Otto Gutfreund werd geboren in Dvur Králové aan de Elbe op 3 augustus 1889 als 4de kind van Karel en Emely Gutfreund. Van 1903 tot 1906 bezocht hij de Technische School voor Keramiek in Bechyne (Bechin) en van 1906 tot 1909 aan de Kunstnijverheidschool te Praag. Op 19 oktober 1909 ging hij na het zien van de door de kunstenaarsvereniging Mánes georganiseerde tentoonstelling in Praag van de beeldhouwer Emile Antoine Bourdelle (februari-maart) naar Parijs. Van 8 november 1909 tot 20 juni 1910 was hij in de leer bij Bourdelle op de Académie de la Grande Chaumière. Hij bezocht Rodin en raakte bevriend met Bohumil Kubista en leerde het kubisme kennnen. In hetzelfde jaar bezocht hij Engeland, België en Nederland. Via Duitsland keerde hij in juli 1910 terug naar Praag. In 1911 was Gutfreund medeoprichter van de kunstenaarsgroep Skupina. Hij schreef artikelen voor het maandblad Umelecký Mesícník (=Artistiek maandblad). In november en december 1912 verbleef Gutfreund in Berlijn.
Vanuit het neoclassisme ontwikkelde hij spoedig onder invloed van Pablo Picasso en Georges Braque een eigen kubistische beeldvorming. In zijn zogenoemde Kubo-expressionistische fase tussen 1911 en 1912 maakte hij niet alleen ruimtelijke beelden maar ook reliefs. In de volgende fase van zijn ontwikkeling, 1913-1914, probeerde hij de kubistische vormgeving uit de schilderkunst te vertalen naar de ruimte. Hij maakte daarvoor vele schetsen.
In navolging van Picasso en Braque maakte Gutfreund ook collages. Het nevenstaande Stilleven met fles, een collage met kleurpotlood groot 45 x 23 cm uit de periode 1913-1914, dat nu in de Noord-Moravische Galerie te Ostrava hangt, is daarvan een voorbeeld.
Kort voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog kwam Gutfreund naar Parijs. Hier ontmoette hij o.a. Emile Filla, Picasso, Daniel-Henry Kahnweiler, Guillaume Apollinaire en Juan Gris. Op 28 augustus 1914 trad hij als vrijwilliger toe tot het Franse vreemdelingen legioen. Na een opleiding in Byonne werd hij in de Elzas gelegerd. Van 24 oktober 1914 tot de herfst van 1915 vocht hij aan het front in Noord-Frankrijk en was daarna instructeur in de opleidingskampen te La Valbonne (bij Lyon) en Planches-les-Minnes. Door het ondertekenen van een Oostenrijks-Hongaars manifest kwam hij in problemen en eindigde op 24 april 1916 zijn actieve dienst en kwam hij in een gevangenkamp. Van mei 1916 tot 29 januari 1919 verbleef hij in Saint Michel de Frigolet en later in Blanzy.
Na de oorlog keerde Gutfreund met een korte onderbreking in Bohemië, van 18 augustus tot 21 november 1919, terug naar Parijs. Op 26 juli 1920 verliet hij definitief Parijs. De oorlog, het ontstaan van de republiek Tsjechoslowakije en het na-oorlogse leven hadden grote invloed op zijn werk. Hij werd mede de schepper van het civilisme, een stroming die probeerde het het harmonische gezin, dat de hoeksteen was van de democratische samenleving, uit te beelden. Hij werd lid van de beeldhouwersvereniging S.V.U. Mánes.
In 1926 werd Gutfreund benoemd tot hoogleraar aan de Umeleckoprumyslová skola (=Kunstnijverheidschool) te Praag. Behalve vele portretten maakte hij ook ontwerpen voor versieringen van gebouwen en zelfs munten. Op 2 juni 1927 verdronk Gutfreund in de Moldau. Zijn kubistische werken beïnvloedden Z. Palcr en M. Chlupác.
| Tik op nevenstaande knop voor werken van Gutfreund. | ![]() |