Paul Cézanne (1839-1906).

Paul Cézanne op 22 jarige leeftijd

Levensloop.

Paul Cézanne is op 19 januari 1839 te Aix-en-Provence geboren. In zijn jeugd beoefent hij uit liefhebberij de tekenkunst en hij wil dit ook tot een levenstaak verheffen. Zijn vader, die eerst hoedenmaker en vanaf 1874 bankier is, heeft het niet zo op deze levensweg voorzien. Hij wil zijn zoon een meer vaste levensbasis geven door hem rechten te laten studeren. Als compromis mag Paul wel de kunstschool te Aix gaan volgen om zijn liefhebberij te ontwikkelen. Tenslotte krijgt hij in 1861 van zijn vader verlof om naar Parijs te gaan en zich aan te melden bij de Académie Suisse: Ecole des Beaux Arts. Maar dit gaat niet door, daar Cézanne niet aan de toelatingseisen voldoet. Teleurgesteld keert hij naar Aix terug en werkt enige tijd bij zijn vader. Dit bevalt hem helemaal niet en hij gaat dan ook in 1862 weer terug naar Parijs, waar hij op zichzelf gaat schilderen.

In de Parijse ateliers, vooral het atelier Gleyre, ontmoet hij August Renoir (1841-1919), Claude Monet (1840-1926), Alfred Sisley (1839-1899) en Camille Pissarro (1831-1903).

In dezelfde tijd ontstaan de eerste schilderijen, die het impressionisme aankondigen, o.a. schilderijen van de in Frankrijk werkende Nederlander Johan Barthold Jongkind (1819-1891) en van Eugène Boudin (1824-1898). Pas in 1874 als bij de fotograaf Nadar de eerste tentoonstelling wordt gehouden spreekt men van impressionisten naar aanleiding van het in 1872 gemaakte schilderij: 'Impression, soleil levant' van Claude Monet (1840-1926).

Gelijk met de impressionisten ontwikkelt ook Cézanne zich, al gaat het bij hem veel langzamer en zijn zijn werken anders. In zijn werken is een versmelting op te merken van de zware volumineuze aardsheid van Custave Courbet (1819-1877) en de driftige penseelstreken en de contrastrijke kleur van Eugène Delacroix (1798-1863). Met brede degelijke streken maakt hij zijn schilderstukken. In het schilderij: 'Rotsen in de buurt van l'Estaque' (1868-1870) is dit duidelijk te zien.

Door deze schilderswijze, die voor die tijd zeer ongewoon is, worden zijn werken steeds geweigerd bij de officiële 'Salon' in Parijs.

In 1872 gaat Cézanne met Camille Pissarro (1831-1903), die hij reeds in 1861 in Parijs ontmoet heeft, maar toen nog niet zo bekend was, in Pontoise en Auvers-sur-Oise samenwerken. Door Pissarro wordt Cézanne bij de impressionisten getrokken, hoewel hij zich toch, reeds van af het begin, gedeeltelijk van heeft gedistantieerd. Tijdens de samenwerking met Pissarro, van 1872 tot 1874, ontdekt Cézanne het landschap als onderwerp en hiermee tevens het licht, dat de kleuren aan banden legt. Want in tegenstelling tot de impressionisten, die met een veelheid van kleur een momentopname van een 'atmosfeer' willen weergeven, komt Cézanne tot een zoeken naar de grondtoon, de constante kleur van de natuur. Bomen zijn altijd groen en water blauw. Hij probeert de geordende drie-dimensionale wereld over te brengen op zijn schilderij zonder te vervallen in perspectivisch tekenen en het opzettelijk aanbrengen van schaduwen om een ruimte te suggereren.

De natuur bestaat volgens Cézanne uit kleurcontrasten, die door de contrastwerking weer één is. Kleur is dus vorm, want door de kleur ontstaat het beeld. En meerdere kleurvlakken markeren een ruimte. De vorm ontwikkelt zich uit een wemeling van kleur en daarna volgt pas het karakteristieke van een object. Cézannes bedoeling is dan ook die orde te scheppen in de kunst, die correspondeert met de orde in de natuur, maar tevens onafhankelijk is van zijn eigen verwarde gewaarwording.

Zelfportret Paul Cézanne; 1883-1887

Omstreeks 1880 keert Cézanne terug naar de Provence. Tussen 1882 en 1895 zoekt Cézanne verder in deze richting, die hem steeds dichter bij zijn ideaal brengt, n.l. het herkennen van een bouworde in de natuur. Hij zoekt via zijn schilderingen een ordening, een regelmaat, een wet in de natuur. Hij meent tenslotte in alle dingen een aantal onveranderlijke grondvormen te zien, n.l. de stereometrische figuren: bol, cilinder, kegel, kubus, piramide. Maar zijn geweten behoedt hem er voor dogmatisch te worden. Door deze wijze van schilderen wordt Cézanne tevens gedrukt op het probleem: 'Hoe kunnen we de drie-dimensionale natuur uitdrukken op het twee-dimensionale schildersdoek?'

Als men perspectief gaat gebruiken vernietigt men het vlak, want door het perspectief maakt men het vlak tot een ruimtelijke huls. Door aan het vlak vast te houden, zou men nooit werkelijke ruimte kunnen weergeven. De schilder moet dus altijd een compromis vinden tussen de drie-dimensionale natuur en het twee-dimensionale vlak.

Cézanne is zich hiervan terdege bewust en hij vervormt als eerste de Renaissancistisch-perspectivische visie, om het vlak tot zijn recht te laten komen. Hij vervangt daarom het lineair perspectief door een perspectief van de kleur.

Boszicht

In het nevenstaande schilderij 'Boszicht' (1895-1900) komt dit tot ook uiting.

Tussen 1895 en 1906 breekt in zijn werken de ontroering van vroeger voor de natuur weer door. Tenslotte overlijdt Cézanne op 22 oktober 1906, ruim 67 jaar oud, in zijn geboorteplaats.

Cézannes invloed.

Hoewel Cézanne in zijn leven maar weinig erkend wordt als een groot schilder, worden er vlak na zijn dood enkele exposities gehouden. Tot dan toe is er nog maar weinig van hem tentoongesteld. Zijn werken worden bij de officiële 'Salon' steeds geweigerd, een uitzondering is het jaar 1882.

Maar ook bij de impressionisten is hij niet zo erg geliefd, want als in 1874 de eerste tentoonstelling van impressionistische werken wordt gehouden, kan Cézannes vriend en leermeester Pissarro met moeite de impressionisten overhalen ook Cézannes werken te exposeren. Edgar Degas (1834-1917) en Claude Monet zijn zeer huiverig, terwijl Edouard Manet (1832-1883) weigert gelijk met Cézanne te exposeren.

De breuk tussen Cézanne en de impressionisten is in 1879 definitief. In een brief aan Camille Pissarro op 1 maart schrijft hij, dat hij niet meer aan de tentoonstelling van 1879 zal meewerken. Als reden geeft hij op de gerezen moeilijkheden bij zijn inzending naar de Salon. De eigenlijke reden is echter dat hij het niet eens is met de doelstellingen der impressionisten. Ook het spottende publiek, waarvan hij juist openbare erkenning verlangt, is een reden om niet mee te doen.

salon d'automne 1904

Werken van Cezanne worden tentoongesteld op de Salon d'Automne van 1904 (42 stuks), 1905 en 1906. In 1907 wordt na zijn dood een grote overzichtstentoonstelling van Cézannes werken (56 stuks) gehouden in de Salon d'Automne (oktober) en in juni bij Bernheim-Jeune, die op vele kunstenaars een diepe indruk maakt. Vooral de schilderstukken uit de periode 1882-1895 laten op Georges Braque (1882-1963) en Pablo Picasso (1881-1973) hun invloed gelden. Er wordt door deze doeken een zekere weg aangegeven, waar beiden ook al enige tijd naar zoeken, n.l. een grondvorm in de natuur. Picasso is om dit te vinden reeds in 1906 te rade gegaan bij de primitieve negerkunst. Hierdoor is bij Picasso de overgang niet zo plotseling als bij Braque, die in 1908 de kleuruitbarsting van het fauvisme ineens de rug toekeert.

Behalve Georges Brague en Pablo Picasso, die later het kubisme vertegenwoordigen, hebben o.a. ook Paul Gaugin (1848-1903) en Henri Matisse (1869-1956) Cézannes invloed ondergaan.

Tik op nevenstaande knop voor werken van Cézanne.