Jean Dominique Antony Metzinger werd op 24 (andere bron: 25) juni 1883 geboren te Nantes. Rond 1900 bezocht Metzinger de kunstacademie van Nantes. In 1903 verhuisde hij naar Parijs, waar hij in hetzelfde jaar werken tentoonstelde op de Salon des Indépendants. Zijn werken toonden de invloed van Seurat en Signac. In 1906 leerde Metzinger Robert Delaunay kennen. Behalve als schilder in een fauvistische stijl was hij actief als schrijver en publiceerde gedichten. In 1907 ontmoette hij de schrijver Max Jacob, die hem introduceerde bij Guillaume Apollinaire en zijn vrienden Georges Braque en Pablo Picasso.
Vanaf 1908 sloot hij zich aan bij de kubisten Pablo Picasso en Georges Braque. Hij nam samen met Albert Gleizes en Henri le Fauconnier deel aan de tentoonstelling Salon d'Automne in 1910 en de Salon des Indépendants in 1911 en Section d'Or.
Op 30 december 1909 trouwde Metzinger met Lucie Soubiron. In 1910 en 1911 schreef hij diverse artikelen over kunst. In september 1911 verscheen in Paris Journal het artikel Cubisme et Tradition. Met het artikel Note sur la Peinture in 1910 in het tijdschrift Pan was hij de eerste die het ontbreken van perspectief in de schilderijen van Picasso en Braque beschreef. Metzinger was een regelmatige bezoeker van Picasso's atelier in het ateliergebouw Le Bateau Lavoir. Samen met Albert Gleizes schreef hij in 1912 het boek 'Du Cubisme', het eerste theoretisch werk over het kubisme. In de lente van 1912 verhuisde Metzinger naar Meudon.
Ook in 1913 nam hij deel aan de 'Salon d'Automne'. In dat zelfde jaar hingen ook werken van hem bij 'Der Sturm' tijdens de Erster Deutscher Herbstsalon in Berlijn en exposeerde hij samen met Gleizes en Léger in de Galerie Berthe Weill te Parijs. Een groot aantal werken werden in de Verenigde Staten verkocht na de tentoonstellingen in Milwaukee (1913) en New York (1915).
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd hij opgeroepen voor militaire dienst. Metzinger verbleef enige tijd bij Juan Gris, die Parijs ontvlucht was wegens de beschietingen van Parijs, in Beaulieu-les-Loches. In oktober 1918 verloor hij zijn vrouw door de Spaanse griep. In 1919 keerde hij terug naar Parijs. Op 14 maart 1929 trouwde Metzinger met Suzanne Phocas (1897-1984), die ook schilderde. Zij maakte in 1926 het nevenstaande portret van Metzinger, dat nu in het Musée d'Art Moderne de la Ville de Paris te Parijs hangt.
Na 1927 kwamen sporen van het kubisme weer terug in zijn werken. Metzinger had exposities in Londen (1930: Leister Galleries; 1932: Hanover Gallery) en Chicago (1953: Arts Club of Chicago). Jean Metzinger stierf te Parijs op 3 (andere bron: 1) november 1956.
| Tik op nevenstaande knop voor werken van Jean Metzinger. | ![]() |