De vrouwen rond Marcel Duchamp.

In het leven van Marcel Duchamp hebben behalve zijn jongere zussen Suzanne en Yvonne vele vrouwen een rol gespeeld. Hieronder staat slechts een keuze.

Jeanne Serre (1890?- )

Jeanne Serre

Jeanne Marguerite Chastagnier woonde in Pontoise en trouwde in juni 1908 met de verzekeringsagent Marcel Serré. Begin 1910 verhuisde het echtpaar Serré naar de Rue Perronet 132 te Puteaux tegenover het huis van Duchamp in de Rue Amiral-de Joinville 9. Jeanne werkte als schildersmodel eerst voor traditionele portretschilders en na haar contact met Duchamp voor de Puteaux-groep. Duchamp kreeg een relatie met de getrouwde Jeanne Serré. Samen bezochten zij in gezelschap van Max Bergmann de Salon de la Société Nationale des Beaux-Arts op 16 april 1910. Jeanne kreeg op 6 februari 1911 een dochter, Yvonne Marguerite Marthe Jeanne, die Duchamp pas na elf jaar toevallig op een metroroltrap tegenkwam. Na de dood van haar echtgenoot Marcel Serre hertrouwde Jeanne in 1921 met Henry Mayer, waarna zij weer contact had met Gaston (=Jacques Villon) en Marcel Duchamp tot ongeveer 1926. Na de dood van Mayer hernieuwde Jeanne in 1963 het contact met Jacques Villon.

Pas op 22 juni 1966, tijdens de pers-opening van een expositie van werken van Jacques Villon in de Galerie Louis Carré, ontmoette Marcel Duchamp na veertig jaar Jeanne weer. Haar dochter Yvonne, die getrouwd was met de ingenieur en schaker Jacques Savy (-1985), schilderde onder de naam Yo Sermayer. In de dertiger jaren had Yvonne schilderlessen gevolgd op de Académie de la Grande Chaumière bij o.a. André Lhote. Duchamp en zijn vrouw Teeny (zie verder op deze webpagina) hadden daarna zeer regelmatig contact met Duchamps dochter.

Bodley Gallery, 1967 Bodley Gallery, 1967

Duchamp bemiddelde bij het vinden van een galerie voor een expositie van werken van Yo. Vanaf 14 november 1967 had Yo een expositie in de Bodley Gallery, Madison Avenue 787 te New York. Yvonne was aanwezig bij de opening van de tentoonstelling. Yvonne had onder haar schildersnaam Yo Sermayer van 22 januari t/m 27 februari 1983 een tentoonstelling in de Kunsthalle te Bern. Zij overleed op 22 september 2003 in het ziekenhuis Bretonneau te Parijs.


Madeleine Turban

Madeleine Turban, 1917

Madeleine Turban kwam op 25 november (Thanksgiving Day) 1917 naar New York. Zij was de vrouw van de notaris Maurice Turban, maar was van hem vervreemd. Madeleine, Mad voor vrienden, kwam naar New York om een verkoop voor het Rode Kruis te organiseren. Zij had het adres van Marcel Duchamp gekregen van wederzijdse vrienden, de familie Hue uit Rouen. Op 4 december bezochten Mad en Marcel de familie Arensberg, waar ook Henri-Pierre Roché aanwezig was. Ook de volgende dag gingen Mad en Marcel uit en na afloop aanvaardde Mad de uitnodiging om bij Marcel in de West 67th Street te verblijven i.p.v. in een hotel. Terwijl Marcel voor de French Mission werkte, werkte Mad voor het Rode Kruis. Mad ontmoette een aantal mensen die bij Marcel voor Franse les kwamen, o.a. Katherine Dreier. Ook ging Mad mee naar Joseph Stella. Na ruim een maand bij Duchamp gewoond te hebben vond Mad een eigen kamer op West 63rd Street 28.


Yvonne Chastel

Yvonne Chastel

Yvonne Chastel, die tot 29 december 1917 getrouwd was met Jean Crotti, kwam na een verblijf in Parijs, waar de scheiding was uitgesproken, terug naar New York. Zij trok, nadat Madeleine Turban begin februari 1918 vertrokken was, bij Duchamp in. Yvonne hielp Duchamp bij het schilderen van Tu m', dat Duchamp in opdracht van Dreier maakte voor Dreiers bibliotheek. Yvonne schilderde de vele vierkanten elk met een andere kleur van hel geel naar bleek grijs. Samen met Duchamp ging Yvonne op 14 augustus 1918 met het stoomschip Crofton Hall naar Buenos Aires. De reis duurde 27 dagen. Terwijl Duchamp zich in Buenos Aires bezig hield met schaken verveelde Yvonne zich zo dat zij op 11 maart 1919 naar Parijs vertrok. Daar betrok ze de oude woning van Suzanne Duchamp in de Rue la Condamine 22, die Suzanne verliet toen ze trouwde met Jean Crotti, de ex-man van Yvonne. Yvonne en Duchamp zagen elkaar de volgende tien jaar regelmatig. In juni 1921 toen Duchamp terugkeerde naar Frankrijk, daar zijn visum na zes maanden verliep, trok Duchamp in bij Yvonne. In 1929? trouwde Yvonne met de Engelsman Lyon, ging in Londen wonen en kreeg een zoon, die Peter werd genoemd.


Beatrice Wood (1893-1998)

Beatrice Wood, 1916

Duchamp ontmoette Beatrice Wood voor het eerst op 27 september 1916 bij een oude vriend van Gaby Picabia en Juliette Gleizes, de compenist Edgar Varèse. Deze lag in het New Yorkse ziekenhuis St. Vincent met een gebroken voet nadat hij was aangereden door een auto op de Fifth Avenue. Omdat Beatrice, een veelbelovende actrice bij de French Repertory Campany, Frans sprak was zij via vrienden naar Varèse gestuurd. De ontmoeting met Duchamp maakte een diepe indruk. Na diverse ontmoetingen ging Wood vanaf 5 december 1916 het atelier van Duchamp gebruiken om te schilderen. Op 13 januari 1917 brachten Beatrice en Marcel een bezoek aan de familie Arensberg. Beatrice was diep onder de indruk van de daar aanwezige kunst.

Duchamp, Picabia en Wood, Coney Island, 1917

Nadat Beatrice Wood in juni 1917 gebroken had met Roché trok ze veel op met Marcel Duchamp. In augustus 1917 vertrok Wood naar het Franse Theater in Montreal en trouwde zij met de manager van dat theater. Het huwelijk werd een mislukking en in 1920 ontmoette zij Duchamp herhaalde malen. Tijdens een diner op 23 maart 1944 om de komende opening van Woods tentoonstelling van keramiek in het America House te New York te vieren vroeg Duchamp Wood wat zij vond van zijn zakschaakspel. Op 15 april 1949 bezocht Duchamp o.a. in gezelschap van Louise Arensberg het nieuwe huis met een studio voor keramiek van Wood in Ojai.


Lydie Sarazin-Levassor (1903- )

Lydie Sarazin-Levassor,1927

Marcel Duchamp ontmoette Lydie tijdens een diner met Germaine Everling en Francis Picabia in de Grand Veneur in de Rue Pierre Demours in maart 1927. Het was gearrangeerd door Germaine Everling een jeugdvriendin van Lydies vader, die de zoon was van een bekende autoconstructeur. Hij zocht een goede echtgenoot voor zijn dochter. Op 12 mei 1927 verloofde het stel zich. Het is onduidelijk waarom Duchamp, die pas op 4 maart vanuit New York terugkeerde, akkoord ging.

trouwfoto 8-6-1927

Op 7 juni 1927 trouwde Duchamp voor de wet en op 8 juni voor de kerk en gingen Duchamp en zijn vrouw samenwonen in het kleine appartement op Rue Larrey 11 te Parijs. Voor het huwelijk waren huwelijksvoorwaarden opgemaakt. Een van de voorwaarden was dat Marcel altijd eigenaar zou zijn van zijn werken. Een ander dat Lydie slechts 2.500 francs per maand van haar vader zou krijgen. In die tijd net genoeg voor één persoon om van te leven. Het huwelijksdiner werd door Marcel en Lydie genuttigd bij Constantin en Marthe Brancusi. Ook Francis en Germaine Picabia waren aanwezig. Op 31 oktober 1927, toen Lydie al op zichzelf woonde, stelde Duchamp een scheiding voor, die Lydie aanvaardde. Op 25 januari 1928 werd de scheiding uitgesproken. In augustus 1930 was Lydie te gast op het door Picabia en Émile Fabre georganiseerde bal op het Château Madrid te Cannes, dat de naam Le Bal des Cannibales had gekregen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hertrouwde Lydie.

Lydie Sarazin-Levassor,2004

In 2004 verscheen van Lydie Fischer Sarazin-Levassor het boek Un échec matrimonial. Le cœur de la mariée mis à nu par son célibataire, même (ISBN: 2-84066-109-8) over haar periode met Marcel Duchamp en zijn vrienden en kennissen.


Gaby Picabia (1880? - )

Gaby Picabia, 1914

Gaby Buffet, die compositie had gestudeerd aan de Schola Cantorum, was in januari 1909 getrouwd met Francis Picabia, die in 1911 kennismaakte met Marcel Duchamp. De Picabia's bewoonden een groot appartement in de Avenue Charles-Floquet te Parijs. Marcel Duchamp en de Picabia's werden vrienden. In juni 1912 toen Duchamp op het punt stond naar München af te reizen belde hij Gaby op met de mededeling dat hij verliefd op haar was geworden en haar graag wilde schrijven. Daar Gaby met haar twee kinderen maar zonder Francis een korte periode in juli door zou brengen in de Engelse zomerplaats Hythe was dit mogelijk. Zij ontving daar twee brieven. Ook was er een ontmoeting later in de zomermaand augustus toen Gaby met haar kinderen bij haar moeder in Etival, een plaats in de Jura, was. Zij ontmoetten elkaar op het station van Andelot, een overstapplaats voor Gaby die een korte reis zonder haar kinderen naar Parijs zou maken. Marcel kwam voor de ontmoeting speciaal uit München over. Zij spraken elkaar enkele uren in de wachtkamer. Na haar scheiding woonde Gaby verschillende periodes samen met Marcel en bleven zij hun levenlang vrienden.


Katherine Dreier (10-9-1877 - 29-3-1952)

1905

Katherine Sophie Dreier werd op 10 september 1877 te Milford, Connecticut, geboren en ontmoette Marcel Duchamp in 1917 tijdens de oprichting van de Society of Independent Artist. Eind december 1917 en begin 1918 gaf Duchamp op dinsdagavond Franse les aan Dreier. Het was het begin van een intensieve samenwerking tot Dreiers dood in 1952.





Mary Louise Reynolds

Mary Reynolds en Marcel Duchamp

In de Eerste Wereldoorlog was Mary Reynolds weduwe geworden. In 1923 vestigde zij zich in de Rue de Monttessuy 14 te Parijs. In mei 1924 begon de verhouding met Duchamp, die Mary al uit New York kende. Ondanks dat Duchamp haar iedere dag zag, probeerde hij zijn verhouding met Mary geheim te houden in Parijs. Zij gingen afzonderlijk naar het artistieke verzamelpunt Café du Dôme en spraken daar niet met elkaar. Ook bij bezoeken aan vrienden deden ze net of ze afzonderlijk kwamen. Mary Reynolds nam deel aan het artistieke, vooral Dada, milieu en was een talentvol boekbindster. Tot haar dood in 1950 waren Mary en Duchamp zeer geregeld samen.


De zussen Stettheimer

vlnr Florine, Carrie en Ettie Stettheimer, 1914

Duchamp kwam met Ettie, Florine en Carrie Stettheimer in contact doordat hij enige tijd wekelijks op woensdag Franse les gaf om in zijn onderhoud te voorzien. Duchamp gaf o.a. in juni 1917 Franse les aan de zussen. Op 28 juli 1917 gaven de zussen Stettheimer een groot feest op hun zomerverblijf 'André Brook' om de dertigste verjaardag van Marcel Duchamp te vieren. Op het feest waren o.a. ook aanwezig Picabia, Albert en Juliette Gleizes, Leo Stein en Duchamps vriend Roché. Florine maakte van deze gelegenheid het schilderij La Fête à Duchamp. Ook in de jaren daarna ging Duchamp met de zussen om. Nadat Duchamp de zussen op 12 februari 1923 had gezien duurde het door zijn verblijf in Frankrijk tot 24 oktober 1926 voordat hij ze terugzag in New York. De Stettheimers waren ondertussen verhuisd naar Alwyn Court, West 58th Street 182.

Florine Stettheimer, Dubbel portret Marcel en Rrose, 1926

Wel had Duchamp Love Days van Ettie gelezen en een beschrijving gehad van het schilderij dat Florine had gemaakt van Duchamp en Rrose Sélavy. Op 1 januari 1943 woonde Marcel een lunch bij van de zussen Stettheimer i.v.m. de tentoonstelling van twee werken van Florine, n.l. het dubbel portret en het portret van Ettie, op de tentoonstelling Twentieth Century Portraits in het Museum of Modern Art te New York. Ook Ossip Zadkine was onder de gasten.

Florine

Florine Stettheimer, La Fête à Duchamp, 1917

Op 24 oktober 1916 bezocht Duchamp de expositie van Florine, die gehouden werd in de Knoedler Gallery op de Fifth Avenue te New York. Het was haar eerste tentoonstelling. Te zien waren o.a. Family Potrait, waarop de zussen en de moeder waren afgebeeld, en twee schilderijen van hun zomerverblijf André Brook uit 1915. In 1921 zorgde Duchamp ervoor dat via bemiddeling van Albert Gleizes voor Florine een expositie gehouden werd in de Galerie Povolozky in Parijs. Ook zou Duchamp proberen om 15 schilderijen in de Salon d'Automne van 1921 geplaatst te krijgen. Op 11 mei 1944 overleed Florine Stettheimer. Duchamp schreef eind september 1944 een brief aan Monroe Wheeler om een herdenkingstentoonstelling voor Florine onder zijn aandacht te brengen. Florine kreeg vanaf 1 oktober 1946 een expositie van haar werk in het Museum of Modern Art in New York. Behalve het nevenstaande schilderij La Fête à Duchamp uit 1917 waren ook aanwezig Picnic at Bedford Hils uit 1918 en Portrait of Marcel Duchamp uit 1926. Duchamp werd als gastdirecteur voor deze expositie aangetrokken.


Maria Martins (1900-1973)

Maria Martins

De Braziliaanse beeldhouwster Maria Martins had van 1942 tot 1948 veel contact met Duchamp. In eerste instantie kwam het contact toen Duchamp in 1942 in New York aankwam i.v.m. het surrealisme, maar spoedig kregen zij een meer dan vriendschappelijke relatie. Duchamp werkte van 1946 tot 1966 in het geheim aan Etant donnes, een erotisch getint werk.






Rrose Sélavy

Marcel Duchamp als Rrose Sélavy

Volgens Duchamp is Rrose in New York geboren in de zomer van 1920. Onder haar naam bracht Marcel Duchamp teksten en andere kunstvoorwerpen uit. Het eerste was een raam met acht glaspanelen bekleed met zwart leer en voorzien van de titel: FRESH WIDOW COPYRIGHT ROSE SELAVY 1920. Er volgde o.a. een fles Rigaud parfum met Sélavy's foto en de naam Belle Haleine - Eau de Voilette en een voor Dorothea Dreier, de zus van Katherine Dreier gemaakte vogelkooi met 152 'suikerklontjes' van marmer en de titel Why Not Sneeze Rose Sélavy?. Dorothea was er niet blij mee en uiteindelijk kocht Walter Arensberg het werk voor $ 300. De extra r in de naam verscheen op het door ongeveer 50 vrienden ondertekende schilderij L'Oeil cacodylate van Picabia. Op 19 april 1939 verscheen in Parijs het boekje Rrose Sélavy. Oculisme de précision, poils et coups de pieds en tous genres met 42 woordspelingen. Rrose Sélavy is een Engelse verbastering van C'est la vie (=Eros is het leven)


Teeny Sattler (20/1/1906?- 1994)

Teeny Sattler en Marcel Duchamp, 1954

Alexina, roepnaam Teeny, Sattler ontmoette Marcel voor het eerst in 1923 tijdens een bal gegeven door een vriendin van haar moeder Mariette Mills in Parijs. Onder de gasten van het feest waren ook Fernand Léger, Francis Picabia en Brancusi. Nadat Teeny met de kunsthandelaar Pierre Matisse, de zoon van Henri Matisse, in 1929 getrouwd was ontmoette Teeny Marcel zowel in Parijs als in New York. In 1949 scheidden Teeny en Pierre Matisse. In de herfst van 1951 werd Marcel Duchamp door Max Ernst en Dorothea Tanning uitgenodigd mee te gaan op een weekenduitstapje naar Alexina Matisse, die woonde in Lebanon, New Jersey. Spoedig daarna begon de romance met Marcel. Nadat de familie Ernst naar Parijs vertrok, betrokken Teeny en Marcel hun New Yorkse appartement op de East 58th Street 327.

Op 16 januari 1954 trouwde Marcel Duchamp met Alexina Sattler. Alexina had uit het huwelijk met Matisse drie kinderen, n.l. Jacqueline (=Jackie), Paul en Peter. Jackie, die op 27 december 1954 trouwde met Bernard Monnier, was in Frankrijk geboren, maar tot ongeveer 1955 opgegroeid in New York. Eind zestiger jaren hield zij zich bezig met vliegers en drijvende constructies.