Picasso's zomerateliers t/m 1940.

Pablo Picasso werkte 's winters hoofdzakelijk in Parijs en in de zomermaanden op het platteland.

1905 Schoorl, Nederland (kaartaanduiding)

De journalist en conferencier Tom Schilperoort, die bevriend was met de in Bateau Lavoir wonende Nederlandse kunstenaarsechtparen van Rees en van Dongen, nodigde Picasso uit om in de zomer naar Schoorl te komen, waar Schilperoort een huisje had gehuurd. Van midden juni tot begin juli 1905 was Picasso in Nederland.

1906 Gosol, Spanje (kaartaanduiding)

Door de verkoop van dertig schilderijen aan de kunsthandelaar Ambroise Vollard was Picasso instaat naar Spanje te reizen. Samen met zijn vriendin Fernande Olivier kwam Picasso op 20 mei 1906 aan in Barcelona. Picasso liet Fernande zijn ouders en zijn verleden in Barcelona zien. Op advies van zijn vriend Dr. Cinto Reventós vertrokken Picasso en Fernande naar Gosol, een plaats tegen de zuidhelling van de Pyreneeën, waar je uitsluitend lopend of per muilezel kon komen. Begin augustus kreeg de dochter van de herbergier Josep Fontdevila de zeer besmettelijke ziekte tyfus. Picasso en Fernande vertrokken 's morgens om vijf uur hals over kop uit Gosol en reisden direct door naar Parijs.

1908 La Rue-des-Bois, Frankrijk (kaartaanduiding)

Van begin augustus tot begin september 1908 was Picasso in La Rue-des-Bois en schilderde daar diverse kubistische schilderijen. Op 14 augustus 1908 schreef Picasso aan de Steins, die een villa in Fiesole hadden gehuurd, dat hij al enkele dagen in La Rue-des-Bois bij Creil, Verneuil, Oise, verbleef. Samen met Fernande Olivier huurde Picasso een ruimte bij de boerin Marie-Louise Putman-Coukuyt. Vrienden uit Parijs, zoals André Derain en zijn vrouw Alice, Max Jacob en Guillaume Apollinaire, kwamen hier op bezoek.

1909 Horta de Ebro, Spanje (kaartaanduiding)

Huizen te Horta de Ebro, 1909(De plaats heet nu: Horta de Sant Joan)
Op 11 mei kwamen Picasso en zijn vriendin Fernande aan in Barcelona op weg naar Horta de Ebro. Picasso was hier al eerder geweest, n.l. bijna acht maanden in 1898, toen hij van midden 1898 tot februari 1899 verbleef in het geboortedorp van zijn vriend Manuel Pallarès, die bij Picasso in de klas had gezeten op de kunstacademie La Llotja te Barcelona. Daar Fernande last had van haar nieren moest zij volgens de dokter het bed houden. Hierdoor verbleven Picasso en Fernande ongeveer drie weken in Barcelona. Begin juni was Fernande in staat om verder te reizen. Picasso en Fernande overnachtten in Tortosa en reisden met behulp van muilezels op 5 juni naar Horta, daar het dorp uitsluitend via een voetpad was te bereiken. Tijdens het verblijf schilderde Picasso portretten van Fernande. Van het verblijf zijn minstens acht foto's bekend met daarop de schilderijen. Drie foto's van vier schilderijen zond Picasso naar Gertrude en Leo Stein. Zie het boek Picasso: The Cubist Portraits of Fernande Olivier van Jeffrey Weiss uit 2003. Op 7 september waren Picasso en Fernande terug in Barcelona en namen op 10 september de trein. Op 11 september keerden zij na een treinreis van achttien uur terug in Parijs. Op 16 september hield Picasso een vernissage voor vrienden om zijn schilderijen te tonen, die hij in Horta de Ebro had gemaakt. De Steins, Frank Burty en Vollard kochten werken.

1910 Cadaqués, Frankrijk (kaartaanduiding)

Cadaqués, 1910Van 1 juli tot 5 september was Picasso in Cadaquès.



1911 Céret, Frankrijk (kaartaanduiding)

Huis der kubisten in Céret, 1911 t/m 1913Op aanraden van zijn vrienden Frank Burty Haviland en Manolo arriveerde Picasso op 8 juli in Céret. Picasso huurde een kamer in Hôtel du Canigou. Vanaf ongeveer 17 augustus was Georges Braque aanwezig. Vlak daarvoor was ook Picasso's vriendin Fernande in Céret aangekomen. Om het langere verblijf mogelijk te maken schreef Picasso op 17 augustus aan de kunsthandelaar Kahnweiler met het verzoek 1000 francs te sturen. Op 4 september keerde Picasso terug naar Parijs in verband met een ingezonden brief in de krant Paris-Journal naar aanleiding van de diefstal van de Mona Lisa.

1912 Céret, Frankrijk (kaartaanduiding) en
        Sorgues sur l'Ouvèze, Frankrijk (kaartaanduiding)

Huis der kubisten in Céret, 1911 t/m 1913Villa des Clochettes, Sorgues, 1912Op 19 mei 1912 reisde Picasso min of meer overhaast met zijn nieuwe liefde Eva Gouel naar Céret. Aangekomen in Céret schreef Picasso diverse brieven vanaf Rue de la Fusterie naar Kahnweiler om schilderspullen op te sturen. Om zijn oude geliefde Fernande Olivier te ontlopen, die met de familie Poirot naar Céret kwam, verlieten Picasso en Eva op 21 juni Céret. Via Perpignan, waar ze overnachtten, gingen zij naar Avignon. Na enkele dagen huurden zij de Villa des Clochettes in Sorgues, elf kilometer noordelijk van Avignon.

Muurschildering, Sorgues 1912

Tijdens de vakantie in Sorgues maakte Picasso de nevenstaande fresco Ma Jolie. Aan het einde van de vakantie vroeg Picasso aan Braque om de fresco veilig te stellen. Het werd gekocht door de rijke Chileense Eugenia Errazuriz, die het schonk aan haar neef Tony Gandarilles. In 1961 kocht Douglas Cooper de sterk vervallen fresco. Na restauratie, eigenlijk totaal vernieuwen, werd het werk verkocht aan een Engelse baron. Enkele jaren later werd het verkocht via veilingshuis Christie's.

1913 Céret, Frankrijk (kaartaanduiding)

Picasso verbleef van 9 tot 19 augustus in Casa Peraire te Céret. Ook Juan Gris was deze zomer in Céret, waar hij met Picasso over kunstproblemen sprak.

1914 Avignon, Frankrijk (kaartaanduiding)

Op 15 juni 1914 kwamen Picasso en Eva naar Avignon waar zij uiteindelijk een huis huurde in de Rue Saint-Bernard 14. Braque en zijn vrouw verbleven vanaf 5 juli in Sorgues en Derain en zijn vrouw waren in Montfavet voordat Picasso naar het zuiden kwam. Op 2 augustus bracht Picasso zijn vrienden Braque en Derain naar de trein op het station van Avignon. Wegens de algemene mobilisatie moesten zij zich melden.

1918 Biarritz, Frankrijk (kaartaanduiding)

Door zijn werkzaamheden voor Ballets Russes kwam Picasso in aanraking met de 'Beau Monde'. Dankzij vriendschap met de rijke Chileense Eugenia Errazuriz kon Picasso na zijn huwelijk met Olga Khokhlova op 12 juli 1918 de wittebroodsweken en de rest van de zomer doorbrengen in het vakantiehuis La Mimoseraie van Errazuriz in Biarritz, dat zij had gehuurd van de eigenaar van Hôtel d'Angleterre. Picasso en Olga konden niet direct na de huwelijksvoltrekking terecht in het vakantiehuis, daar het nog niet klaar was. Op 29 juli 1918 vertrokken Picasso en Olga met de nachttrein naar Biarritz, waar zij op 30 juli aankwamen. Begin oktober keerden Picasso en Olga terug naar Parijs.

1919 St. Raphaël, Frankrijk (kaartaanduiding)

La table devant la fenêtre, afm.: 32 x 22 cm Nadat Picasso en Olga ongeveer drie maanden in Londen waren geweest in verband met het werken aan Tricorne voor Serge Diaghilev gingen zij in augustus op vakantie in St. Raphaël. Zij verbleven in Hôtel Continental et des Bains. In St. Raphaël maakte Picasso ongeveer 25 aquarellen, gouaches of tekeningen Gueridons, een tafel met een aparte poot. Op 1 oktober keerden Picasso en Olga terug naar Parijs.

Klik op een plaats om op de kaart in te zoomen:
Alle plaatsen weergeven

1920 Juan les Pins, Frankrijk (kaartaanduiding)

Olga en Picasso in tuin Villa Les Sables, 1920Op 10 juni vertrokken Picasso en de inverwachting zijnde Olga naar Zuid-Frankrijk. Allereerst verbleven zij in Hôtel Continental et des Bains te St. Raphaël om een betere plek te zoeken. Op 29 juni betrokken zij Villa Les Sables te Juan-les-Pins. Het huis had ruimte voor een atelier. een van de bezoekers in Juan-les-Pins was de Russische verzamelaar Sergej Stschukin. Eind september 1920 keerden Picasso en Olga naar Parijs terug.

1921 Fontainebleau, Frankrijk (kaartaanduiding)

Na de geboorte van zoon Paulo op 4 februari 1921 ging het echtpaar Picasso niet zo ver, daar Olga de warmte in Zuid-Frankrijk niet geschikt vond voor Paulo. Eind juni ging de familie Picasso naar Boulevard Gambetta 33 (nu Avenue Leclerc) te Fontainebleau. Picasso ging het koetshuis gebruiken als atelier. Hier schilderde Picasso o.a. Drie vrouwen bij de bron en de twee versies van Drie Muzikanten. Op 9 juli kwamen Henri-Pierre Roché en de verzamelaar John Quinn, die vergezeld was van de dichteres Jeanne Robert Foster, naar Picasso. Jeanne Robert Foster was het 'pseudoniem' van Julia Elizabeth Oliver (1879-1970), die in 1896 was getrouwd met de verzekeringsagent Matlock Foster en in de periode 1918-1924 Quinn hielp bij de aankoop van zijn verzameling. Op 23 of 24 september keerden Picasso, Olga en Paulo terug naar Parijs.

1922 Dinard, Frankrijk (kaartaanduiding)

Op advies van Yvon Helft, een zwager van Paul Rosenberg en handelaar in antiek Frans zilver, ging Picasso naar Dinard, Bretange. Picasso, Olga, Paulo en het kindermeisje verbleven vanaf 15 juli in Hôtel des Terrasses en daarna vanaf 22 juli in Villa Beauregard. Half september werd Olga ziek en het gezin ging overhaast terug naar Parijs, waar Olga een operatie onderging.

1923 Royan, Frankrijk (kaartaanduiding) en
        Cap d'Antibes, Frankrijk (kaartaanduiding)

Op 23 juli vertrok Picasso met Olga en Paulo naar Royan, een plaats bij Bordeaux, waar zij verbleven in het Grand Hôtel du Parc op zoek naar een zomerverblijf. Aangezien Picasso geen geschikt huis vond, ging het gezin na een week richting Riviera. Op aandrang van het bevriende echtpaar de schilder Gerald en Sara Murphy betrok Picasso's gezin ook kamers in Hôtel du Cap te Cap d'Antibes. Normaal was het hotel van mei tot september gesloten, maar Murphy had in 1922 de beheerde Antoine Sella gevraagd een aantal kamers beschikbaar te houden in de zomer van 1923. In Cap d'Antibes kreeg de familie Picasso o.a. bezoek van Gertrude Stein en haar vriendin Alice B. Toklas. Eind september keerde Picasso's gezin terug in Parijs.

1924 Juan les Pins, Frankrijk (kaartaanduiding)

voorkant La Vigiestrandkant La Vigie met OlgaDenkelijk op 20 juli 1924 vertrok het gezin Picasso met het kindermeisje en het gezin Murphy met de trein naar de Riviera. Na een onderbreking van enkele dagen in Hôtel de Noailles in Marseille en in Hôtel du Cap in Antibes, waar het gezin Murphy achterbleef, huurde Picasso de villa La Vigie aan de Boulevard Edouard-Baudoin in Juan les Pins. De garage van het in 1912 gebouwde huis nam Picasso in gebruik als atelier. In 1956 werd de garage afgebroken om plaats te maken voor een recontructie van de weg en opnieuw gebouwd. Bij het vertrek moest Picasso 800 FF betalen om de tekeningen, die Picasso op de garagemuur had gemaakt, te laten verwijderen. In de garage maakte Picasso o.a. het schilderij Gitaar, dat nu eigendom is van het Stedelijk Museum te Amsterdam.

1925 Juan les Pins, Frankrijk (kaartaanduiding)


Begin juni ging Picasso met het gezin naar Juan les Pins, waar zij Villa Belle Rose huurden. Terwijl Olga en Paulo vaak bij de familie Murphy in Villa America doorbrachten, schilderde Picasso. Murphy had in 1923 een huis aan de kust hadden gekocht, dat hij verbouwde en Villa America had genoemd. Eind september keerde het gezin Picasso terug naar Parijs.

1926 Juan les Pins, Frankrijk (kaartaanduiding)

Picasso, zijn vrouw Olga, zijn zoon Paulo, een kok en een gouvernante vertrokken op 10 juli met de auto uit Parijs. Tijdens het verblijf in Hôtel Majestic te Cannes, ging Picasso op zoek naar een huis. Op 15 juli huurde hij de villa La Haie Blanche van mevrouw Blanche Hey in Juan les Pins. Eind september besloot Picasso om via Barcelona naar Parijs terug te keren. Op weg naar Barcelona bezochten zij de beeldhouwer Manolo Hugué en zijn vrouw Totote in Céret.Op de terugweg naar Parijs werden tijdens een lunchstop een groot aantal in Juan les Pins gemaakte schilderijen gestolen.

1927 Cannes, Frankrijk (kaartaanduiding)

Op 12 juli, een dag na de sluiting van een tentoonstelling van tekeningen van Picasso bij Paul Rosenberg, ging het gezin Picasso vergezeld van een Russisch kindermeisje naar Hôtel Majestic te Cannes om een zomerverblijf te zoeken. Picasso huurde Chalet Madrid (ook genoemd Chalet Capron) aan de Boulevard Alexandre III te Cannes. Na 24 september keerde Picasso terug naar Parijs.

1928 Dinard, Frankrijk (kaartaanduiding)

Op 12 juli ging het gezin Picasso en het Engelse kindermeisje naar Dinard waar zij verbleven in Hôtel des Terrasses om op zoek te gaan naar een geschikte villa. Het werd Villa des Roches aan de Passage du Tertre Mignon. Denkelijk rond 5 augustus kwam Picasso's nieuwe geliefde Marie-Thérèse Walter aan in Dinard, waarvoor Picasso een plaats had gereserveerd in een pension de jeunes filles. Doordat Olga opnieuw last kreeg van bloedingen keerde het gezin Picasso op 5 september terug naar Parijs. De volgende dag werd Olga opgenomen in de kliniek van Dr. Petit. Op 12 september werd zij geopereerd.

1929 Dinard, Frankrijk (kaartaanduiding)

Marie-Thérèse in DinardOp 2 augustus stond in Le Journal de Dinard et de la Côte Eméraude, dat Picasso in het Hôtel Le Gallic verbleef. Na enkele weken betrok Picasso Villa Bel-Event. Ook Marie-Thérèse verbleef met haar zussen Jeanne en Geneviève in Dinard, n.l. in Pension Albion, Rue de la Mahouine 37. Picasso maakte op het strand de nevenstaande foto van Marie-Thérèse.

1930 Juan les Pins, Frankrijk (kaartaanduiding)

Doordat Picasso had kougevat vertrokken Picasso en Olga op 30 juli richting Juan les Pins, waar zij Villa Bachelyk huurden. Op de heenweg brachten zij nadat zij overnacht hadden in Bourg-en-Bresse een bezoek aan Gertrude Stein en Alice Toklas, die in Bilignin in de Haute=Savoie voor de tweede zomer een zeventieneeuws manoir hadden gehuurd. Picasso had voor zijn minnares Marie-Thérèse Walter vlakbij een kamer in Juan les Pins gehuurd. In augustus ging Picasso enkele dagen met Marie-Thérèse naar Barcelona. Begin september keerde Picasso terug naar Parijs.

1931 Juan les Pins, Frankrijk (kaartaanduiding)

Villa Chêne-Roc, 1931Maison à Juan-les-Pins, afm.: 22 x 35 cmDenkelijk op 16 juli ging het gezin Picasso met de auto naar het zuiden. Picasso bezocht opnieuw Gertrude Stein en Alice Toklas in Bilignin. Ook bracht Picasso een bezoek aan Dr. G.F. Reber in zijn Château de Béthusy in Lausanne, om hem te vragen Picasso's uit te lenen aan de retrospectieve tentoonstelling het volgende jaar. Picasso verbleef de maand augustus in Villa Chêne-Roc en maakte daar het nevenstaande schilderij Maison à Juan-les-Pins (La Villa Chêne-Roc). Marie-Thérèse Walter was met haar zus Geneviève in de directe omgeving. Eind augustus ging Picasso via Bilignin terug naar Parijs.

1937 en 1938: Juan les Pins (kaartaanduiding) en
                      Mougins, Frankrijk (kaartaanduiding)

In Juan les Pins verbleef Picasso bij Marie-Thérèse Walter en hun dochter Maya. In Mougins verbleef Picasso bij zijn nieuwe geliefde, de fotografe Dora Maar.

1939 Juan les Pins, Frankrijk (kaartaanduiding),
        Mougins, Frankrijk (kaartaanduiding) en
        Royan, Frankrijk (kaartaanduiding)

In Juan les Pins verbleef Picasso bij Marie-Thérèse Walter en hun dochter Maya. In Mougins verbleef Picasso bij Dora Maar. Op 1 september ging Picasso naar Royan in verband met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Daar trok hij in bij Marie-Thérèse Walter, haar moeder Marguerite en dochter Maya, die op vakantie waren in Villa Gerbier-de-Jonc van Hélène Raphanaud. Dora Maar en Picasso's vriend Sabartès gingen met Picasso mee. Dora Maar huurde een kamer in Hôtel au Tigre. Op 7 september kreeg Picasso wegens zijn buitenlandse nationaliteit de verplichting om terug te keren naar Parijs om een speciale vergunning te halen om in Royan te verblijven.

1940 Royan, Frankrijk (kaartaanduiding)

In januari huurde Picasso, die sinds september 1939 in Royan was, een atelier op de derde verdieping van Villa Les Voiliers te Royan, die eigendom was van Andrée Rolland. Zij schreef o.a. Picasso et Royan aux jours de la guerre et de l'occupation, verschenen in 1967. Tijdens een van zijn reizen naar Parijs bracht Picasso een deel van zijn schilderijen onder in een bankkluis van de Banque National de Crédit Industriel. Eind augustus 1940 keerde Picasso naar Parijs terug.

Laatste wijziging: 060811