Van de ateliers van Piet Mondriaan zijn diverse foto's bewaard gebleven. De foto's geven de ontwikkeling van Mondriaan op een andere manier weer. |
| Amsterdam | ||||||||||||||||||
![]() | Mondriaan woonde op tien verschillende adressen in Amsterdam. Meestal had hij een woning of (zolder)kamer met licht vanuit het noorden. Ook lag de huisvesting vaak boven een café. Dit kwam denkelijk doordat het gemakkelijker was voor een kunstenaar te leven met de overlast van een café. Zijn woningen waren hoofdzakelijk atelier. Gezelligheid zocht hij bij andere kunstenaars, zijn broers, in kunstenaarscafé's en bij kunstenaarsverenigingen. In 1892 schreef Mondriaan zich in aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam. Hij voorzag in zijn onderhoud door het kopieëren van schilderijen uit musea voor particulieren en bacterieplaten voor de Universiteit van Leiden. | |||||||||||||||||
| Uden | ||||||||||||||||||
![]() | Mondriaan verbleef op voorstel van zijn jeugdvriend Albert van den Briel ongeveer een jaar (18 januari 1904 - 22 februari 1905) in Uden, Noord-Brabant. (Volgens Mary Winters in het Brabants Dagblad van 25 mei 1994 was het 27 januari 1905.) Mondriaans atelier was in de St. Jansstraat in het tweede huis rechts op de foto. Hij huurde een gedeelte van het huis van de Joodse veehandelaar Louis van Zwanenbergh. In het weekend maakte Mondriaan samen met zijn vriend Albert van der Briel, die werkte op de houtvesterij De Esbeek bij Hilvarenbeek, vele fietstochten in Brabant. | |||||||||||||||||
| Amsterdam | ||||||||||||||||||
![]() | Mondriaan keerde in 1905 terug naar Amsterdam en werd daar bestuurslid, bibliothecaris en archivaris van de op moderne kunst gerichte vereniging St. Lucas. Hij had een kamer op de zolderverdieping van een huis op het Rembrandtplein 10; nummer 8 op de plattegrond van Amsterdam. | |||||||||||||||||
| Saasveld | ||||||||||||||||||
![]() |
Van augustus 1906 tot de zomer van 1907 schilderde Mondriaan bij Saasveld, een dorp op ongeveer 7 km noordelijk van Hengelo. Samen met de kunstenaar Albert Hulshoff Pol (1883-1957) verbleef Mondriaan in nevenstaande boerderij, die van een oom van Albert was. In een bijgebouwtje mochten zij een atelier inrichten. | |||||||||||||||||
| Amsterdam | ||||||||||||||||||
![]() |
Atelierwoning aan de Sarphatipark 42, ca. 1908; nummer 10 op de plattegrond van Amsterdam. Hier schilderde Mondriaan voor het eerst zijn atelier wit en zwart. Boven de lambrisering werd alles wit geverfd en de houten vloer werd zwart geverfd. | |||||||||||||||||
| Parijs | ||||||||||||||||||
![]() | Volgens de catalogus van de Salon des Indépendant verbleef Mondriaan in maart 1912 op Avenue du Maine 33, het adres van Conrad Kickert in Parijs. Op 11 mei 1912 liet Mondriaan zich op de burgelijke stand van Parijs inschrijven op Rue du Départ 26. Dit was een pas klaargekomen gebouw met woningen met atelier. In het nieuwe gebouw kwamen ook Conrad Kickert, Lodewijk Schelfhout en Diego Rivera wonen. Mondriaan had de bovenste verdieping. In mei 1912 bezochten Jacoba van Heemskerck en Marie Tak van Poortvliet de atelierwoningen van Mondriaan, Kickert en Schelfhout. | |||||||||||||||||
| Nederland: 1914-1919 | ||||||||||||||||||
![]() | In de zomer van 1914 bracht Mondriaan een bezoek aan zijn ernstig zieke vader in Arnhem. Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog keerde Mondriaan niet terug naar Parijs. De conciërge bewaarde voor Mondriaan de achtergelaten schilderijen. In Nederland verbleef Mondriaan enige tijd in Domburg, daarna bij vrienden en familie en vanaf januari 1915 in het pension De Linden van Catharine Hannaert op de Oude Naarderweg 12 in Laren. Hier woonde en werkte Mondriaan in het buitenhuis van Catharina Hannaert. Daar het huis aan de Paviljoensweg 's zomers aan betalende gasten werd verhuurd verhuisde Mondriaan in juli naar de boerderijwoning van Jacob en Maaike van Domselaer aan de Pijlsteeg. | |||||||||||||||||
| Parijs | ||||||||||||||||||
![]() | Nadat Mondriaan in juni terugkeerde in Parijs huurde hij op zijn oude adres, Rue du Départ 26, een atelier, dat vanaf december 1918 gehuurd was geweest door Martha Donas. Op 1 november 1919 betrok Mondriaan een eigen atelierwoning in de Rue de Coulmiers 5, Parijs, en laat de atelierwoning in de Rue du Départ achter aan de familie Kickert, die sinds de herfst van 1919 al de slaapkamer bewoonde. Ook in de Rue de Coulmiers ging Mondriaan ertoe over om zijn neo-plastische principes toe te passen op het interieur door het aanbrengen van kleurvlakken op de muren. | |||||||||||||||||
![]() | Naar aanleiding van beschrijvingen heeft de schrijver Carel Blotkamp een reconstructie gemaakt. | |||||||||||||||||
![]() | Op 22 oktober 1921 keerde Mondriaan terug naar de Rue du Départ 26 in een grotere atelierwoning, die achtergelaten werd door de naar Nederland terugkerende Nederlanders Willem en Tonia Stieltjes. Hij richtte het op een provisorische manier in volgens de neoplastische principes, maar gaf in 1924-1925 zijn atelier een grote opknap beurt waarbij ook de muren werden geschilderd. Zelfs zijn grammofoon had hij rood geschilderd. In 1926 begon Mondriaan foto's te publiceren van zijn atelier. Uit deze foto's bleek dat Mondriaan zijn inrichting, in het bijzonder zijn wanden, voortdurend veranderde. De huur van het atelier werd medebetaald door bijdragen van vrienden, o.a. Rinus Ritsema van Eck, Peter Alma, Salomon Slijper, Stieltjes en Steenhof. In 1923 logeerden Theo en Nelly van Doesburg herhaaldelijk bij Mondriaan, n.l. enkele dagen in begin mei, van 15 oktober t/m 14 november in verband met de tentoonstelling van De Stijl in Galerie L'Effort Moderne en van 6 december 1923 t/m januari 1924.
![]() Indeling van het appartement. ![]() Fotomontage in de Telegraaf van 12 september 1926 Tijdens een bezoek van enkele weken van de Belgische kunstenaar en mede-oprichter van De Stijl, Georges Vantongerloo, en zijn vrouw in juni 1925 werden de muren van het atelier tot het plafond geschilderd. Na hun vertrek ging Mondriaan door met het aanbrengen van gekleurde vierkanten op de muren. Op de website van de Stichting Reconstructie Atelier Mondriaan (=STAM) kunt u veel informatie over dit atelier vinden. ![]() In 1936 moest Mondriaan het pand verlaten, daar het werd afgebroken voor een uitbreiding van het Gare Montparnasse. Van 4 maart 1936 tot 21 september 1938 woonde Mondriaan op de Boulevard Raspail 278 in Parijs. Zijn atelier lag tussen de huizen. Londen | Op 21 september 1938 verhuisde Mondriaan naar Londen. Hij verbleef tot half september 1940 op de Park Hill Road 60 in de Londense wijk Hampstead. Hij woonde daar in huis bij Ben Nicholson en Barbara Hepworth. Parijs | In augustus 1939 keerde Mondriaan voor een korte periode terug naar Parijs. Tijdens dit korte verblijf ruimde hij zijn atelier leeg. Het atelier werd volledig gereconstrueerd voor de tentoonstelling Mondriaans Atelier Aardsch Paradijs, die van 17 december 1994 t/m 5 februari 1995 werd gehouden in de Beurs van Berlage te Amsterdam. New York |
![]() Op 3 oktober 1940 kwam Mondraan aan in New York. De schilder Harry Holtzman haalde hem af en bracht hem naar de Beekman Tower op de East 49th Street en daarna naar zijn zomerhuisje in Berkshires. Spoedig kon Mondriaan met financiële hulp van Holtzman, die de huur groot $ 660 per jaar betaalde, vestigen op East 56th Street 353. Op 22 oktober 1940 beschikte Mondriaan over schildermateriaal en begon hij aan het schilderij New York. ![]() In New York verhuisde hij op 1 oktober 1943 naar een grotere appartement op East 59th Street 15, waar de huur $ 720 per jaar bedroeg. Mondriaan stierf op 1 februari 1944 in het ziekenhuis. Zijn erfgenaam, Harry Holtzman, bood belangstellenden gelegenheid om het artelier te bekijken. Het liep storm. |