Nederlanders en Zadkine.

De naamsbekendheid die Ossip Zadkine door opdrachten uit Nederland kreeg zorgde voor een toeloop van Nederlandse leerlingen bij zijn lessen tussen 1925 en 1957.
Belangrijk voor Zadkine waren o.a. de volgende Nederlanders.

Pierre Regnault

Dankzij de industrieel Pierre Alexander Regnault (1868-1954), die in Indië een verffabriek bezat, heeft het Stedelijk Museum het beeld Het hert uit 1923 sinds 1929 in bruikleen en sinds 1953 in eigendom en kunstwerken van anderen in het bezit, o.a. 8 Chagalls. Rond 1900 begon Regnault met het verzamelen van kunst. Via het tijdschrift Sélection, dat na 1926 Le Centaure heette, maakte Regnault kennis met het werk van Zadkine. Bij een bezoek aan Parijs in 1927 kocht Regnault voor het eerst twee gouaches van Zadkine, n.l. Trois nus uit 1925 en Nu assis uit 1926, die hij direct uitleende aan het Stedelijk Museum te Amsterdam. Zadkine, die in de zomer van 1927 het museum bezocht, was hierdoor zo getroffen, dat hij Regnault via een brief uitnodigde voor een bezoek aan zijn atelier in Parijs. Na regelmatige bezoeken aan het atelier van Zadkine kocht Regnault in 1929 het bovengenoemde hert. In totaal kocht Regnault minstens elf gouaches en 3 beelden van Zadkine en vijf werken van Zadkines vrouw Valentine Prax.

Jacob de Graaff (1873-1947)

Louise Bachiene en  Jacob de Graaff

Het oorspronkelijk Nederlands-Britse echtpaar Jacob de Graaff en Louise Bachiene schonk in het begin van de zestiger jaren o.a. 5 beelden van Zadkine aan de Hannema-de Stuers Fundatie te Heilo. Een groot deel van de verzameling De Graaff is te zien in het kasteelmuseum Het Nijenhuis in Heino. De Rotterdammer Jacob de Graaff woonde tot ongeveer 1925 in Londen, waar hij als graanhandelaar zaken deed. Hij bezat een landhuis bij het Zuid-franse Mont-de-Marsan (Les Landes) en op Goeree-Overflakkee. Tijdens de Eerste Wereldoorlog zette hij zich in voor naar Nederland gevluchte Vlaamse kunstenaars. Vlak voor de New Yorkse beurskrach en de daarop volgende economische crisis stopte hij met zaken en vestigde het echtpaar de Graaff zich in 1929 in Beaussiet, een dorpje vlakbij Mont-de-Marsan.

In 1933 werd daar in de tuin van de Graaff een door Zadkine gemaakte bronzen zonnewijzer geplaatst. Onder de sokkel werd een koker met een document en een fles Armagnac begraven. Bij deze plechtigheid waren ook Zadkine en zijn vrouw Valentine Prax aanwezig. De zonnewijzer werd door Louise de Graaff-Bachiene geschonken aan de Hannema-de Stuers Fundatie.

In december 1940 hielp Jacob de Graaff in Frankrijk Valentine Prax de demarcatielijn tussen het door Duitsland bezet gebied en de z.g. vrije zone over te komen. Op 17 september was Valentine naar Parijs vertrokken om de kunstwerken van Zadkine en van haar te redden en de atelierwoning in de Rue d'Assas in verband met de joodse achtergrond van Zadkine uit handen van de Duitsers te houden. Na het een en ander geregeld te hebben besloot Valentine zonder het noodzakelijke Ausweis te proberen over de demarcatiegrens te komen. In Mont-de-Marsan had zij iemand voor de illegale grensoverschrijding gevonden, maar deze liet het op het laatste moment afweten. Valentine zag kans om de Graaff, die net over de demarcatiegrens woonde, een bericht te sturen. Uiteindelijk kwam de Graaff met zijn chauffeur Edouard Candau met de auto naar de grens bij Mont-de-Marsan. De Graaff ging de grens naar bezet gebied over en op de terugweg was Valentine de verpleegster van de bijna blinde de Graaff. Daarna keerde Valentine terug bij Zadkine in Les Arques.

Hendrik Wiegersma

De Wieger, Deurne Hendrik Wiegersma en Ossip Zadkine, op de voorgrond Pieter Wiegersma, 1927

In het in 1976 geopende museum De Wieger te Deurne, de oorspronkelijke praktijk-atelier-woning, is de omvangrijke kunstverzameling van de arts-schilder Hendrik Wiegersma (1891-1969) onder gebracht. Wiegersma en zijn vrouw Nel leerden Zadkine denkelijk in 1925 kennen en hadden daarna een intensief contact met Zadkine. Tijdens de tentoonstelling van Zadkine in de Brusselse Galerie Le Centaure in 1925 kocht Wiegersma een gouache. In 1926 bezocht het echtpaar Wiegersma Zadkine in zijn atelier en kochten De waterdraagster (=La femme à la cruche). Het verhaal gaat, dat het echtpaar naar Parijs was gekomen om een vleugel te kopen. Zadkine en zijn vrouw Valentine Prax verbleven vanaf mei 1927 vaak bij deze familie, die ook in Parijs een geregelde gast werd. Uiteindelijk bezat Wiegersma negen beelden, twee gouaches en twee etsen van Zadkine. Zijn bezit stelde hij vaak ter beschikking voor tentoonstellingen in België en Nederland. In 1993 kocht het Musée Zadkine van een erfgenaam van Wiegersma het beeld Musicienne uit 1919.

Tentoonstelling Chez Zadkine

Singermuseum, 2003

Van 13 september 2003 t/m 11 januari 2004 werd in het Singermuseum te Laren de tentoonstelling Chez Zadkine, Zadkine en zijn Nederlandse leerlingen gehouden. Te zien waren ruim 10 beelden van Zadkine en een aantal werken van Nederlandse leerlingen. Helaas was slechts een enkel beeld met een duidelijke kubistische invloed. De meeste beelden waren van na 1945. Bij de tentoonstelling verschenen het boek Zadkine en zijn Nederlandse leerlingen, geschreven door Ingrid Brons en Miep Vlag (ISBN: 90-400-8874-8).

Laatste wijziging: 180911