Albert Gleizes (1881-1953).

Albert Léon Gleizes werd op 8 december 1881 te Parijs geboren als zoon van de industriële ontwerper Sylvain Gleizes. Het gezin woonde in de Rue de l'Echiquier, maar verhuisde naar de Parijse voorstad Neuilly. Vanaf 1887 groeide Gleizes op in Courbevoie (Avenue Gambetta), waar hij in de ouderlijke tuin een eigen atelier had. In 1899 ging Albert bij zijn vader werken, waardoor hij van zijn vader toestemming kreeg om acteerlessen te volgen. In 1902 werd hij opgeroepen voor militaire dienst, die hij begon in Abbeville. Hier begon hij met schilderen en had hij in hetzelfde jaar zijn eerste tentoonstelling in de Société Nationale des Beaux-Arts te Parijs. In 1903 nam hij deel aan de 'Salon d'Automne'. Na zijn militaire dienst (herfst 1905) stichtte hij de Association Ernest Renan, die vooral tegen de militaire dienst was gericht, en in 1906 de Abbaye de Créteil. Tijdens open dagen in de Abbaye in de zomer van 1907 ontmoette Gleizes de Italiaan Marinetti (1876-1944), de latere theoreticus van het futurisme, en de Roemeense beeldhouwer Constantin Brancusi. Deze utopische gemeenschap van schrijvers en kunstenaars sloot in januari 1908 wegens financiële problemen. Gleizes verhuisde naar het ateliergebouw La Ruche.

Paysage dans les Pyrénées, afmetingen: 53 x 65 cm

In 1909 ontmoette hij via Alexandre Mercereau Henri le Fauconnier en in 1910 Jean Metzinger en Robert Delaunay. In 1910 stelde hij zijn schilderijen tentoon bij de 'Salon des Indépendants' en Salon d'Automne te Parijs en op de Jack of Diamonds (Ruitenboer) te Moskou. In 1911 nam hij deel aan de tentoonstelling van de kubisten in de Salon des Indépendants en de Salon d'Automne. Gleizes behoorde tot de groep Puteaux samen met Roger de la Fresnaye, Fernand Léger, Jean Metzinger, Francis Picabia en Jacques Villon. Eind 1911 startte Gleizes met discussiebijeenkomsten op maandag in zijn atelier in Courbevoie.

In 1912 schreef Gleizes samen met Metzinger het boek Du Cubisme, dat op 20 oktober 1912 verscheen bij de uitgeverij Eugène Figuière et Cie te Parijs. Opvallend was de aanwezigheid van een portret van Paul Cézanne, die zij als hun meester beschouwden. Daarnaast waren illustraties aanwezig van Gleizes (5), Metzinger (5), Léger (5), Gris (1), Picabia (2), Duchamp (2), Picasso (1), Derain (1), maar ook van de niet-kubistische Marie Laurencin (2). Van Braque was geen afbeelding aanwezig. In 1913 verscheen in Londen een Engelse vertaling onder de naam Cubism. Gleizes nam deel aan tentoonstellingen in Moskou, Barcelona, New York (Armory Show 1913) en Berlijn.

Op 10 februari 1913 verscheen in het eerste nummer van het tijdschrift Montjoie! van Ricciotto Canudo het eerste deel van het door Gleizes geschreven artikel Cubisme et la tradition, waarin Gleizes de invloed van de Italiaanse Renassance op de Franse kunst beschreef. Het tweede deel stond in het tweede nummer, dat op 25 februari 1913 verscheen. Van het tijdschrift verschenen tot juni 1914 dertien nummers. Ook Apollinaire werkte regelmatig mee.

In 1914 werd hij opgeroepen voor de militaire dienst. In de garnizoensplaats Toul moest Gleizes het 'entertainment' van de militairen organiseren. Een van zijn helpers was de schilder George Valmier. Na zijn demobilisatie begin herfst 1915, trouwde hij in september met Juliette Roche, de dochter van de politicus Jules Roche. Gleizes had Juliette via de voor het blad Montjoie schrijvende Italiaan Riciotto Canudo ontmoet op de Salon des Indépendants van 1913. Gleizes ging naar Amerika waar hij in New York de Franse schilders Marcel Duchamp en Jean Crotti en de Amerikaanse schilders Max Weber, Man Ray en Joseph Stella ontmoette. Samen met Duchamp en Crotti exposeerde Gleizes in april 1916 in de Montross Gallery. Ook Metzinger deed mee aan deze expositie met de naam The Four Musketeers. Eind mei 1916 vertrok het echtpaar Gleizes met de Alfonso XIII naar Barcelona, waar zij oude bekenden tegenkwamen: Picabia, zijn vrouw Gabrielle Buffet en Marie Laurencin. Juliette was goed bekend in Barcelona, daar zij met haar vader, voorzitter van het bestuur van Compania Hidroeléctrica de Cataluña, veel in Barcelona was geweest. De familie vestigde zich in een flat van deze firma in de Carrer Balmes 22.

Via de vriendenkring kreeg Gleizes van 29 november t/m 12 december 1916 een expositie in Galerie Dalmau te Barcelona. Er werden 31 werken getoond. In twee artikelen in La Veu de Catalunya, n.l. op 11 en 18 december 1917, verdedigde Josep Dalmau zowel Gleizes als het kubisme.

Compositie (Madonna met kind), afmetingen: 146,4 x 114,6 cm

Op 16 december 1916 verlieten Albert en Juliette Gleizes Barcelona om via Cuba naar New York te gaan. Via Spanje en Portugal keerde Gleizes in 1919 terug naar Frankrijk, waar hij een appartement op de Boulevard Lannes huurde en het atelier van de overleden Raymond Duchamp-Villon te Puteaux. Vanaf 6 december 1921 had Gleizes hier op dinsdag en vrijdag twee leerlingen, n.l. Mainie Jellett en Evie Hone. Ook in zijn schilderijen trad een grote verandering op. Zie nevenstaand voorbeeld uit 1930 met de naam Compositie (Madonna met kind).

In 1920 verscheen van Gleizes het boek Du Cubisme et les moyens de le comprendre en in 1924 het artikel La peinture et ses lois: ce qui devant sortir du cubisme. Tijdens zijn verblijf in Zuid-Frankrijk in de zomer van 1926 kreeg de auto waarin Gleizes en zijn vrouw zaten een ongeluk. Gleizes werd uit de auto geslingerd en brak beide enkels. Hij lag daardoor veertien dagen in een kliniek in Toulon. In 1927 was Gleizes medeoprichter van een sociaalutopische gemeenschap van handwerkslieden en kunstenaars genaamd Moly-Sabata.

Hij schreef verschillende boeken over dit onderwerp. Vanaf 1939 leefde Gleizes teruggetrokken in de villa Les Méjades te Saint-Rèmy-de-Provence. In 1947 was er een retrospectieve expositie in de Chapelle du Lycée Ampère te Lyon. Op 23 juni 1953 stierf hij te Avignon.

Verdere informatie:

  • In 1957 verscheen postuum van Gleizes het boek Souvenirs: le Cubisme 1908-1914.
  • Een website met vele gegevens over Albert Gleizes in Frans of Engels is www.chez.com/gleizes/indexe.html
  • combinatieuitgave,  Peter Brooke voorkant biografie Peter Brooke In 2001 is een biografie van Albert Gleizes verschenen bij de Yale Presse d'Université geschreven door Peter Brooke onder de titel Albert Gleizes For and Against the Thentieth Century.
  • Peter Brooke zorgde ook voor de uitgave van teksten afkomstig van Gino Severini en Albert Gleizes bij de Londense uitgeverij Francis Boutle. Gebundeld waren From Cubism to Classicism van Severini en Painting and its Laws van Gleizes.
Tik op een nevenstaande knop voor werken van Gleizes.