Picasso in Nederland

Pablo Picasso was één keer een korte periode aan het schilderen in Nederland. In de zomer van 1905 verbleef hij in het Noord-Hollandse Schoorl. Dit was een gevolg van zijn contacten met Nederlanders in Parijs. Vanaf het voorjaar 1904 woonde en werkte Picasso in het ateliergebouw Le Bateau-Lavoir op het adres Rue de Ravignan 13 in de wijk Montmartre. In het gebouw was een groot aantal ateliers ondergebracht. Door bemiddeling van Picasso kreeg het Nederlandse kunstenaarsechtpaar Otto en Adya van Rees in de winter van 1904-1905 een atelier in Le Bateau-Lavoir. In 1905 betrokken Kees van Dongen, zijn vrouw Guus en dochter Dolly een atelier in Le Bateau-Lavoir naast Picasso en zijn vriendin Fernande Olivier.

Via de families van Rees en van Dongen ontmoette Picasso de journalist en conferencier Tom Schilperoort (1882-1930). Deze in Delfshaven, sinds 1886 een deel van Rotterdam, geboren Nederlander, ging in september 1903 naar Amsterdam. Op 15 maart 1904 werd hij journalist en Schilperoort vertrok in het najaar van 1904 naar Parijs om als correspondent van de NRC en De Telegraaf verslag te doen van het culturele leven in Parijs. Volgens een artikel in Het Parool van 15 februari 2011 in verband met de opening van de tentoonstelling Picasso in Parijs was Schilperoort bekend door een interview met de Nederlandse Margaretha Geertruida (Griet) Zelle (1876-1917), die onder de naam Mata Hari als exotische danseres in Parijs werkte.

Hollandaise à la coiffe; afm.: 771 x 658 mm

Schilperoort woonde denkelijk in de Rue de Girardou en ontmoette de kunstenaars in het befaamde café-restaurant Lapin Agile. Schilperoort, die een erfenis van 1000 francs had gekregen, nodigde in het voorjaar van 1905 Picasso uit om samen naar Schoorl te gaan waar Schilperoort een huisje had gehuurd. Met 20 francs geleend van zijn vriend Max Jacob gingen zij samen in juni 1905 met de trein naar Alkmaar. Van Almaar gingen zij denkelijk vanaf de Bierkade met de beurtschipper naar Schoorl. Enige dagen bracht Picasso door bij Schilperoort en zijn vriendin Nelly in een klein huisje aan de Duinweg. Daarna woonde Picasso tot begin juli 1905 in het pension van Dieuwertje de Geus in Schoorldam. Picasso schilderde daar o.a. het nevenstaande schilderij Hollandaise à la coiffe dat ook onder de titel La belle Hollandaise bekend werd en het bij de volgende alinea staande Les trois Hollandaises. De Nederlandse titels zijn resp. Hollands meisje en Drie Hollandse meisjes. De kleine Picasso raakte onder de indruk van de robuuste, rijzige Hollandse vrouwen.

stolpboerderij, 2011 Drie Hollandse meisjes, 1905, afm. 77 x 67 cm

Het nevenstaande schilderij 'Les trois Hollandaises' met op de achtergrond een typische Noord-Hollandse stolpboerderij werd door Clovis Sagot van Picasso gekocht. Sagot verkocht het schilderij denkelijk aan Louis Libaude, die het schilderij in 1911 verkocht aan La Peau de l'Ours, de eerste beleggingsclub in moderne kunst. Libaude (1869-1922) was veilingmeester geweest gespecialiseerd in paarden , handelde in schilderijen en schreef onder de naam Louis Lormel. In 1914 werd het schilderij voor 5.720 francs (inclusief 10% veilingkosten) verkocht aan Emile Level, een broer van André Level, die werkte bij de Banque National de Crédit. Het schilderij werd daarna door André Lefèvre gekocht en via het Musée National d'Art Moderne kwam het werk in het Musée Picasso te Parijs terecht. Het nevenstaande schilderij Les Trois Hollandaises was van 18 februari t/m 29 mei 2011 te zien in het Van Gogh Museum te Amsterdam tijdens de tentoonstelling Picasso in Parijs, 1900-1907. De tentoonstelling is van 1 juli t/m 16 oktober 2011 nog te zien in het Museu Picasso te Barcelona.

6 mei 1959 tekst

Het schilderij La Belle Hollandaise werd volgens de website van de Queensland Art Gallery door Picasso geschonken aan zijn vriend, de Spaanse beeldhouwer Paco Durio (1868-1940). Durio zou Picasso geld hebben geleend voor de reis naar Nederland. In de linker bovenhoek van het schilderij staat A mi querido amigo Paco Durio Picasso (= Voor mijn geliefde vriend Paco Durio Picasso). Het schilderij kwam uiteindelijk terecht in Australië. Via een veiling bij Sotheby's in Londen op 6 mei 1959 kwam het schilderij voor bijna 600.000 gulden met financiële hulp van de kunstverzamelaar Harold de Vahl Rubin in The Queensland Art Gallery te Brisbane. Op 6 juni 1967 werd het werk gestolen door Ronald Richard Ferguson, die het vijf dagen later afleverde bij Julie Eleanor Rubin, de weduwe van Harold de Vahl Rubin. De weduwe ging niet in op het verzoek om het schilderij een maand te bewaren en lichtte de politie in.

Na zijn verblijf in Schoorl zorgde Picasso in december 1905 ook voor een ruimte in Le Bateau-Lavoir voor Kees van Dongen en zijn vrouw Augusta Preitinger, die hij in 1901 in Montmartre had leren kennen.

Zie voor verder informatie:
Kees Komen: Picasso in Holland Parijs - Schoorldam 1905, 1995. ISBN: 90-5429-039-0

Laatste wijziging: 281111