Kazimir Malevich (1879-1935).

Kazimir Malevich, 1912

De Russische schilder Kazimir Severinovich Malevich (ook geschreven als Malewitsch, Malewitz, Malevitch of Malevitsj) werd op 11 februari 1879 [Pas in 2004 vastgesteld dat 1878 onjuist was] te Kiev geboren. Zijn vader, Severin Antonovich, werkte in een suikerfabriek en was net als Kazimirs moeder, Lyudviga Aleksandrovna, afkomstig uit Polen. Rond 1893 begon Kazimir te schilderen en toen de familie in 1896 naar Kursk verhuisde vormde Malevich met andere kunstenaars een ateliergemeenschap en leerde hij academisch gevormde schilders kennen.

Malevich werkte enkele jaren als technisch tekenaar bij de spoorwegen om geld voor de reis naar Moskou en de studie te verdienen. In 1899 trouwde Malevich met de arts Kazimira Ivanova Zgleits, waarvan hij in 1909 zou scheiden. In de herfst van 1904 reisde hij naar Moskou en nam hij schilderles bij Fjodor(Fedor) Herberg. De zomer van 1905 bracht hij door in Kursk. In 1907 nam Malevich met twee schetsen deel aan de 14de tentoonstelling van het Moskouse Kunstenaarsgenootschap. Ook Natalya Goncharova en Mikhail Larionov namen deel aan deze tentoonstelling. In april-mei 1907 zag Malevich in Moskou een grote inzending moderne Franse kunst op de tentoonstelling Gulden Vlies. Te zien waren werken van Georges Braque, Paul Cézanne, André Derain, Paul Gauguin, Albert Gleizes, Henri le Fauconnier, Henri Matisse, Jean Metzinger, Kees van Dongen en van Gogh. In januari en februari 1909 waren de eerste kubistische werken van Braque te zien op de tweede tentoonstelling van het Gulden Vlies. Ook zag Malevich de Franse impressionistische schilderijen in privé-collecties van de stoffenhandelaar Sergei Sjtsjukin (1854-1936) en de textielfabrikant Iwan Morosov (1871-1921).

In december 1910 nam Malevich deel aan de door Larionov en Goncharova opgezette tentoonstelling Ruitenboer. Op zoek naar nieuwe vormen van expressie bestudeerde Malevich na 1910 o.a. primitieve kunst en de fauvisten. In 1912 werd in de werken van Malevich de kubistische vormgeving zichtbaar, die zich ontwikkelde in het z.g. cubo-futurisme. Malevich nam in 1912 o.a. deel aan de vijfde tentoonstelling van de Soyuz Molodezhi (=Jeugdbond) te Sint Petersburg.

Overwinning op de zon, december 1913

In juli 1913 werd Malevich uitgenodigd de decors en de kostuums voor een opera te maken. Samen met de schrijvers Khlebnikov en Kruchenykh en de componist Matyushin maakte Malevich de opera Pobeda nad Solntsem (=De Overwinning op de Zon). Op 3 en 5 december 1913 werd de opera opgevoerd in het Lunaparktheater te Sint Petersburg.

Ruitenboer, februari 1914

In februari 1914 nam Malevich met vier werken deel aan de vierde tentoonstelling van de Ruitenboer en in maart-april met drie werken op uitnodiging van N.K. Kulbin aan de Salon des Indépendants te Parijs. Ook ontmoette Malevich de dichter Marinetti, de leider van het futurisme, bij zijn bezoek aan Moskou. In hetzelfde jaar kwamen monochrome vierkanten en rechthoeken in de schilderijen van Malevich te voorschijn als voorloper van de objectloze schilderijen van eind 1915.

0.10, 1916

In maart-april 1915 nam Malevich deel aan de door Iwan Puni en zijn vrouw, Boguslawskaja, georganiseerde tentoonstelling Tramlijn V: Eerste Futuristische Tentoonstelling in Petrograd (=St. Petersburg van 1918-1924) met o.a. Vliegenier, Dame bij reclamezuil, Dame in Tram en Engelsman in Moskou. Andere deelnemers waren Ivan Klyun, Liubov Popova, Nadeshda Udaltsova en Aleksandra Exter.

0.10, 1916

In december 1915 exposeerde Malevich 39 non-figuratieve werken op de door Puni georganiseerde tentoonstelling O-10, de Laatste Futuristische tentoonstelling, die gehouden werd in de galerie van Nadeshda Dobytshina (ook geschreven Dobychina) te Petrograd van 19 december 1915 (= 1 januari 1916 onze kalender. Tot 1917 had Rusland de Juliaanse kalender, die 13 dagen verschilde met onze Gregoriaanse kalender) t/m 19 januari 1916. Malevich schreef bij zijn presentatie van werken het pamflet Ot kubizma k suprematizmu (=Van kubisme naar suprematisme. Een nieuw schilderkundig realisme). Op 12 januari 1916 hield Malevich een lezing over zijn nieuwe zienswijze op schildersgebied in de concertzaal van het Tenishevo College. Van juni 1916 tot september 1917 bracht Malevich zijn militaire dienst door in Smolensk.

Malevich en Una, 1922

Na de Russische Februarirevolutie in 1917 werd Malevich lid van de 'Vereniging van linkse kunstenaars' en aangesteld aan de nieuw opgerichte Staatskunstateliers in Moskou en Petrograd. In september 1919 ging hij naar de door Marc Chagall geleide kunstschool Unovis in Vitebsk. In deze plaats publiceerde Malevich voor het eerst zijn kunsttheorie in 'Over de nieuwe systemen in de kunst'. Meningsverschillen zorgden ervoor dat Malevich, zijn tweedevrouw, Sofia Rafalovich, waarmee hij in 1909 getrouwd was, en zijn in 1920 geboren dochter Una in 1922 naar Petrograd verhuisden. Van september 1923 tot februari 1926 was Malevich directeur van de bij het Museum voor Artistieke Cultuur (MKhK) te Petrograd opgerichte wetenschappelijke afdeling. Hij deed daar onderzoek naar nieuwe technieken en materialen. In 1925 stierf zijn vrouw Sofia aan tuberculose en verscheen van hem Inleiding tot de theorie van additieve elementen in de schilderkunst. Na de dood van Lenin in 1924 zorgde Stalins dictatuur ervoor dat kunst een propagandamiddel werd en de voorstellingsloze kunst in ongenade viel.

Grote Berlijnse Kunsttentoonstelling, 7-5/30-9 1927

Op 8 maart 1927 reisde Malevich via Warschau, waar hij tot 29 maart verbleef, naar Berlijn. Op de 'Grosse Berliner Kunstausstellung' van 7 mei t/m 30 september 1927 exposeerde hij zijn werken in een aparte zaal. Daar hij op 5 juni 1927 wegens het verlopen van zijn visum moest terugkeren naar Leningrad en verwachtte het volgend jaar terug te komen liet hij zijn manuscript van een publicatie over het suprematisme in een Bauhaus-publicatie en zijn niet tentoongestelde kunstonderwijskaarten achter bij de familie Von Riesen in Berlijn. Ir. Gustav von Riesen had met zijn gezin tot 1915 in Moskou gewoond en zijn zoon, de schilder Alexander (1892-1964), hielp Malevich als tolk en vertaalde Malevichs teksten. Malevichs schilderijen kwamen tenslotte terecht in het Provinzial-Museum te Hannover. De achtergebleven collectie kwam voor een deel in het bezit van het Museum of Modern Art te New York, maar het grootste deel werd via de architect Hugo Häring (1882-1958), de curator van de Berlijnse tentoonstelling, in 1957 door de inspanning van Willem Sandberg uitgeleend aan en tenslotte gekocht door het Stedelijk Museum te Amsterdam. Dit is de grootste collectie van Malevich buiten Rusland. In 1953 werd in de kelder van het gebombardeerd huis van de familie Von Riesen in Berlijn de map, die Malevich in bewaring had gegeven aan Gustav von Riesen, onbeschadigd teruggevonden.

mei 1935 15 mei 1935 Portret, afm.: 101 x 71 cm, 1934

Terug in Rusland trouwde Malevich in juli 1927 met Natalia Andreyevna Manchenko en maakte Malevich meer naturistische werken. Malevich werd in september 1930 gearresteerd en langdurig ondervraagd, maar in december weer vrijgelaten. Malevich overleed op 15 mei 1935 te Leningrad aan kanker en werd op 21 mei in Moskou gecremeerd. Op 29 mei 1935 tekenden zijn erfgenamen, n.l. zijn vrouw Natalia Andreyevna (-1990), zijn dochter Una Kazimirovna (1920-1989), zijn moeder Lyudviga Alexandrovna (-1942), zijn dochter Galina Sokolova-Kazimirovna (-1973) uit Malevichs eerste huwelijk en haar kinderen, dus zijn kleinkinderen, Igor Nikolaevich Sokolov (1922-1943) en Ninel Nikolaevna Bikova-Sokolov (1927-2000), een certificaat waarin zij de erfenis verdeelden. In maart 1936 gaven zij, met uitzondering van Igor, 86 schilderijen en 8 tekeningen in depot aan het Russisch Museum.

Aanspraken erfgenamen op de werken in het Russisch Museum te Leningrad

Nadat het IJzeren gordijn voor het grote deel verdwenen was werd duidelijk hoe de gang van zaken was geweest. In 1973 vroegen Malivich dochter Una Oeriman en kleindochter Ninel Bikova de teruggave van de werken in het Russisch Museum. Nadat het verzoek herhaaldelijk was afgewezen richtten zij zich in 1976 tot het Ministerie van Cultuur. In plaats dat de erfgenamen de werken kregen, moesten zij een contract ondertekenen, waarin zij de werken afstonden aan het Russisch Museum en daarvoor elk 7000 roebel kregen. Op 24 augustus 1976 werd door de drie nog levende erfgenamen, Natalia Malevich, Una en Ninel, de afgedwongen schenking vastgelegd.

In een brief van 30 mei 1988 vroeg Malevichs dochter Una, niet wetend dat spoedig een tentoonstelling zou komen, aan de directeur van het Stedelijk Museum, Wim Beeren, een officiële uitnodiging te sturen om haar vaders werken in Amsterdam te kunnen bekijken. Zonder uitnodiging zou zij geen toestemming voor de reis krijgen. Na overleg met de Russische autoriteiten werd de brief voorlopig niet beantwoord. Pas op 10 februari 1989 nodigde Beeren Una uit om van 2 t/m 5 mei in Amsterdam aanwezig te zijn om de feestelijke opening op 4 mei bij te wonen. Op 5 maart 1989 overleed Una in Nebitdag (Turlmenistan).

In 1990 sloten de erfgenamen een driejarig contract met het Ministerie van Cultuur om te proberen de werken, die in 1927 waren achtergebleven in Duitsland, terug te krijgen. In maart 1991 werd de claim via het Ministerie neergelegd bij het Stedelijk Museum, maar door de directeur, Wim Beeren, afgewezen. De erfgenamen besloten, toen zij geen resultaat zagen, in het Westen hulp te zoeken. Via Jen Lissitzky, de zoon van El Lissitzky en Sophie Küppers, die opzoek was naar de verdwenen kunstverzameling van zijn moeder, zocht Clemens Toussaint in 1992 contact met de erfgenamen. De kunsthistoricus Toussaint, die zich had gespecialiseerd in het opsporen van kunstwerken, was bij zijn naspeuringen een brief van Alexander Dorner tegengekomen over zijn bruiklenen aan Busch-Reisinger Museum te Cambridge (Massachusetts, USA), een onderdeel van de Harvard-universiteit. In september 1993 werd namens de erfgenamen een claim neergelegd bij het Museum of Modern Art. Zie verder de webpagina Malevich en het Museum of Modern Art.

Aanspraken erfgenamen op de werken in het Busch-Reisinger Museum te Cambridge

Suprematisch schilderij; rechthoek en cirkel, afm.: 43,2 x 30,7 cm, 1915

De erfgenamen legden met medewerking van Toussaint ook een claim neer bij het Busch-Reisinger Museum, waar Alexander Dorner in 1956 het nevenstaande schilderij Suprematisch schilderij; rechthoek en cirkel uit 1915 en een tekening in bruikleen had gegeven met de uitdrukkelijke eis deze werken te zijner tijd aan de rechtmatige erfgenamen terug te geven. In december 1999 werden de twee werken teruggegeven aan de erfgenamen. De tekening werd aarop aan het museum geschonken. Het schilderij werd op 6 mei 2003 geveild bij Sotheby's, maar werd niet verkocht. Begonnen bij $ 4 miljoen stopte de veiling bij $ 4,6 miljoen en haalde daarmee niet de verwachte minimumopbrengst van $ 5 miljoen. Volgens het boek van Lien Heyting zou het doek verkocht zijn aan een Amerikaanse kunstverzamelaar.

Via het Engelstalige artikel Clemens Toussaint, the devil and the artdetective geschreven door Marc Spiegler kunt u achtergrond informatie over Toussaint lezen. Een kritisch geluid is ook te lezen in het artikel Wie houdt het meest van Malevitsj? van Hella Rottenberg op de website van De Volkskrant.

Nikolai Khardzhiev

Malevich en Khardzhiev

In 1993 werd door de emigratie van Russische historicus en verzamelaar Nikolai Ivanovich Khardzhiev [ook geschreven Chardschijew] (1903-1996) en zijn sinds 1953 tweede echtgenote, de beeldhouwster Lydia Chaga (-1995), uit de voormalige Sovjet Unie naar Nederland meer bekend over Malevich en andere Russische avant-garde kunstenaars. Hij bracht naast ongeveer 1350 kunstwerken ook zeer vele brieven en andere documentatie mee. Khardzhiev, die een biografie van Malevich wilde schrijven, bezocht in de vijftiger jaren vele malen Natalia Malevich. Op 13 oktober 1957 vertelde zij, dat Malevichs broer Myachislav een kleine maar waardevolle verzameling van Malevichs werken bezat. Het is niet bekend of Khardzhiev via Myachislav werken heeft verkregen. Bij het uitvoeren van de werken speelde Galerie Gmurzynska uit Keulen misschien een bedenkelijke rol.

Tentoonstelling Stedelijk Museum

Van 5 maart t/m 29 mei 1989 werd de grote tentoonstelling Kazimir Malevich 1878-1935 gehouden in het Stedelijk Museum te Amsterdam. Dezelfde tentoonstelling werd eerder gehouden in het Staats Russisch Museum te Leningrad van 10 november t/m 18 december 1988 en in de Tretyakov Galerij te Moskou van 29 december 1988 t/m 10 februari 1989. De tentoongestelde werken waren afkomstig uit de drie musea. De tentoonstelling was een samenwerking van het Sovjetministerie van Cultuur en het Stedelijk Museum.

Tik op nevenstaande knop voor werken van Malevich.
Laatste wijziging: 090411