Klik op een plaats om op de kaart in te zoomen:
Alle plaatsen weergeven
Op 10 juni vertrokken Picasso en de inverwachting zijnde Olga naar Zuid-Frankrijk. Allereerst verbleven zij in Hôtel Continental et des Bains te St. Raphaël om een betere plek te zoeken. Op 29 juni betrokken zij Villa Les Sables te Juan-les-Pins. Het huis had ruimte voor een atelier. een van de bezoekers in Juan-les-Pins was de Russische verzamelaar Sergej Stschukin. Eind september 1920 keerden Picasso en Olga naar Parijs terug.
Na de geboorte van zoon Paulo op 4 februari 1921 ging het echtpaar Picasso niet zo ver, daar Olga de warmte in Zuid-Frankrijk niet geschikt vond voor Paulo. Eind juni ging de familie Picasso naar Boulevard Gambetta 33 (nu Avenue Leclerc) te Fontainebleau. Picasso ging het koetshuis gebruiken als atelier. Hier schilderde Picasso o.a. Drie vrouwen bij de bron en de twee versies van Drie Muzikanten. Op 9 juli kwamen Henri-Pierre Roché en de verzamelaar John Quinn, die vergezeld was van de dichteres Jeanne Robert Foster, naar Picasso. Jeanne Robert Foster was het 'pseudoniem' van Julia Elizabeth Oliver (1879-1970), die in 1896 was getrouwd met de verzekeringsagent Matlock Foster en in de periode 1918-1924 Quinn hielp bij de aankoop van zijn verzameling. Op 23 of 24 september keerden Picasso, Olga en Paulo terug naar Parijs.
Op advies van Yvon Helft, een zwager van Paul Rosenberg en handelaar in antiek Frans zilver, ging Picasso naar Dinard, Bretange. Picasso, Olga, Paulo en het kindermeisje verbleven vanaf 15 juli in Hôtel des Terrasses en daarna vanaf 22 juli in Villa Beauregard. Half september werd Olga ziek en het gezin ging overhaast terug naar Parijs, waar Olga een operatie onderging.
Op 23 juli vertrok Picasso met Olga en Paulo naar Royan, een plaats bij Bordeaux, waar zij verbleven in het Grand Hôtel du Parc op zoek naar een zomerverblijf. Aangezien Picasso geen geschikt huis vond, ging het gezin na een week richting Riviera. Op aandrang van het bevriende echtpaar de schilder Gerald en Sara Murphy betrok Picasso's gezin ook kamers in Hôtel du Cap te Cap d'Antibes. Normaal was het hotel van mei tot september gesloten, maar Murphy had in 1922 de beheerde Antoine Sella gevraagd een aantal kamers beschikbaar te houden in de zomer van 1923. In Cap d'Antibes kreeg de familie Picasso o.a. bezoek van Gertrude Stein en haar vriendin Alice B. Toklas. Eind september keerde Picasso's gezin terug in Parijs.

Denkelijk op 20 juli 1924 vertrok het gezin Picasso met het kindermeisje en het gezin Murphy met de trein naar de Riviera. Na een onderbreking van enkele dagen in Hôtel de Noailles in Marseille en in Hôtel du Cap in Antibes, waar het gezin Murphy achterbleef, huurde Picasso de villa La Vigie aan de Boulevard Edouard-Baudoin in Juan les Pins. De garage van het in 1912 gebouwde huis nam Picasso in gebruik als atelier. In 1956 werd de garage afgebroken om plaats te maken voor een recontructie van de weg en opnieuw gebouwd. Bij het vertrek moest Picasso 800 FF betalen om de tekeningen, die Picasso op de garagemuur had gemaakt, te laten verwijderen. In de garage maakte Picasso o.a. het schilderij Gitaar, dat nu eigendom is van het Stedelijk Museum te Amsterdam.
Begin juni ging Picasso met het gezin naar Juan les Pins, waar zij Villa Belle Rose huurden. Terwijl Olga en Paulo vaak bij de familie Murphy in Villa America doorbrachten, schilderde Picasso. Murphy had in 1923 een huis aan de kust hadden gekocht, dat hij verbouwde en Villa America had genoemd. Eind september keerde het gezin Picasso terug naar Parijs.
Picasso, zijn vrouw Olga, zijn zoon Paulo, een kok en een gouvernante vertrokken op 10 juli met de auto uit Parijs. Tijdens het verblijf in Hôtel Majestic te Cannes, ging Picasso op zoek naar een huis. Op 15 juli huurde hij de villa La Haie Blanche van mevrouw Blanche Hey in Juan les Pins. Eind september besloot Picasso om via Barcelona naar Parijs terug te keren. Op weg naar Barcelona bezochten zij de beeldhouwer Manolo Hugué en zijn vrouw Totote in Céret.Op de terugweg naar Parijs werden tijdens een lunchstop een groot aantal in Juan les Pins gemaakte schilderijen gestolen.
Op 12 juli, een dag na de sluiting van een tentoonstelling van tekeningen van Picasso bij Paul Rosenberg, ging het gezin Picasso vergezeld van een Russisch kindermeisje naar Hôtel Majestic te Cannes om een zomerverblijf te zoeken. Picasso huurde Chalet Madrid (ook genoemd Chalet Capron) aan de Boulevard Alexandre III te Cannes. Na 24 september keerde Picasso terug naar Parijs.
Op 12 juli ging het gezin Picasso en het Engelse kindermeisje naar Dinard waar zij verbleven in Hôtel des Terrasses om op zoek te gaan naar een geschikte villa. Het werd Villa des Roches aan de Passage du Tertre Mignon. Denkelijk rond 5 augustus kwam Picasso's nieuwe geliefde Marie-Thérèse Walter aan in Dinard, waarvoor Picasso een plaats had gereserveerd in een pension de jeunes filles. Doordat Olga opnieuw last kreeg van bloedingen keerde het gezin Picasso op 5 september terug naar Parijs. De volgende dag werd Olga opgenomen in de kliniek van Dr. Petit. Op 12 september werd zij geopereerd.
Op 2 augustus stond in Le Journal de Dinard et de la Côte Eméraude, dat Picasso in het Hôtel Le Gallic verbleef. Na enkele weken betrok Picasso Villa Bel-Event. Ook Marie-Thérèse verbleef met haar zussen Jeanne en Geneviève in Dinard, n.l. in Pension Albion, Rue de la Mahouine 37. Picasso maakte op het strand de nevenstaande foto van Marie-Thérèse.
Doordat Picasso had kougevat vertrokken Picasso en Olga op 30 juli richting Juan les Pins, waar zij Villa Bachelyk huurden. Op de heenweg brachten zij nadat zij overnacht hadden in Bourg-en-Bresse een bezoek aan Gertrude Stein en Alice Toklas, die in Bilignin in de Haute=Savoie voor de tweede zomer een zeventieneeuws manoir hadden gehuurd. Picasso had voor zijn minnares Marie-Thérèse Walter vlakbij een kamer in Juan les Pins gehuurd. In augustus ging Picasso enkele dagen met Marie-Thérèse naar Barcelona. Begin september keerde Picasso terug naar Parijs.

Denkelijk op 16 juli ging het gezin Picasso met de auto naar het zuiden. Picasso bezocht opnieuw Gertrude Stein en Alice Toklas in Bilignin. Ook bracht Picasso een bezoek aan Dr. G.F. Reber in zijn Château de Béthusy in Lausanne, om hem te vragen Picasso's uit te lenen aan de retrospectieve tentoonstelling het volgende jaar. Picasso verbleef de maand augustus in Villa Chêne-Roc en maakte daar het nevenstaande schilderij Maison à Juan-les-Pins (La Villa Chêne-Roc). Marie-Thérèse Walter was met haar zus Geneviève in de directe omgeving. Eind augustus ging Picasso via Bilignin terug naar Parijs.
In Juan les Pins verbleef Picasso bij Marie-Thérèse Walter en hun dochter Maya. In Mougins verbleef Picasso bij zijn nieuwe geliefde, de fotografe Dora Maar.
In Juan les Pins verbleef Picasso bij Marie-Thérèse Walter en hun dochter Maya. In Mougins verbleef Picasso bij Dora Maar. Op 1 september ging Picasso naar Royan in verband met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Daar trok hij in bij Marie-Thérèse Walter, haar moeder Marguerite en dochter Maya, die op vakantie waren in Villa Gerbier-de-Jonc van Hélène Raphanaud. Dora Maar en Picasso's vriend Sabartès gingen met Picasso mee. Dora Maar huurde een kamer in Hôtel au Tigre. Op 7 september kreeg Picasso wegens zijn buitenlandse nationaliteit de verplichting om terug te keren naar Parijs om een speciale vergunning te halen om in Royan te verblijven.
In januari huurde Picasso, die sinds september 1939 in Royan was, een atelier op de derde verdieping van Villa Les Voiliers te Royan, die eigendom was van Andrée Rolland. Zij schreef o.a. Picasso et Royan aux jours de la guerre et de l'occupation, verschenen in 1967. Tijdens een van zijn reizen naar Parijs bracht Picasso een deel van zijn schilderijen onder in een bankkluis van de Banque National de Crédit Industriel. Eind augustus 1940 keerde Picasso naar Parijs terug.