Roger de la Fresnaye (1885-1925).

Roger de la Fresnaye

Roger Noël François André de la Fresnaye werd geboren op 11 juli 1885 te Le Mans. Zijn vader, Christian André de la Fresnaye was officier in het leger en gelegerd bij het artileriegarnizoen te Le Mans. De familie bezat een château te Falaise. Tijdens zijn vroege jeugd verbleef Roger 's winters in Cannes met een huisonderwijzer en 's zomers bij familie in Beauvernay (Loire). Toen Roger het lyceum zou gaan bezoeken, vestigde het gezin zich in Parijs. Vanaf 9 maart 1903 bezocht hij de Academie Julian, die voor vele schilders een voorbereiding was voor de officiële kunstacademie. Hier ontmoette Roger de kunstenaars Luc-Albert Moreau (1882-1948), Paul Vera (1882-1957), André Dunoyer de Segonzac (1884-1974), Robert Lobiron, Jean-Louis Boussingault (1883-1943) en vele anderen. In november 1904 startte de la Fresnaye met zijn opleiding aan l'école des Beaux-Arts, maar daar kwam in oktober 1905 een voorlopig einde aan door zijn militaire dienst bij het vijfde regiment van de infanterie, gelegerd in Falaise. In juli 1906 werd hij afgekeurd na een ernstige longontsteking en vervolgde de la Fresnaye zijn studie aan l'école des Beaux-Arts. In oktober 1908 stapte de la Fresnaye over naar de pas geopende Académie Ranson.

Atelier van Roger de la Fresnaye in Beauvernay

Op aandringen van zijn vriend Paul Vera bezocht de la Fresnaye de Salon d'Automne van 1908. In de zomer van 1909 maakte de la Fresnaye een fietstocht door Bretagne en in de herfst bracht hij samen met Jean-Louis Gampert (1884-1942), die ook de Académie Ranson volgde, een bezoek aan Duitsland, waar ze o.a. München bezochten. In 1910 verhuisde de la Fresnaye naar een atelierwoning in de Rue des Sablons, waar hij hoofdzakelijk door-de-weeks verbleef. In het weekend en op feestdagen verbleef hij vaak in zijn oude atelier in Beauvernay. In 1910 nam hij met het schilderij Eve assise deel aan de 'Salon des Indépendants' en met l'homme buvant et chantant aan de Salon d'Automne. Tijdens een cursus voor ruimtelijke werken bij Aristide Maillol (1861-1944) aan de Académie la Grande Chaumière in de winter van 1910-1911 leerde de la Fresnaye o.a. Raymond Duchamp-Villon kennen. Via hem kwam de la Fresnaye in aanraking met de kubisten. In 1911 sloot hij vriendschap met Jacques Villon en Albert Gleizes. De la Fresnaye bezocht de bijeenkomsten op maandagavond bij Gleizes in Courbevoie, waardoor hij deel ging uitmaken van de groep La Section d'Or. In 1912 werkte hij mee aan La maison cubiste op de Salon d'Automne. Vanaf 1913 nam hij aan de zijde van Georges Braque deel aan het kubisme. Niet formeel daar zijn onderwerpen aan het leven waren onttrokken.

In 1913 werd de la Fresnaye lid van de toelatingscommissie van de Salon d'Automne. Van 20 april t/m 3 mei 1914 had de la Fresnaye zijn eerste solotentoonstelling in Galerie Levesque met 47 schilderijen, 16 tekeningen en 12 aquarellen. Roger Allard schreef het voorwoord in de catalogus. Op de Salon des Indépendants van 1914 hingen La Conquête de l'air uit 1913, Le Quatorze Juillet uit 1913 en L'Artillerie uit 1913 en Seated Man. Roger Allard schreef ook nog een vleiend artikel over Le Frasnaye in Les Ecrits Français van 5 mei 1914.

Roger de la Fresnaye in Noyon, 1918

In 1914 werd hij wegens de afkeuring in juli 1906 niet gemobiliseerd, maar op 7 september 1914 voegde hij zich bij zijn oude regiment in Falaise en verbleef hij aan het front. In september 1915 was hij enkele dagen met verlof in Parijs en keerde daarna terug naar het front, waar hij bevorderd werd tot sergeant. In juli 1917 werd hij gevraagd over te stappen naar een eenheid onder leiding van André Dunoyer de Segonzac, die camouflage voor het leger verzorgde in Noyon. Hij bleef echter bij zijn eenheid en op 11 september 1918 kreeg hij kort na elkaar twee longbloedingen in de loopgraaf en werd hij met spoed overgebracht naar een ziekenhuis in Tours. Tot eind oktober moest hij in bed blijven, waarna hij vijftien maanden wegens tuberculose in het sanatorium Beaulieu te Cambo (50 km westelijk van Nîmes) verbleef. In de zomer van 1919 ging hij naar een sanatorium in Durtol, een voorstad van Clermont-Ferrand. Zijn gezondheid ging sterk op en neer.

Gampert, Valentine Hugo-Gross en Roger de la Fresnaye in Grasse, 23 jan 1920

Vergezeld van zijn vriend Gampert had de la Fresnaye in oktober 1919 een kort verblijf in de Rue Boissière te Parijs, waarna de la Fresnaye in verband met zijn tuberculose naar Grasse, een plaats vlakbij Cannes, verhuisde. Daar kwamen vele vrienden uit zijn tijd aan de Académie Julian en de Académie Ranson hem opzoeken. Jean Hugo (1894-1984) en zijn vrouw Valentine Gross (1887-1968) [in het midden op nevenstaande foto], die samen met de La Fresnaye aan de l'école des Beaux-Arts had gestudeerd en voor de Eerste Wereldoorlog veel met hem omging, en Jean-Louis Gampert [links op nevenstaande foto] maakten vele gezamenlijke wandelingen met hem rond Grasse. Andere bezoekers waren Paul Vera, André Vera, André Mare, André Dunoyer de Segonzac en Robert Lotiron. In maart 1921 overleed de la Fresnayes vader en verbleef hij enige tijd in Parijs, waarna hij vanaf augustus 1921 in Beauvernay verbleef. Hier werd hij opnieuw ernstig ziek, waardoor hij maanden in bed verbleef. In juni 1922 werd de la Fresnaye opnieuw opgenomen in een sanatorium. Na ontslag uit het sanatorium sloot de la Fresnaye zijn atelierwoning in Parijs en vestigde hij zich in Villa Cresp te Grasse. Villa Cresp, gelegen aan de rand van Grasse, was eerder bewoond geweest door de couturier Paul Poiret. Daar stierf de la Fresnaye op 27 november 1925.

Wegens zijn duidelijke keuze voor de mens in zijn kubistische schilderijen wordt hij wel een humanistische kubist genoemd.

Tentoonstellingen

Van 2 t/m 18 december 1926 werd in Galerie Barbazanges te Parijs de Exposition retrospective des oeuvres de Roger de la Fresnaye gehouden. In 1950 werd in het Musée National d'Art Moderne, de voorloper van Centre Pompidou, van juli tot oktober opnieuw een uitgebreide retrospectieve tentoonstelling van Roger de la Freanaye gehouden. Daarna kwam de tentoonstelling Roger de la Fresnaye van november 1950 tot januari 1951 in Musée des Beaux Arts te Le Mans en in 1951 in Musée de Lyon.

Verzamelaars

Roger de la Fresnaye sloot geen contract met een kunsthandelaar en was daardoor afhankelijk van de verkoop van zijn werken. Hij had het geluk dat een kleine groep liefhebbers vele werken van hem kochten.

De Belgische verzamelaar René Gaffé, die in 1956 de monografie Roger de la Fresnaye schreef, had een aantal werken van de la Fresnaye. Op de veiling bij Cristie's te New York op 6 november 2001 werden ten bate van UNICEF 64 kunstwerken, waaronder 3 van de la Fresnaye, n.l. Nature morte, boite à the et pot à tabac voor $ 32.000, La Fumes dans l'abri voor $ 32.000 en L'Homme au foulard rouge voor $ 115.000 verkocht.

Georges de Miré, een neef van de la Fresnaye, had volgens het verderop genoemde boek van Germain Seligman 16 werken van de la Fresnaye, waarvan slecht 2 kubistisch. De broers Marcel en Henri Kapferer hadden samen 15 werken waarvan 8 min of meer kubistisch. Dr. Paul Chadourne, een kunsthistoricus en -criticus, had de meeste werken van de la Frasnaye, n.l. 37. Behalve het kubistisch schilderij Huwelijksleven had hij hoofdzakelijk tekeningen. Chardourne, die rond 1920 deel uit maakte van de Parijse DADA, had tevens een grote verzameling Afrikaanse en Oceanische kunst. De industrieel en kunstverzamelaar Pierre Lévy (1907-2002) had 12 werken, waarvan 6 kubistisch. In 1976 schonken Pierre Lévy en zijn vrouw Denise Lièvre 2000 kunstwerken, ongeveer 75% van hun kunstbezit, aan de stad Troyes. Andere kopers waren o.a. Paul Petit en Charles Pacquement.

Zie voor verdere informatie:

Boek: Roger de la Fresnaye, 1969

Germain Seligman: Roger de la Fresnaye, Neuchâtel 1969.
In dit boek verdeelde Seligman de werken in vier perioden: les années de formation, la période 1910-1914, les annéess de guerre en les dernièrs années, 1918-1925. In het boek zijn 634 werken aanwezig, waarvan ongeveer 155 olieverf op linnen, panel of papier. In 1911 begon de la Fresnaye met vroeg-kubistische landschappen in de buurt van La Ferté-sous-Jouarre. In 1912 was het schilderij Les Baigneurs het eerste kubistische werk. Daarna volgde nog ongeveer 30 kubistische schilderijen en enkele aquarellen. In 1917 maakte de la Fresnaye vooral kubistische aquarellen en tekeningen. In de periode 1920-1922 volgde nog een aantal kubistische werken naast meer realistische werken met menselijke figuren.

Tik op nevenstaande knop voor werken van Roger de la Fresnaye.
Laatste wijziging: 300311