Henri le Fauconnier (1881-1946).

1881-1913

Henri Victor Gabriel Fauconnier werd op 5 juli 1881 geboren in Hesdin bij Calais als eerste kind van de arts Louis Fauconnier en Gabrielle Raux. In november 1900 verhuisde hij naar de Rue Visconti 19 te Parijs waar hij colleges volgde aan de École des Sciences Politiques en de École de Droit. In 1901 nam hij les in het atelier van Jean-Paul Laurens (1838-1921). In 1904 nam Fauconnier deel aan de Salon des Indépendants en in 1905 volgde hij de lessen op de Académie Julian. Hier ontmoette hij o.a. Roger de la Fresnaye, Luc-Albert Moreau (1882-1948) en André Dunoyer de Segonzac (1884-1974).

Het schoolmeisje, 73 x 92,5 cm, 1907

Fauconnier huurde een atelier in het Quartier Latin en veranderde zijn naam in Le Fauconnier. Hij bewonderde Maurice Denis en de Nabis en liet op de Salon des Indépendants impressionistische schilderijen zien. In 1906 volgde de in 1887 geboren Russin Maroussia Barannikoff, die later zijn vrouw zou worden, schilderlessen bij Le Fauconnier. In 1907 schilderde Fauconnier fauvistisch en ontmoet hij Robert Delaunay en Albert Gleizes.

Kubistische periode: 1907-1912

In de zomer van 1907 schilderde le Fauconnier in Ploumanach, Bretagne, de rotsen in een sterk vereenvoudigde vorm, met donkere kleuren. Samen met Gleizes en Jean Metzinger exposeerde hij tijdens de Salon d'Automne in 1910. Via kontakten met Duitse kunstenaars werd hij lid van de 'Neue Künstlervereinigung Munich'. Aan het eind van 1910 onmoette hij via Apollinaire Pablo Picasso en hingen zijn doeken samen met de werken van Gleizes en Metzinger in dezelfde zaal op de Salon d'Automne. Vanaf de herfst 1910 hield le Fauconnier bijeenkomsten voor schilders en schrijvers in zijn atelier in de Rue Visconti. Le Fauconnier deed in 1911 mee aan de eerste grote tentoonstelling van de kubisten in zaal 41 van de 'Salon des Indépendants'. Ook nam hij deel aan de 'Section d'Or'.

Moderne Kunstkring, 1912

In 1910 leerde le Fauconnier via de literaire avonden van Paul Fort in Closerie des Lilas de Nederlandse schilders Lodewijk Schelfhout en Conrad Kickert kennen. Dit contact zorgde voor de bekendheid van het kubisme in Nederland. Le Fauconnier werd door de Nederlanders gezien als de leider van de Montparnasse-groep, die verder nog bestond uit Léger, Metzinger, Gleizes, Delaunay en Archipenko. Volgens Le Fauconnier was de herkenbaarheid van de vorm en de gevoeligheid van de kunstenaar het belangrijkste. Apollinaire noemde dit cubisme physique. In januari 1912 hingen werken van Fauconnier op de 'Ruitenboer' tentoonstelling in Moskou. Tijdens zijn bezoek aan Moskou trouwde Le Fauconnier met Maroussia Barannikoff. In mei 1912 vertrok Le Fauconnier op aandringen van Schelfhout uit Parijs naar het landelijke Meulan-Hardricourt. Hier ontving hij de kunsthandelaar Wilhelm Uhde. Half augustus keerde Le Fauconnier terug naar Parijs en legde hij de laatste hand aan het schilderij Les Montagnards. Op de tentoonstelling van de Moderne Kunstkring in 1912 (6 oktober - 7 november) hingen 33 werken van Le Fauconnier. Op 27 oktober kwam Le Fauconnier voor een week naar Nederland.

In de nazomer van 1912 keerde hij zich al enigszins af van de kubisten. Het kubisme van de Montparnassegroep werd volgens hem te veel bepaald door theoretische constructies in plaats van door de weergave van een intuïtief innerlijk beeld, dat een visie van de werkelijkheid moest geven. In zijn artikel La sensibilité moderne et le tableau, geschreven voor de catalogus van de Moderne Kunstkring van 1912, kwam naar voren dat hij het meer geabstraheerde kubisme een dorre formule vond en de verregaande abstrahering van de ruimtelijke vormen een maniërisme. Op de Académie de la Palette gaf Le Fauconnier o.a. les aan Marc Chagall, Nadezhda Udaltsova, Véra Pestel en Liubov Popova.

1913-1946

Zijn stijl veranderde in de loop van 1912 in een gematigd figuratief expressionisme. Dit kwam mede door het advies van Schelfhout om zich te laten inspireren door de schoonheid van het platteland en Parijs te ontvluchten. De zomer van 1913 bracht le Fauconnier samen met Kickert en de schilder Yves Alix (1890-1969) door in Ploumanach.

Fam. Le Fauconnier in Bergen, 1919, villa De Ster in Park Meerwijk

Op uitnodiging van Kickert brachten le Fauconnier en Maroussia de zomer van 1914 door in Veere. Le Fauconnier en Kickert waren in juli-augustus 1914 voor het eerst op de Domburgse Zomertentoonstelling met schilderijen aanwezig. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was le Fauconnier in Nederland en hij bleef om zijn mobilisatie te ontlopen. In het najaar van 1914 vestigde het echtpaar le Fauconnier zich in Amsterdam. In 1915 had le Fauconnier een grote overzichtstentoonstelling bij de Rotterdansche Kunstkring en in 1917 een solotentoonstelling in Amsterdam. Jan Toorop schreef het voorwoord in de catalogus van de laatste tentoonstelling. Ook in 1917 nam Le Fauconnier deel aan de zomertentoonstelling te Domburg. In de zomer van 1919 verhuisde Le Fauconnier met zijn vrouw Maroussia naar Bergen (NH). In mei 1920 keerde hij samen met Maroussia terug naar de Rue Hallé te Parijs en ging hij weer les geven aan de Académie de la Palette.

De kunstverzamelaars Salomon (11/6/1874-11/5/1958) en Willem Wolff Beffie hadden volgens hun aankoopboek 226 werken van Le Fauconnier. Zij hadden ook 20 schilderijen en ongeveer 200 tekeningen van Jan Sluyters. Andere Nederlandse verzamelaars van werken van le Fauconnier waren Marie Tak van Poortvliet, Conrad Kickert en vanaf 1928 Mr. F(rans).J.S. Sandbergen.

In het voorjaar van 1920 keerden Henri en Maroussia le Fauconnier terug naar Parijs en betrok hij weer zijn atelier in de Rue Hallé. Begin 1922 werd Maroussia opgenomen in het ziekenhuis wegens psychische problemen. Le Fauconnier verliet min of meer zijn vrouw en verbleef in 1922 achtereenvolgens in Antwerpen en Salzburg. Vanaf 1921 kreeg le Fauconnier steun van Joseph Billiet, die op 19 november 1921 de Galerie Billiet in de Rue de la Ville l'Evèque 24 in Parijs geopend had met een tentoonstelling van werken van le Fauconnier. Le Fauconnier was met Billiet bevriend geraakt tijdens het bestaan van de Abbaye de Créteil. Billiet gaf le Fauconnier een maandelijkse toelage met als tegenprestatie het droit de première vue, d.w.z. het recht van de eerste keus. Aanvankelijk had Billiet goede verkoop resultaten voor le Fauconnier, maar spoedig kwam de klad erin ondanks vele tentoonstelingen voor hem.

Gros-Rouvres, 1927-1928, 77 x 58 cm Gros-Rouvres

In 1923 bracht le Fauconnier de zomer door in Grosrouvre, een dorp op ongeveer 50 km westelijk van Parijs. Hier schilderde le Fauconnier vooral de dorpskerk en de landschappen in de omgeving. Op 22 mei 2005 werd het nevenstaande schilderij Gezicht op Gros Rouvres vanuit een kamer met een gitaar op een stoel uit 1927-1928 geveild bij het veilinghuis AAG in Amsterdam. De geschatte opbrengst tussen 4000 en 6000 euro werd niet gehaald.

In 1926 werkten o.a. de Nederlandse schilders Carel Willink en Wim Schumacher in Le Fauconniers atelier. (Schilderijen van deze twee schilders waren o.a. te zien in het Frisiamuseum te Spanbroek.) Le Fauconnier schilderde na een donkere expressionistische periode hoofdzakelijk realistisch. In 1928 zocht de Nederlandse kunstverzamelaar Frans Sandbergen contact met le Fauconnier en bezocht hem in Parijs. Zeer geregeld ging Sandbergen daarna naar Parijs en Grosrouvre om werken van le Fauconnier uit te zoeken. De betaling gebeurde door maandelijks een vast bedrag naar le Fauconnier over te maken. De betaling stopte pas in 1943, ondanks dat het contact door de Tweede Wereldoorlog uitsluitend schriftelijk was. Op 19 maart 1985 werd de kunstverzameling van Sandbergen bij Christie's in Amsterdam geveild.

In september 1932 overleed Maroussia. Denkelijk eind december 1945 overleed le Fauconnier aan een hartaanval. De precieze datum is niet bekend, daar hij pas na ongeveer 14 dagen werd gevonden. Op 23 januari 1946 werd hij begraven op het kerkhof van Grosrouvre (Ile-de-France), waar le Fauconnier sinds 1923 een huis had en vooral 's zomers leefde en werkte.

Overvloed, afm.: 191 x 123 cm In het boek Cubism in the Shadow of War - The Avant-Garde and Politics in Paris 1905-1914 van de schrijver David Cottington wordt in hoofdstuk 4 uitvoerig stilgestaan bij de betekenis van Le Fauconnier. Zijn nevenstaand schilderij L'Abondance, nu in het Gemeentemuseum Den Haag, was voor de Eerste Wereldoorlog in vele steden van Europa te zien, o.a. in Parijs, Moskou, Boedapest, Berlijn en Amsterdam. Bovendien werd het schilderij afgebeeld in diverse publicaties, o.a. in de Blaue Reiter Almanac.


kunstwerktiteljaarnu te zien in
Bretons meisje, afm.: 54,3 x 45,7 cmBretons meisje1908Kunsthalle, Bremen
Bretons kind, afm.: 55 x 46 cmBretons kind1908Musée des Beaux-Arts, Lyon
Bretons landschap, afm.: 73,5 x 92 cmBretons landschap1908Gemeentemuseum, Den Haag
Portret van Pierre-Jean Jouvre, afm.: 81 x 100 cmPortret van Pierre-Jean Jouvre1909Musée National d'Art Moderne, Parijs
Femme à l'éventail, afm.: 146 x 97 cmFemme à l'éventail1909Gemeentemuseum, Den Haag
Vrouw met spiegel, afm.: 100 x 74 cmVrouw met spiegel1909Gemeentemuseum, Den Haag
Portret van de dichter Paul Castiaux, afm.: 100 x 80 cmPortret van de dichter Paul Castiaux1910Martin J. Polak, Israël
De plaats Ploumanach, afm.: 73 x 92 cmDe plaats Ploumanach1910Hermitage, Sint Petersburg
Landschap van Ploumanach, afm.: 65 x 70 cmLandschap van Ploumanach1910In 2001 liet de Rotterdamse longarts Willem Hogervorst (31/5/1909-13/11/2001) het werk na het Museum De Fundatie te Heino/Wijhe
L'Ill Bréhat, afm.: 90 x 71 cmHet eiland Bréhat1910Behoorde tot de collectie F.J. Sandbergen
Overvloed, afm.: 191 x 123 cmOvervloed
Abundance
1910-1911Gemeentemuseum, Den Haag
Bergdorp, afm.: 100 x 81 cmBergdorp1911Museum of Art, Rhode Island School of Design
Dorp in de bergen (La charette à boeufs), afm.: 92,5 x 72,5 cmDorp in de bergen1911Privébezit
De Jager, afm.: 203 x 166,5 cmDe Jager1911-1912Gemeentemuseum, Den Haag
Landschap te Meulan Hardricourt, afm.: 55 x 46 cmLandschap te Meulan Hardricourt1912Gemeentemuseum, Den Haag
Boom, afm.: 55 x 45,2 cmBoom1912Frans Halsmuseum, Haarlem
Les Montagnards attaqués par des ours, afm.: 241 x 307 cmLes Montagnards attaqués par des ours1912Museum of Art, Rhode Island School of Design
La toilette, afm.: 159 x 117 cmLa toilette1913Gemeentemuseum, Den Haag

Teksten

Le Fauconnier was zeer actief om zijn ideeën over kunst te verspreiden. Op deze website zijn drie teksten te lezen.

In 1910 schreef hij de tekst l'Oeuvre d'art die door de schilder Wassily Kandinsky in het Duits werd vertaald en onder de titel Das Kunstwerk gepubliceerd werd in de catalogus van de Neue Künstlervereinigung München voor de tentoonstelling in Galerie Thannhauser te München. De tentoonstelling werd daar gehouden van 1 t/m 14 september 1910. Daarna ging de tentoonstelling naar Folkwang Museum in Hagen (december 1910) en naar de galerie van Paul Cassirer in Berlijn (januari-februari 1911).

Voor de tentoonstelling van de Moderne Kunstkring te Amsterdam in 1912 schreef le Fauconnier de tekst La sensibilité moderne et le tableau. De tekst kwam in het Frans (zonder vertaling) in de catalogus.

Le Fauconnier schreef een korte Franse tekst getiteld Le signal voor het jaarboek Het Signaal in 1916. Het boek had als ondertitel Piet van Wijngaert over de nieuwe stroming in de hedendaagse schilderkunst. De schilder Piet van Wijngaerdt (1873-1964), die begin 1915 bevriend was geraakt met Le Fauconnier, was in het najaar van 1916 medeoprichter van de kunstenaarsvereniging Het Signaal. De tekst luidde:

L'homme qui va par le monde voit ou ne voit pas.
Pour l'hommerare qui voit, la nature a généreusement placé des signaux. Au ciel, signaux des astres phares - sur terre, signaux des rochers des arbres et des eaux qui cristallisent en gestes essentiels toute une vie planétaire.
Les petites herbes font aussi des signes.
Pour l'homme qui voit l'homme à son tour a placé des signaux. Phares, disques, fusées, cloches - tous les appels - nous parlent en grands évocateurs de l'effort humain sous ses faces multiples de violence ou de calme. Heureux celui qui comprend un signal.
LE FAUCONNIER
De mens die door de wereld gaat ziet of ziet niet. Voor de zeldzame mens die ziet, heeft de natuur overvloedig tekens geplaatst. Aan de hemel, signalen van de sterren grote lichten - op aarde, signalen van de rotsen van de bomen en de wateren die in wezenlijke gebaren een heel leven kristalliseren planeetwiel. Het kleine gras doet eveneens tekens. Voor de mens die ziet heeft de mens op zijn beurt signalen geplaatst. Vuurtorens, schijven, raketten, klokken - alle verzoeken - wij spreken ons in groot veelbetekenend over de menselijke inspanning onder zijn veelvoudige gezichten van geweld of rust. Gelukkig degene die een teken begrijpt.
LE FAUCONNIER

Tentoonstellingen

  • In 1959 was er in ons land en vlak daar buiten een overzichttentoonstelling van Le Fauconnier. Conrad Kickert schreef voor die tentoonstelling het artikel Oorzaak en begin van het cubisme, waarin hij Braque en le Fauconnier als grondleggers zag.

    7 maart - 13 aprilStedelijk Museum, Amsterdam
    18 april - 19 meiVan Abbemuseum, Eindhoven
    27 juni - 26 juliPictura en Instituut voor Kunstgeschiedenis, Groningen
    september - oktoberInstituut voor Schone Kunsten, Antwerpen
    8 november - begin decemberFolkwang Museum, Essen
    17 december - 31 januari 1960Gemeentemuseum, Den Haag
  • Van 17 december 1970 t/m 8 januari 1971 werd in het Kunsthistorisch Instituut te Amsterdam de tentoonstelling Le Fauconnier en Nederland gehouden.
  • In 1993 werd de tentoonstelling Henri Le fauconnier - Kubist en Expressionist gehouden in het Frans Halsmuseum in Haarlem van 9 oktober 1993 t/m 2 januari 1994 en bij de Hannema-de Stuers Fundatie in Museum het Nijenhuis te Heino van 22 januari t/m 13 maart 1994. Bij de tentoonstelling verscheen het boek Henri Le fauconnier - Kubisme en Expressionisme in Europa. Het accent van de tentoonstelling lag op de periode 1906-1920.

Laatste wijziging: 190114