(ps voor Ludwik Kasimir Ladislas Markous, ook geschreven: Markus, Marcus, Marcous)
Louis Marcoussis werd op 14 november 1883 geboren te Warschau. Hij studeerde aan de academie van Krakow en vertrok in 1903 naar Parijs, waar hij een opleiding volgde in het atelier van Jules Lefebvre in Académie Julian en woonde op Boulevard de Clichy 33 in Montmartre. In zijn directe omgeving woonde de broers Gaston en Marcel Duchamp, Frantisek Kupka en Kees van Dongen. Hij schilderde impressionistisch en was bevriend met Roger de la Fresnayes. In 1905 exposeerde hij op de Salon d'Automne en in 1906 op de Salon des Indépendants. Vanaf 1907 woonde Marcoussis samen met Marcelle Humbert, die als Eva Gouel geboren was, maar in Parijs een andere naam had aangenomen. Louis Marcoussis en Marcelle leerden Pablo Picasso en Fernande Olivier kennen in 1910. Guillaume Apollinaire gaf Louis de bijnaam Marcoussis, naar een klein dorpje buiten Parijs. Hij kwam toen onder invloed van het kubisme en sloot zich in 1910/1911 aan bij Braque en Picasso. Toen in 1912 de liefde van Picasso voor Fernande bekoelde ontstond bij Picasso een toenemende hartstocht voor Marcelle. Nog geen 24 uur nadat Fernande Picasso had verlaten, had Picasso Marcelle voor zich gewonnen. Op 18 mei 1912 vertrokken zij samen naar Céret, een plaatsje in de Franse Pyreneeën.
In 1912 nam Marcoussis deel aan de tentoonstelling Section d'Or van de kubisten. Marcoussis ontmoette in de herfst van 1912 in de in de wijk Montparnasse gelegen Music-hall Boboni de kort daarvoor uit Polen gekomen schilderes Alice Halicka. Hij bracht haar in contact met de kubisten. Op 13 juli 1913 trouwden Marcoussis en Halicka en zij gingen op huwelijksreis naar Banyuls-sur-Mer. In 1913 was Marcoussis deelnemer aan de Erster Deutscher Herbstsalon in Berlijn, die gehouden werd in de galerie Der Sturm. Zijn vrienden Juan Gris, Maurice Rayal, Max Jacob, Georges Braque en Picabia bezochten de familie Marcoussis regelmatig in de Rue Caulaincourt 61 te Parijs.
Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog nam Marcoussis als vrijwilliger dienst. Van 1914 tot 1918 was hij in dienst in Besançon, terwijl zijn vrouw Halicka in Normandië verbleef. Na de oorlog ging Marcoussis met Halicka terug naar Polen, waar zij hun familie geruïneerd aantroffen. Daar zij niet op financiële steun konden rekenen keerden zij spoedig naar Parijs terug. Terwijl Halicka voor het levensonderhoud een baan nam kon Marcoussis schilderen. Na de oorlog schilderde hij realistischer. Op 3 maart 1922 kreeg Marcoussis en Halicka dochter Ewa Magdalena Maria, roepnaam Malèna, die later trouwde met de componist Jacques Besse. In 1925 had Marcoussis zijn eerste solotentoonstelling in Galerie Pierre te Parijs. In 1929 gaf hij volgens een advertentie in het tijdschrift Cahiers d'Art les in graveren op de Académie Moderne, waar ook Fernand Léger les gaf. Tijdens zijn reis naar Londen in 1930 ontmoette hij zijn latere weldoenster Helena Rubinstein, de Amerikaans eigenares van een cosmetica bedrijf. Hij kreeg van haar diverse opdrachten en zij zorgde ervoor dat Marcoussis, maar ook zijn vrouw Halicka, bekend werd in de V.S. In 1933 vertrok hij naar de USA maar keerde later terug naar Frankrijk.
Marcoussis had een fijne genuanceerde kleur waardoor zijn streng geconstrueerde werk iets poëtisch had. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog besloot het gezin Marcoussis Parijs te ontvluchtte. In mei 1940 vertrokken Alice en dochter Malena naar Cusset, een plaats in de buurt van Vichy. Marcoussis kwam later, n.l. op 12 juni 1940, maar was toen al ziek. Op 22 oktober 1941 overleed hij te Cusset, waar hij ook werd begraven.
In 1961 verscheen in Parijs het boek Marcoussis, sa vie, son oeuvre geschreven door Jean Lafranchis. In het boek staan bijdragen van Jean Cassou, Tristan Tzara, Jean Lurcat, Max Jacob, Paul Éluard en Marcel Jouhandeau. In 1986 was er een grote overzichtstentoonstelling van Louis Marcoussis en Alice Halicka in Musée Tavet te Pontoise, een plaats in de buurt van Vichy.
| Tik op nevenstaande knop voor werken van Marcoussis. | ![]() |