Jacques Lipchitz (1891-1973).

Lipchitz, 1912

Jacques Lipchitz, oorspronkelijk Chaim Jacob Lipchitz geheten, werd geboren op 22 augustus 1891 te Druskieniki in het tegenwoordige Litouwen als eerste kind van de bouwondernemer Abraham Lipchitz en zijn vrouw Rachael Leah Krinsky. Het echtpaar kreeg daarna nog vijf kinderen. Na zijn schoolopleiding in Bialystok en Vilna (=Vilnius) ging Lipchitz in 1909 tegen de wil van zijn vader en zonder geldige papieren naar Parijs. Door zijn joodse afkomst had hij een bijzondere vergunning nodig om te reizen. In Parijs studeerde hij korte tijd als libre élève aan de École des Beaux-Arts. Na financiële steun van zijn vader kon Lipchitz lesnemen aan de Académie Julian en 's avonds aan de Académie Colarossi. Lipchitz werkte en woonde in het ateliergebouw La Ruche. In 1911 exposeerde hij op de Salon des Indépendants. In 1912 keerde Lipchitz terug naar Rusland om zijn militaire dienstplicht te vervullen, maar hij werd spoedig wegens zijn zwakke gezondheid afgekeurd. Hij keerde daarop naar Parijs terug, waar hij het oude atelier van Constantin Brancusi in de Rue de Montparnasse 54 betrok. In 1913 ontmoette hij via Diego Rivera de kubist Pablo Picasso en andere kubistische schilders. Het kubisme gaf de beeldhouwer door de breuk met het naturalistisch weergeven van de werkelijkheid de mogelijkheid zijn eigen scheppende vrijheid.

Beïnvloed door de beeldhouwwerken van Umberto Boccioni en Raymond Duchamp-Villon ging Lipchitz in de winter van 1912-1913 aan de slag. Zijn kubistische beelden exposeerde hij voor het eerst tijdens de Salon d'Automne. In 1913 ontmoette Lipchitz in gezelschap van Max Jacob de schilder Modigliani. In 1914 bezocht hij samen met Rivera en Rivera's vrouw Angelina Berloff Spanje, waar o.a. de natuur van Mallorca en het Prado in Madrid grote indruk maakten. In december 1914 keerde Lipchitz terug naar Parijs. Lipchitz raakte in 1916 bevriend met Juan Gris, waar hij bv. de zomer van 1918 in Villeneuve mee doorbracht, en met Modigliani (1918).

Jacques Lipchitz en zijn vrouw, afm.: 80,2 x 52,5 cm, 1916, Art Institute of Chicago, ChicagoBeaulieu, 1918

In 1915 schilderde Rivera een kubistisch portret van Jacques Lipchitzs toekomstige vrouw, de dichteres Berthe Kitrosser, die hij in 1915 had ontmoet en pas in 1924 nadat Lipchitz Frans staatsburger was geworden officieel zou trouwen. In 1916 schilderde Modigliani het nevenstaande portret van Jacques en Berthe. Door verkopen aan Léonce Rosenberg had Lipchitz geld en gaf hij Modigliani opdracht tot het portret. Modigliani schilderde het portret bij hun thuis in de Rue du Montparnasse. Ook zijn een aantal tekeningen bekend. In verband met de beschietingen van Parijs ging de familie Lipchitz naar Juan en Josette Gris, die van april tot half november 1918 verbleven in Beaulieu-les-Loches, de geboortestreek van Josette. Zij kregen daar o.a. gezelschap van Jean Metzinger en Maria Blanchard. Op nevenstaande foto staan vlnr Gris, de Chileense dichter Vicente Huidobro en Lipchitz met daarvoor hun vrouw en Huidobro's kinderen. Door het ontbreken van materiaal om te beeldhouwen kwam Lipchitz toe aan tekenen en het maken van reliëfs.

Terug in Parijs kwam de gebogen lijn in de beelden van Lipchitz te voorschijn. In 1920 had Lipchitz zijn eerste afzonderlijke tentoonstelling in Parijs bij de Galerie L'Effort Moderne van Léonce Rosenberg. De expositie sloot een contract met Rosenberg, dat Lipchitz in 1916 was aangegaan, min of meer af. In 1922 kreeg Lipchitz van de Amerikaan Dr. Albert C. Barnes de opdracht om vijf reliefs te leveren voor het bedrijfsgebouw van de Barnes Foundation in Merion, Pennsylvania. Barnes, die door zijn patent op het geneesmiddel Aryrol rijk was geworden, was in de winter van 1922-1923 naar Parijs gekomen en besteedde veel geld aan kunst. Hij probeerde o.a. al het werk van Chaim Soutine via Paul Guillaume op te kopen, maar kocht ook werk van Cézanne, Picasso, Matisse, Derain en Modigliani.

Atelier, 1925

Door problemen met zijn arm ging het hakken steeds moeilijker en vanaf 1925 koos hij vooral voor bronsgieten, daar boetseren minder fysieke inspanning kostte. In 1925 liet Lipchitz een atelierwoning door Le Corbusier ontwerpen, dat werd gebouwd in Parijse voorstad Boulogne-sur-Seine. In 1926 betrok het echtpaar Lipchitz de woning in de Allée des Pins 9. Samen met Le Corbusier bracht het echtpaar Lipchitz de zomer door in Bretagne, maar spoedig kwam door onenigheid een einde aan de vriendschap. In 1927 bezocht Picasso het atelier van Lipchitz. Van 13 t/m 28 juni 1930 had Lipchitz een door Jeanne Bucher georganiseerde expositie bij Galerie de la Renaissance onder de titel Cent sculptures par Jacques Lipchitz. De kunstverzamelaars Clara en Emil Friedrich kochten van deze tentoonstelling het beeld Le pierrot à la mandoline. In een brief, gedateerd 25 juli 1930, aan het echtpaar schreef Lipchitz dat er zes bronzen exemparen waren naast het loden exemplaar dat zij gekocht hadden. In 1935 had Lipchitz zijn eerst grote expositie in Amerika in de Brummer Gallery te New York en bracht hij vanaf augustus t/m oktober een bezoek aan zijn familie in Rusland.

Prometheus, 1937

In 1936 raakte Lipchitz geïnteresseerd in de politiek, misschien mede door de verkiezing van de Jood Léon Blum tot de eerste socialistische premier in Frankrijk in juni 1936. Samen met Marcel Gromaire ontwierp Lipchitz een pamflet met Emile Zola als onderwerp voor de Popular Front parade. Het Popular Front was een coalitie van diverse linkse politieke partijen. Door Blums' departement werd Lipchitz uitgenodigd om een beeld te maken voor de Parijse Wereldtentoonstelling van 1937. Lipchitz maakte een 10 meter hoog beeld Prometheus wurgt de Vulture, dat ongeveer 12 meter hoog kwam te staan in het Grand Palais bij de ingang van het wetenschappelijk paviljoen. Het beeld won een gouden medaille en werd na de tentoonstelling geplaatst op de Champs Elysées. Door de val van Léon Blums regering en een petitie tegen het beeld en de kunstenaar werd het beeld in het voorjaar van 1938 vernietigd. Op de tentoonstelling Les Maîtres de l'Art Indépendant, die deel uit maakte van de wereldtentoonstelling, had Lipchitz een aparte zaal voor zijn werken.

Lipchitz, Lolya en Yulla

Na de bezetting van Frankrijk door het Duitse leger vluchtten Lipchitz en zijn vrouw met achterlaten van alle bezittingen in mei 1940 naar Toulouse en in juni 1941 vanuit Portugal naar New York, waar zij op 13 juni aankwamen. Op aanraden van Jeanne Bucher betrok de schilder Edouard Pignon (1905-1993) de verlaten atelierwoning van Lipchitz. Lipchitz moest in New York opnieuw beginnen, maar werd door Joseph Brummer in contact gebracht met Curt Valentin, de eigenaar van de Buchholz Gallery. Na een kort verblijf in 1945 in Parijs, in verband met een komende expositie bij Galerie Maeght, keerde hij definitief terug naar de V.S. Zijn vrouw Bertha Kitrosser, die niet wilde terugkeren naar de V.S., bleef achter in Boulogne-sur-Seine en het echtpaar scheidde in 1946. In 1948 hertrouwde Lipchitz met de beeldhouwster Yulla Halberstadt (1911-2003), die hij in 1944 in New York had ontmoet. Yulla Halberstadt had uit een eerder huwelijk twee zonen, Hanno en Frank Mott. Het nieuwe gezin werd hetzelfde jaar uitgebreid met dochter Lolya Rachael.

Atelier Hastings-on-Hudson

In 1949 vestigde het gezin Lipchitz zich in Hastings-on-Hudson, een plaats vlakbij New York. Helaas brandde op 5 januari 1952 zijn New Yorkse atelier in de 2 East 23rd Street uit en vele werken gingen verloren of werden beschadigd. Na een tijdelijk onderkomen bij de Modern Art Foundry te Long Island City liet Lipchitz een nieuw atelier bouwen in Hastings-on-Hudson. Modern Art Foundry verzorgde al vanaf 1942 het bronsgieten voor Lipchitz. Hij produceerde een groot aantal beelden voor gebouwen in Rio de Janeiro, Frankrijk en de Verenigde Staten. In 1958 werd Lipchitz Amerikaans staatsburger. Op 20 november 1958 werd Lipchitz opgenomen in het ziekenhuis Mount Sinai Hospital en kreeg hij vele bloedtransfusies. Hij bleek maagkanker te hebben. Na een langdurig herstel trouwden Lipchitz en Yulla volgens de joodse wet.

In 1958 organiseerde het Stedelijk Museum te Amsterdam een reizende overzichttentoonstelling met 116 beeldhouwwerken van Lipchitz door Europa. Van 14 maart t/m 5 mei was de tentoonstelling in Amsterdam en van 17 mei t/m 20 juli 1958 in het Rijksmuseum Kröller-Müller te Otterlo. Daarna ging de tentoonstelling naar Bazel, Dordtmund en Brussel. Vanaf 1962 leefde Lipchitz jaarlijks een aantal maanden in Italië. Later kocht hij Villa Bosio bij het Italiaanse Pieve di Camaiore, een plaats op ruim 20 km ZZO van Carrara, de bekende marmer vindplaats. In 1968 werd in de Marlborough-Gerson Gallery te New York de tentoonstelling Lipchitz: The Cubist Periode, 1913-1930 gehouden. Gelijk met een tentoonstelling in het Metropolitan Museum of Art te New York verscheen van Lipchitz op 5 september 1972 de autobiografie My Life in Sculpture (ISBN: 978-0670019441). Het boek kwam tot stand met hulp van H. Harvard Arnason, die gebruik kon maken van de opnames van Deborah Stott, die Lipchitz geregeld had geïnterviewd tijdens zijn reizen in Italië in de periode 1968-1970.

Lipchitz overleed op 26 mei 1973 op Capri, een eiland voor de kust bij Napels. Hij werd begraven op de begraafplaats Har Hamenuhot in Jerusalem. De nalatenschap wordt beheerd door de Jacques and Yulla Lipchitz Foundation, waarvan stiefzoon Hanno Mott de voorzitter is.

Verdere informatie

  • Henry R. Hope: The Sculpture of Jacques Lipchitz, New York, 1954. Dit is de catalogus van de gelijknamige tentoonstelling, die gehouden werd in het Museum of Modern Art te New York van 18 mei t/m 1 augustus 1954, in het Walker Art Center in Minneapolis van 1 oktober t/m 12 december 1954 en in het Cleveland Museum of Art van 25 januari t/m 13 maart 1955. De tekst van het boek is te lezen via de website van Questia.
  • boek, 2002 boek II, 2000 boek I, 1996 Irene Patai: Encounters: The Life of Jacques Lipchitz, New York, Funk & Wagnalls, 1961.
  • Deborah A. Stott: Jacques Lipchitz and Cubism, New York, Garland Pub., 1978.
  • In 1996 verscheen bij uitgeverij Thames and Hudson Ltd het eerste deel van een overzicht van Lipchitzs werken geschreven door Alan G. Wilkinson met een introductie van A.M. Hammacher: The Sculpture of Jacques Lipchitz a catalogue raisonné volume one the Paris years 1910-1940 (ISBN: 0-500-09262-1). In 2000 volgde het tweede deel: volume two the American years 1941-1973 (ISBN: 9780500092910).
  • Cathy Putz: Jacques Lipchitz: The First Cubist Sculptor, 2002, ISBN: 9780853318606.
Tik op nevenstaande knop voor kubistische werken van Jacques Lipchitz.
Laatste wijziging: 220313