Jacques Villon (1875-1963).

Jacques Villon

(Ps. Voor Gaston Duchamp)
Emile Méry Frédéric Gaston Duchamp werd op 31 juli 1875 te Damville geboren en was de oudste van de gebroeders Duchamp. Hij bezocht in Rouen het Lycée Corneille en ging in 1893 rechten studeren aan de Sorbonne in Parijs. Hij volgde de Académie Cormon en zat 1 jaar in militaire dienst bij het 24ste Infanterieregiment. Gaston stopte met zijn rechtenstudie, nam de naam Jacques Villon aan en maakte humoristische tekeningen voor satirische kranten zoals Le Chat noir, Gil Blas, Assiette au Beurre, Le Courrier Français. In 1899 leerde Gaston alle druktechnieken in het atelier van de Parijse meester-graveerder Eugène Delâtre. Vanaf de oprichting van de Salon d'Automne in 1903 stelde hij daar zijn werken tentoon. Vanaf 1906 kon hij zich meer wijden aan de schilderkunst. In zijn werken was achtereenvolgens de invloed van Degas, Toulouse-Lautrec en het fauvisme zichtbaar. In 1911 kwam hij door zijn broer Raymond tot het analytisch kubisme. Samen met anderen stichtte hij in zijn atelier in Puteaux de Section d'Or. Deelnemers waren o.a. Albert Gleizes, Fernand Léger, Jean Metzinger, Frantisek Kupka, Roger de la Fresnaye, Robert Delaunay, zijn zus Suzanne Duchamp en zijn broers Marcel Duchamp en Raymond Duchamp-Villon. Ook de schrijvers Roger Allard, Guillaume Apollinaire, Olivier Hourcade, Maurice Raynal en André Salmon bezochten de bijeenkomsten. In 1913 waren werken van Villon te zien op de International Exhibition of Modern Art, beter bekend met Armory Show in New York. Hij verkocht negen werken.

Gabrielle Charlotte Marie Boeuf, 1913

Op 22 oktober 1913 trouwde Villon met Gabrielle Charlotte Marie Boeuf voor de wet in het stadhuis van Puteaux. Zijn broer Marcel en Raymond en zijn schoonzus Yvonne en haar broer Jacques Bon waren getuigen. Villon werd vooral bekend om zijn kubistische etsen.

In de eerste wereldoorlog diende hij vanaf 2 augustus 1914 als soldaat en in oktober 1914 was hij aan het front. Vanaf 1919 werkte hij abstract. Daarnaast is hij bekend geworden door het maken van kleurreproducties gemaakt in opdracht van de Galerie Bernheim-Jeune. Tussen 1922 en 1932 maakte hij 38 werken van belangrijke 19- en 20-eeuwse kunstenaars, zoals Douanier Rousseau, Renoir, Matisse, Picaso, Cezanne, Braque, Dufy, Modigliani, Manet en Bonnard. Een groot aantal van deze kunstenaars signeerde zelfs deze reproducties.

In 1935 reisde hij naar de V.S. Licht en kleur waren steeds van grote betekenis in zijn werken. Villon won vele prijzen, o.a.

1937
een award voor 'painting and graphic art' tijdens de International Exhibition of Art
Parijs
1949
de 'Grand Prix for graphic art'
Lugano
1950
de 'Carnegie Prize'
Pittsburgh
1954
benoemd tot Commandeur de la Legion d' Honneur en Commandeur des Arts et Lettres
Frankrijk
1956
de 'Grand Prix for painting' tijdens de 28ste Biennale
Venetië
1958
de Grand Prix op de International Exhibition
Brussel
1961
benoemd tot 'honorary member of the American Academy of Arts and Letters and the National Institute of Arts and Letters'
U.S.A.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Villon financieel gesteund door de Parijse kunsthandelaar Louis Carré. Hij kocht in 1942 alle werken van Villon die in de studio aanwezig waren en zorgde voor een maandelijkse toelage in afwachting van komende werken. In 1951 had Villon een retrospectief in het Musée de l'Art Moderne te Parijs.

31-5-1967, Rue Jacques Villon

Op 9 juni 1963 stierf Jacques Villon in de Parijse voorstad Puteaux, waar hij op 12 juni een staatsbegrafenis kreeg. Zijn huis aan de Rue Lemaître 7 werd in oktober 1964 met de grond gelijk gemaakt voor het nieuwe stadsdeel La Défence. De minister van Cultuur, André Malraux, had voor uitstel gezorgd, zodat Villon tot zijn dood in zijn huis kon blijven. Op 31 mei 1967 werd in Rouen in aanwezigheid van Magdeleine en Marcel Duchamp de naam van de Rue de la Bibliothèque veranderd in Rue Jacques Villon.

Tik op nevenstaande knop voor werken van Villon.
Laatste wijziging: 110413