Henri Laurens werd op 18 februari 1885 geboren te Parijs. Zijn vader was kuiper en ging na de lagere school werken in de werkplaats van een decorbeeldhouwer. In de avonduren leerde hij op de kunstnijverheidschool Bernard Palisny te Parijs voor steenhouwer. In 1905 maakte Laurens kennis met Marthe Duverger. In 1908 werd de zoon Claude geboren. In 1909 moest Laurens een beenamputatie ondergaan. Daar Marthe Duverger een vriendin was van Marcelle Lapré, die vanaf 1910 geregeld omging met Georges Braque, maakte Laurens in 1911 via Braque kennis met het kubisme. Zowel Laurens als Braque hadden een atelier in de Rue Caulaincourt in de Parijse voorstad Montmartre. In 1912 woonde Laurens enige tijd in het ateliercomplex La Ruche.
Vanaf 1912 probeerde hij de papier collé van de kubistische schilders, o.a. Braque en Picasso, ruimtelijk te maken. Laurens maakte naast geplakte papieren constructies ook werken uitgevoerd in hout, ijzer, gips, flessen, glazen, e.d. Hij nam samen met de kubisten deel aan de Salon des Indépendants in 1913. Door zijn beenamputatie werd Laurens niet opgeroepen voor militaire dienst bij de mobilisatie in verband met de Eerste Wereldoorlog. Tijdens de oorlog raakte Laurens bevriend met Juan Gris en Amedeo Modigliani. Via Picasso ontmoette Laurens één van de weinige opkopers van kubistische kunst, n.l. Léonce Rosenberg. Op 18 april 1916 sloot Laurens een contract met Léonce Rosenberg. Rosenberg kocht enkele werken die in zijn Galerie de l'Effort Moderne waren tentoongesteld.
In 1916 werd Laurens bevriend met Pierre Reverdy en illustreerde Laurens zijn eerste boek met prozagedichten. Ook bezocht Laurens de bijeenkomsten van de groep kunstenaars rond het tijdschrift Nord-Sud, waarvan Reverdy en Paul Dermée de oprichters waren.
Op 1 april 1920 tekende Laurens een contract met Daniel-Henry Kahnweiler, maar na twee jaar weigerde Laurens een voortzetting, daar Kahnweiler geen tentoonstelling voor hem organiseerde. Tot 1922 bleef Laurens volledig onder invloed van het analytisch kubisme. Laurens illustreerde dichtbundels van vrienden en maakte veel werken in opdracht. In 1924 ontwierp hij het grafmonument van de vliegenier Tachard, dat zich nu bevindt op het kerkhof Montparnasse. Ook werkte Laurens voor Jacques Doucet in de periode 1924-1925, voor Vicomte Charles de Noailles in de periode 1926-1930 en de decorateur Franck.
Van 1925 tot 1927 maakte Laurens hoofdzakelijk klassieke beeldhouwerken in steen en terracotta. Een voorbeeld is het hiernaast staande beeld Hurkende vrouw. In 1927 verhuisde Laurens met zijn vrouw Marthe Duverger vanuit Montmartre naar villa Brune nabij de Porte de Chastillon. Hier ging hij meer brons gebruiken. Kenmerkend zijn de lange lichaamslijven. In de dertiger jaren keerde Laurens, door de economische depressie weer terug naar terracotta, daar dit materiaal goedkoper was dan brons.
In 1949 was in het Palais des Beaux-Arts in Brussel een overzichtstentoonstelling en in 1951 een retrospectief in het Musée National d'Art Moderne te Paris. Laurens overleed op 5 mei 1954 en werd begraven op het kerkhof Montparnasse te Parijs. Zijn vrouw Marthe schreef in 1955 de monografie Henri Laurens, sculpteur.
In 1967 schonk Claude Laurens en zijn vrouw een grote groep werken aan de Franse Staat, die allereerst in het Grand Palais te Parijs en daarna in het Haus am Waldsee te Berlijn werd tentoongesteld. Claude voldeed hiermee aan een uitdrukkelijke wens van zijn vader.
Ter gelegenheid van de honderdste geboortedag werden de volgende tentoonstellingen gehouden, die verschillend van samenstelling waren.
| 3 maart - 28 april 1985 | Sprengel Museum, Hannover |
| 7 juni - 27 juli 1985 | Galerie Brusberg Berlijn |
| 12 juni - 20 juli 1985 | Galerie Louise Leiris, Parijs |
| 10 augustus - 22 september 1985 | Von der Heydt-Museum, Wuppertal |
| 30 augustus - 27 oktober 1985 | Kunstmuseum Bern |
| 29 september - 4 november 1985 | Bayer AG, Leverkusen |
| 24 november 1985 - 8 januari 1986 | Hoechst AG, Frankfurt am Main |
| 14 november 1985 - 12 januari 1986 | Museum Villa Stuck, München |
| 18 december 1985 - 16 februari 1986 | Musée national d'art moderne, Centre Georges Pompidou, Parijs |
Bij de tentoonstelling in Kunstmuseum Bern en Museum Villa Stuck, München verscheen de catalogus Henri Laurens 1885-1954 van Sandor Kuthy (ISBN: 3-7215-0010-5), waaraan ook Laurens' zoon Claude een kleine bijdrage leverde. Het Kunstmuseum Bern ontving in 1962 een grote schenking van Hermann en Margrit Rupf bestaande uit o.a. zeven beelden, twee reliefs, een collage, twee tekeningen en zes door Laurens geïllustreerde boeken.
| Tik op nevenstaande knop voor werken van Laurens. | ![]() |