André Lhote (1885-1962).

André Lhote

André Lhote werd op 5 juli 1885 in Bordeaux geboren als zoon van Henry Lhote en Marie Broca. Op dertienjarige leeftijd ging André werken bij de decoratieve houtsnijwerker Courbaterre. Van 1898 tot 1904 studeerde Lhote decoratieve beeldhouwkunst aan de École des Beaux-Arts en schilderde hij 's zondags. In 1900 bracht Lhote met zijn familie een bezoek aan Parijs in verband met de wereldtentoonstelling. In 1905 stopte Lhote tegen de zin van zijn ouders bij Courbaterre en huurde hij een atelier als kunstschilder. In 1906 bracht Lhote een half jaar door in militaire dienst en exposeerde Lhote voor het eerst in Parijs op de Salon des Indépendants. Via de kunstverzamelaar Gabriel Frizeau (1870-1938) ontmoette Lhote in 1907 de schrijver Jacques Rivière en maakte hij kennis met de schilderijen van Gauguin. In 1907 exposeerde Lhote drie schilderijen op de Salon d'Automne te Parijs en in november 1907 bij Clovis Sagot. Dankzij de geregelde bezoeken aan Parijs werd Lhote de schakel tussen Frizeau en de kunsthandelaar Ambroise Vollard. Frizeau ondersteunde Lhote financieel en Lhote was daardoor mede instaat een atelier te huren in de Rue Margaux 16 te Bordeaux. Lhote maakte diverse reizen naar Parijs om de Salons te bezoeken.

Marguerite Lhote-Hayet, afm.: 71 x 64 cm

Op 11 mei 1909 trouwde Lhote met Marguerite Hayet. In Parijs probeerden Jacques Rivière en Alain Fournier werken van Lhote te verkopen. Op advies van de kunstverzamelaar en criticus Joseph Granié diende Lhote een verzoek in voor een plaats in Villa Médicis Libre. Villa Médicis Libre was in 1909 opgericht door Georges Bonjean (1848-1918) om arme 'getrouwde' kunstenaars te ondersteunen. Lhote ontving in 1909 een uitnodiging om mee te doen aan de laatste tentoonstelling van de Cercle de l'Art Moderne in Le Havre. Op 7 april 1910 vestigde het echtpaar Lhote zich in Orgeville. Hier ontmoette Lhote de twee andere uitgenodigde kunstenaars Raoul Dufy en Jean Marchand. Aan Villa Médicis Libre kwam wegens geldgebrek in maart 1911 een einde en Lhote huurde het atelier van Suzanne Schlumberger-Weyher (1878-1924) in Parijs. Half december 1911 vestigde Lhote zich definitief in Parijs in de Rue Vercingétorix.

Tijdens de Salon d'Automne van 1911 verkocht Lhote het schilderij Le port de Bordeaux aan de Zweedse schilder en kunstverzamelaar Georg Pauli (1855-1935). Via hem kreeg Lhote in 1913 een expositie in Stockholm.

Als autodidactisch schilder werd hij allereerst erkend door Jacques Rivière, André Salmon en later ook door Apollinaire. In een brief van 27 september 1909 raadde Rivière Lhote aan om contact te zoeken met de galeriehouders Berthe Weill en Daniel-Henry Kahnweiler. Rivière en André Salmon zorgden ervoor, dat Lhote van 7 tot 19 november 1910 zijn eerst solotentoonstelling van 57 werken had bij de Galerie Druet in de Rue Royale 20 te Parijs. Het voorwoord in de catalogus werd geschreven door Charles Morice. Lhote zou daarna zeer regelmatig in Galerie Druet exposeren. In december schreef Rivière een artikel over Lhote in het maandelijkse tijdschrift La Nouvelle Revue Française (=NRF).

Hij nam deel aan de kubistische tentoonstellingen, zoals de Salon des Indépendants, de Salon d'Automne en de Section d'Or, maar was geen zuivere kubist. André Salmon schreef in 1912 in zijn boek La jeune peinture française:
Lhote est, de même que Marchand et La Fresnaye, cousin des cubist dont il partage les inquiétudes, parce qu'il découvrit dans l'art populaire leséléments de leur discipline. Mais il ne les suit pas dans les voies de la peinture pure.
Zijn werken lieten een zeer analytische en constructieve inslag zien. Hij wilde in zijn schilderijen alles combineren: vorm, licht, kleur, ruimte, gevoel, dynamiek en stabiliteit. In zijn werken bleef de mens centraal staan.

uitnodiging 15-5-1912

Voor de Section d'Or was Lhote per brief van 15 mei 1912 door de secretaris Henry Valensi uitgenodigd. (Zie evt. grotere afbeelding van nevenstaande brief op de webpagina Section d'Or) Voor 1 juni moest gereageerd worden om te kunnen deelnemen. In de brief stonden ook de namen van de andere schilders, die waren uitgenodigd. In 1912 nam Lhote op uitnodiging van de kunstcriticus Roger Fry deel aan de Second Post-Impressionist Exhibition in de Grafton Gallery te Londen, die gehouden werd van 5 oktober t/m 31 december.

Traité de la figure

In verband met de gezondheid van Marguerite verbleef Lhote en zijn vrouw in 1914 in Bordeaux, Amélie-lès-Bains en Rennes-lès-Bains. Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog werd hij gemobiliseerd, maar door een ongeluk, waarbij zijn netvlies werd beschadigd, werd hij in 1915 tijdelijk ongeschikt verklaard en op de préfecture de Bordeaux ter werk gesteld. In 1916 reisde Lhote geregeld tussen Bordeaux en Parijs. In augustus 1917 werd Lhote geplaatst bij de Section de la peinture au Armées en moest hij schilderen in La Rochelle, Bordeaux en Marseille. Terug in Parijs ging Lhote aan het werk als kunstcriticus bij de Nouvelle Revue Française. Marguerite en André Lhote waren goede vrienden van Angelina en Diego Rivera. In 1917 schilderde Rivera een kubistisch portret van Marguerite.

Vanaf 1918 ging Lhote op verschillende academies les geven, o.a. aan het Atelier Libre, de Académie Notre-Dame-des Champs, de Académie op Boulevard Raspail 240 en de Académie Anderson in de Rue du Départ. André Lhote werd ook bekend als auteur van kunstboeken in de serie Ecrits sur l'art zoals Traité du paysage (=verhandeling over het landschap, 1939) en Traité de la figure (=verhandeling over het figuur, 1950). Lhote schreef in La Nouvelle Revue Française o.a. in maart 1920 Le Cubisme au Grand Palais, in juni 1932 L'Époque héroïque du cubisme, in mei 1935 Les créateurs du cubisme (Galerie des Beaux-Arts) en in maart 1953 À propos de l'exposition du cubisme. Lhotes vriend Jacques Rivière schreef enkele artikelen over Lhote in hetzelfde tijdschrift: in mei 1909 André Lhote en in december 1910 Exposition André Lhote (Galerie Druet). André Salmon schreef in mei 1921 het artikel Expositions Marie Laurencin (Galerie Paul Rosenberg) et André Lhote (à La Licorne. In een artikel van Jean-Roch Bouiller in Art Criticism and Avant-Garde (2007) over André Lhote werd een opsomming gegeven van de tijdschriften en kranten waarin Lhotes artikelen waren verschenen.

In maart 1925 richtte Lhote een eigen academie op in de Impasse d'Odessa, een doodlopende steeg, waardoor hij grote invloed had op een nieuwe generatie schilders. Voor dat jaar had hij wel al leerlingen in zijn atelier, die hij begeleidde. Zo kregen Mainie Jellett en Evie Hone les van Lhote. De samenstelling van de leerlingen was internationaal. Het grootste deel was afkomstig uit de Scandinavische landen. Verder waren er Russen, Amerikanen, enkele Fransen en Engelsen. Op maandagochtend werd gedurende drie uur naar model geschets, die de volgende dag werd uitgewerkt op het schildersdoek. De rest van de week werd besteed aan de uitwerking. Op vrijdag gaf Lhote zijn mening over het gemaakte werk.

La Capitele, Mirmande

In 1925 ontdekte Lhote op weg naar het zuiden in verband met de zomer de streek La Dr&$244;me. In Mirmande, een plaats halverwege Valence en Montélimar, kocht Lhote een huis. Met behulp van vrienden en leerlingen van de Académie Lhote knapte Lhote een ruïne op om als atelier te dienen. Volgens een huidige website was het voormalig atelier La Capitele en nu als vakantieverblijf te huur. Ook andere huizen werden gerestaureerd.

1937

In 1937 werkte Lhote mee aan het decoreren van het Palais de la Découverte op de Cinquantenaire de l'Exposition internationale des arts et des techniques dans la vie moderne in Parijs. Hij ontwierp twee grote panelen in de zaal van de organische chemie: La houille - les fours à coke (=De steenkool - de cokesovens) en Le gaz. Lhote exposeerde op de bijbehorende tentoonstelling Les Maîtres de l'Art Indépendant 34 werken.

Portrait de Simone, afm.: 100 x 73 cm, 1947

In 1938 scheidde Lhote officieel van zijn vrouw Marguerite en kocht hij een verwaarloosde woning in Gordes (Vaucluse). In 1939 wisselde Lhote Mirmande en Gordes af, maar in 1940 koos Lhote voor Gordes, waar ook Chagall was komen wonen. In 1941 keerde Lhote naar Parijs terug, waar hij in 1944 trouwde met Simone Camin.



In november 1940 gaf Lhotes oudleerlinge Mainie Jellett een voordracht over Lhote in de Contemporary Pictures Gallery in de Lower Baggot Street 133 te Dublin ter gelegenheid van de tentoonstelling Six Irish Artists who have studied at L'Academie Lhote. De zes leerlingen waren Jack Hanlon, Eugene Judge, Mainie Jellett, Evie Hine, Norah McGuinness en Harriet Kirkwood. Werk van May Guinness, ook een Ierse leerling van Lhote, ontbrak.

In begin 1950 en in de periode december 1950 - maart 1951 maakte Lhote een reis naar Egypte, waar hij les gaf aan de kunstacademie van Caïro en lezingen gaf in Alexandrië en Port-Saïd. In juli-september 1952 bezocht Lhote Rio de Janeiro om de te onderzoeken of een academie kon worden gesticht. In 1961 verkocht Lhote zijn huis in Gordes en bracht hij de zomer door aan de oevers van het Bassin d'Arcachon. Lhote stierf op 25 januari 1962 te Parijs.

De erfenis van André Lhote, waaronder het archief, wordt beheerd door Dominique Bermann Martin, een nicht van Simone Lhote. Samen met Jean-François Aittouarès is Dominique bezig een overzichtscatalogus samen te stellen. Jean-François Aittouarès is o.a. de eigenaar van Galerie Aittouarès, die gevestigd is in de Rue des Beaux-Arts 2 te Parijs, waar Piere Loeb in de periode 1927-1963 de Galerie Pierre had.

Tentoonstelling

catalogus 2003

Van 15 juni t/m 28 september 2003 werd in het Musée de Valance de retrospectieve tentoonstelling André Lhote gehouden. Bij de tentoonstelling verscheen een uitgebreide catalogus.

affiche 2007

Van 6 april t/m 3 september 2007 werd in het Musée des Beaux-Arts te Bordeaux de tentoonstelling André Lhote (1885-1962) Les langages de la modernité gehouden met meer dan 200 werken. De tentoonstelling werd al eerder gehouden van 24 januari t/m 18 maart 2007 in Madrid. Het Musée des Beaux-Arts te Bordeaux bezit 74 werken van Lhote, waaronder 52 die geschonken zijn door Gilberte Marin-Méry in 1966 en vijf werken uit de periode 1910-1920 die geschonken zijn in 2006 door de wijnhandelaar Jean-Pierre Moueix (1903-2003). Hij schonk o.a. het op de nevenstaande affiche staande schilderij Bacchante uit 1912. Vanaf het begin van de dertiger jaren kocht Moueix kunstwerken, o.a. van Utrillo, Monet, Degas, Raoul Dufy, la Fresnaye, Henri Laurens, Derain en André Lhote. Hij was bevriend met Roger Bissière en de weduwe van Raoul Dufy.


Jakovsky, 1947

Zie voor verdere inlichtingen:

  • Anatole Jakovsky: André Lhote, Parijs 1947. In dit boekje staan 48 zwart-wit reproducties.
  • André Lhote: Mémoires 1886-1962, Parijs 1968.
  • Yvonne Gouin: André Lhote, un individuel du cubisme [1910-1920], Parijs 1996.

  • Tik op nevenstaande knop voor werken van Lhote.
    Laatste wijziging: 251012