeritus hoogleraar aan de kunstacademie van Praag. Met zijn werken op de Salon des Indépendants van 1923 kreeg hij een erkenning als orphist. In Praag verscheen zijn boek La Création dans les arts plastiques. Van 16 t/m 31 oktober 1924 exposeerde Kupka in de Galerie la Boétie. Aan het begin van de dertiger jaren had hij last van depressies.

In 1931 waren Kupka, Hans Arp, Jean Hélion, August Herbin, Georges Valmier en Georges Vantongerloo de oprichters van de groep Abstraction-Création, die tot 1935 de abstracte kunst promootte.

In april 1936 waren drie werken van Kupka te zien op de tentoonstelling Cubism and Abstract Art in het Museum of Modern Art te New York. Te zien waren: Newton schijven (1911-12), Verticale vlakken (1912-13) en Basisspelen (1931). Een retrospectief ter gelegenheid van zijn 75ste verjaardag vond plaats in de Galerie S.V.U. Mánes te Praag in december 1946. De Tsjechische regering kocht een reeks belangrijke werken, o.a. Fuga, aan die te zien zijn in de Narodni Galerie. Kupka overleed op 24 juni 1957 te Puteaux.

Andere retrospectieve tentoonstellingen waren in het Parijse Musée National d'Art Moderne (1958 en 1966), in het Museum des 20. Jahrhunderts, Wenen (1967), in het Solomon R. Guggenheim Museum, New York (1975) en in het Haus der Kunst, München (1997). Kupka's vrouw Eugénie verkocht (1957) en schonk (1963) vele werken aan het Musée de l'Art Moderne te Parijs.

Kupka verdeelde zijn werk in de volgende categorieèn: Conventionele Schilderkunst, Motiefcreaties, Verticalen, Verticale en diagonale vlakken, Cirkelvormen, Driehoekscomposities, Kleurstructuren en Tekeningen.

Tik op nevenstaande knop voor werken van Kupka.
Laatste wijziging: 220409