Lyonel Feininger (1871-1956).

Lyonel Feininger

1936

Léonell Charles Adrian Feininger werd op 17 juli 1871 in New York geboren. Zijn Duitse ouders waren muzikanten, zijn vader, Karl, violist en componist, zijn moeder, Elisabeth Cecilia Lutz, zangeres en pianiste. Wegens de vele afwezigheid van zijn ouders als zij op tournee waren, verbleef Lyonel met zijn twee zussen vaak bij de familie Clapp in Connecticut. In 1887 reisde Lyonel zijn ouders naar Europa achterna en kwam hij op 25 oktober 1887 in Hamburg aan. Lyonel ging naar Duitsland voor een muzikale opleiding, daar zijn muzikaal talent al op zeer jeudige leeftijd zichtbaar was. Hij kon o.a. goed vioolspelen en componeerde voor piano en orgel. Hij koos echter voor een kunstopleiding in Hamburg en Berlijn (1887-1891) en aan de Académie Colarossi, te Parijs (nov. 1892 - mei 1893). In 1900 ontmoette Feininger de pianiste Clara Fürst, de dochter van de schilder Gustav Fürst en zus van de schilder Edmund Fürst (1874-), waar Feininger tijdens zijn verblijf in Berlijn mee bevriend was geraakt. Feininger trouwde met Clara in 1901 en het echtpaar kreeg op 14 december 1901 dochter Eleonore en op 18 december 1902 dochter Marianne.

Julia Lilienfeld

In 1905 ontmoette Feininger de getrouwde Julia Berg-Lilienfeld (1881-1970) en bezocht haar in februari 1906 in Weimar, waar zij studeerde. Vanaf mei verbleef Feininger bij Julia in Weimar en bezocht met haar de dorpen rond Weimar en maakte hij schetsen van de dorpen. Op 24 juli 1906 reisden Feininger en de zwangere Julia naar Parijs, waar op 27 december zoon Andreas Bernhard werd geboren. In september 1908 trouwden Feininger en Julia in Londen en het gezin vestigde zich daarna in de Königstraße 32 te Berlijn. Op 5 april 1909 werd zoon Laurence Karl Johann geboren en op 11 juni 1910 zoon Theodore Lux.

Boulevard Raspail 242, 1906

Van 1894 tot 1906 tekende Feininger voor diverse Duitse en Amerikaanse tijdschriften in Berlijn. Eind juli 1906 betrok Feininger een atelier aan de Boulevard Raspail 242 in Parijs, waar in 1912/13 ook Pablo Picasso woonde, en ging hij weer studeren aan de Académie Colarossi, waar hij Amedeo Modigliani ontmoette. Van 1906 tot 1908 was hij tekenaar voor Chicago Sunday Tribune en Le Témoin in Parijs. Hij ging om met Robert Delaunay en de andere kubisten. Pas op 21 april 1907 schilderde Feininger voor het eerst. Het resultaat was een stilleven.

29-4-1906 1906

Voor en na zijn verblijf in Parijs werkte Feininger in o.a. Weimar en Berlijn. In 1911 bezocht hij weer Parijs, o.a. omdat zes van zijn werken werden tentoongesteld op de Salon des Indépendants. Op dezelfde tentoonstelling vestigden de kubisten in zaal 41 de aandacht op zich. In 1912 schilderde Feininger Hohe Häuser I, zijn eerste werk in een andere stijl. Het schilderij gaf huizen in Montmartre weer. In een brief aan zijn jeugdvriend, de Amerikaanse schilder Alfred Vance Churchill, noemde hij zijn werkstijl liever Prisma-isme dan kubisme.

In een brief van 16 juli 1913 werd Feininger door Franz Marc op aanraden van Alfred Kubin uitgenodigd om samen met de Der Blaue Reiter te exposeren op de Erster Deutscher Herbstsalon in Berlijn. Het schilderij Hohe Häuser I was één van de vier schilderijen van Feininger, die tentoon werd gesteld en gekocht werd door Bernhard Koehler. (In 1945 ging het schilderij verloren.) Op deze tentoonstelling in de Potsdamer Straße lieten 90 kunstenaars hun werken zien.

Na de deelname van de Verenigde Staten aan de Eerste Wereldoorlog in april 1917 werd Feininger beperkingen op gelegd. Uitsluitend door de bemiddeling van Herwarth Walden kon Feiningen in de zomer van 1917 enige weken in de Harz, rond Braunlage, doorbrengen. In de loop van 1918 begon Feininger met houtsnijden. De reden was denkelijk het ontbreken of de slechte kwaliteit van verf, waardoor schilderen bijna niet mogelijk was. Op 18 mei 1918 richtte hij samen met Walter Gropius het 'Bauhaus' in Weimar op. Hij werd de leider van de grafische drukkerij. Door financiële problemen werd het Bauhaus in 1926 verplaatst naar Dessau. Feininger verhuisde mee, maar stopte met lesgeven. In 1929 kreeg Feininger de opdracht van de gemeente Halle enkele schilderijen van Halle te maken. Hij kreeg daarvoor een atelierruimte in de toren van het museun in Halle tot zijn beschikking. Zie ook de webpagina schilderijen naar foto's.

Masterpieces of Art Building, 1939

In 1936 nam Feininger de uitnodiging aan om les te komen geven aan het Mills College in Californië. Dit was mede door de vijandige houding van het Nazi-regiem ten opzichte van zijn werk en zijn joodse echtgenote Julia Lilienfeld. Op 10 juni 1937 verliet Feininger Duitsland. De Reichskulturkammer verwijderde zijn werken uit de musea en meer dan 400 werken behoorden tot de Entartete Kunst. In 1939 ontwierp Feininger de wandschildering Masterpieces of Art Building voor de New Yorkse wereldtentoonstelling.

In 1944 had Feininger samen met Marsden Hartley een grote retrospectieve tentoonstelling in het Museum of Modern Art te New York. Op 13 januari 1956 overleed Feininger in zijn New Yorkse woning.

Werken met kubistische invloed 1912-1920

kunstwerktiteljaarnu te zien in
Visser met blauwe vis, afm.: 56,5 x 74 cmVisser met blauwe vis1912
Badenden aan het strand, afm.: 50,5 x 65,7 cmBadenden aan het strand1912Buch-Reisinger Museum, Cambridge, Mass
Trompetblazers, afm.: 94 x 80,3 cmTrompetblazers1912
Dorp Alt-Sallenthin, afm.: 81 x 100,5 cmDorp Alt-Sallenthin1913Museum Folkwang, Essen
Wielrenners, afm.: 80,3 x 100,3 cmWielrenners1912National Gallery of Art, Washington D.C.
Hohe Häuser I, afm.: 100 x 80 cmHohe Häuser I1912Verzameling Bernhard Koehler, in 1945 verbrand.
Op het strandOp het strand 1913Musée National d'Art Moderne, Parijs
Hohe Häuser II, afm.: 100 x 80 cmHohe Häuser II1913Neuberger Museum, Purchase, NY
Brug I, afm.: 80 x 100,3 cmBrug I1913Washington University Gallery of Art, St. Louis, Miss
Gelmeroda III, afm.: 100 x 80 cmGelmeroda III1913Scottish National Gallery of Modern Art, Edinburgh
De raderboot I, afm.: 80 x 100 cmDe raderboot I1913
Umpferstedt I, afm.: 131,5 x 101 cmUmpferstedt I1914Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen, Düsseldorf
Weg, afm.: 80 x 100 cmWeg1915
Jesuïten, afm.: 75 x 60 cmJesuïten1915
Zelfportret, afm.: 100 x 80 cmZelfportret1915Sarah Campbell, Houston
Het plein, afm.: 74 x 90 cmHet plein1916Museum of Art Gallery, Leicester
Brug III, afm.: 80,5 x 100 cmBrug III1917Museum Ludwig, Keulen
Achter de kerk, afm.: 101 x 125,7 cmAchter de kerk1917Nalatenschap schilder
Zirchow VII, afm.: 80,7 x 100,6 cmZirchow VII1918National Gallery of Art, Washington D.C.
Dorp Neppermin, afm.: 80 x 100 cmDorp Neppermin1919
De rode clown, afm.: 72 x 62 cmDe rode clown1919
Het ateliervenster, afm.: 100 x 80 cmHet ateliervenster1919Wilhelm-Lehmbruck Museum, Duisburg
Viaduct, afm.: 101 x 86 cmViaduct1920Museum of Modern Art, New York
Steiger, afm.: 85,4 x 101 cmSteiger1920Acquavella Galleries, New York
Normandisch dorp II, afm.: 78 x 98 cmNormandisch dorp II1920Staatsgalerie Stuttgart

Werken met kubistische invloed 1921-1937

kunstwerktiteljaarnu te zien in
Architectuur II, afm.: 100 x 78 cmArchitectuur II (ook De man van Potin)1921Verzameling Thyssen-Bornemisza, Lugano
Mellingen VI, afm.: 79,4 x 100 cmMellingen VI1922
Dame in het paars, afm.: 100 x 80 cmDame in het paars1922
Wolken boven zee II, afm.: 36 x 60 cmWolken boven zee II1923
The Arch Tower IThe Arch Tower I1923Kunstmuseum, Bazel
Barfüsserkirche I, afm.: 100 x 80 cmBarfüsserkirche I1924Staatsgalerie Stuttgart
Toren II, afm.: 100 x 80 cmToren II1925Staatliche Kunsthalle, Karlsruhe
Wolk na de storm, afm.: 43,8 x 71,7 cmWolk na de storm1926Buch-Reisinger Museum, Cambridge, Mass
Gelmeroda IX, afm.: 100 x 80 cmGelmeroda IX1926Museum Folkwang, Essen
Schoener in de OostzeeSchoener in de OostzeeVerzameling Datsch-Benzinger, Bazel
De kruiser OdinDe kruiser Odin1927Museum of Modern Art, New York
Gelmeroda XII, afm.: 100 x 80 cmGelmeroda XII1929Museum of Art, Rhode Island School of Design
Brug V, afm.: 80 x 100 cmBrug V1929Philadelphia Museum of Art
Stille dag aan zee III, afm.: 49 x 36,2 cmStille dag aan zee III1929
Kerk aan de markt, afm.: 100 x 80 cmKerk aan de markt1929Kunsthalle, Mannheim
Regamündung III, afm.: 48 x 77 cmRegamündung III1929 - 1930Hamburger Kunsthalle
Marienkirche von Westen, Halle, afm.: 100,7 x 85 cmMarienkirche von Westen, Halle1930Bayerische Staatsgemäldesammlungen, München
De dom in Halle, afm.: 86,5 x 124,5 cmDe dom in Halle1931Staatliche Galerie Moritzburg, Halle
De dom in HalleDe dom in Halle1931
Straat in Treptow II, afm.: 80 x 100 cmStraat in Treptow II1932Verzameling Thyssen-Bornemisza, Lugano
De rode violist, afm.: 100 x 80 cmDe rode violist1934
Gelmeroda XIII, afm.: 100 x 80 cmGelmeroda XIII1936The Metropolitan Museum of Art, New York
Zwarte golf, afm.: 48 x 72 cmZwarte golf1937Kunsthalle, Emden

Tentoonstellingen

affiche 2006
  • Van 17 september t/m 19 november 2006 werd in het Von der Heydt Museum in Wuppertal de tentoonstelling Lyonel Feininger. Frühe Werke und Freunde gehouden.
  • Van 30 juni t/m 16 oktober 2011 werd in het Whitney Museum of American Art in New York City de tentoonstelling Lyonel Feininger at the edge of the world gehouden. Daarna ging de tentoonstelling naar het Montreal Museum of Fine Arts van 20 januari t/m 13 mei 2012.

    Tijdens de bovengenoemde tentoonstelling werd op 20 juli 2011 onder de titel The fine art of comics met de cartoontekenaars Gary Panter, Art Spiegelman en Chris Ware een discussieavond gehouden over de relatie tussen cartoons en kunst onder leiding van John Carlin.

  • Van 16 november 2013 t/m 16 februari 2014 werd in het Museum Behnhaus Drägerhaus in Lübeck de tentoonstelling Lyonel Feininger Lübeck-Lünebrug gehouden. Via internet is een indruk van de tentoonstelling te zien.

Bronnen en verdere informatie

boek, 2010
  • Ulrich Luckhardt: Lyonel Feininger, Bonn 1998, ISBN: 3-7913-2041-6.
  • Craig R. Whitney: ARTS ABROAD; Poetic Justice for an Artist Ridiculed by the Nazis in The New York Times van 9 september 1998.
  • De Duitstalige website Lyonel Feininger, eine Biografie.
  • Martin Fass: Lyonel Feininger und der Kubismus, Frankfurt am Main 1999, ISBN: 3-631-34143-1.
  • Lyonel Feininger. Die Halle-Bilder, München 2010, ISBN: 978-3-7774-2241-1.

Laatste wijziging: 250214