Picasso's ateliers buiten Parijs.

Picasso werkte 's winters hoofdzakelijk in Parijs en in de zomermaanden op het platteland. Pas vanaf 1930 had Picasso naast zijn Parijse atelier ook buiten Parijs een atelier. Zie voor Picasso's zomerateliers de webpagina: Picasso's zomerateliers.

Boisgeloup

Op 10 juni 1930 kocht Picasso van Léon Renard het Château de Boisgeloup, een versterkte woning uit de zeventiende eeuw midden in het dorp, ongeveer 60 km ten noorden van Parijs. (Boisgeloup ligt vlak bij Gisors, een plaats op de lijn Parijs-Rouen.) Denkelijk had Kahnweilers zwager Elie Lascaux Picasso op dit huis gewezen. Hier leefde Picasso met Marie-Thérèse Walter. Picasso hield zich hier naast schilderen ook bezig met ruimtelijke werken. Marie-Thérèse was hierbij vaak het onderwerp. In eerste instantie was het bedoeld als weekend huis in de zomermaanden.

1933

Kahnweiler bracht vaak een bezoek aan Picasso. Op nevenstaande foto, denkelijk uit 1933, zien we vlnr: Picasso, Kahnweilers zwager Elie Lascaux, ?Kahnweilers schoonzus Berthe, ?Kahnweilers vrouw Lucie, ?Kahnweilers stiefdochter Louise, Kahnweiler en Kahnweilers schoonzoon Michel Leiris.

Samen met Paul en Nusch Éluard en de kunstcriticus Roland Penrose bracht Dora Maar in de zomer van 1936 een bezoek aan Picasso en fotografeerde zij het gezelschap.
Tot de officiële scheiding van tafel en bed van Olga in 1936 verbleef Picasso in Boisgeloup. Daarna was het huis eigendom van Olga, maar zij woonde er niet. Na de dood van Olga op 11 februari 1954 erfde Picasso en hun zoon Paulo het huis. Na de dood van Picasso op 8 april 1973 werd lange tijd om de erfenis gestreden door de erfgenamen. Tijdens de erfenisstrijd overleed Paulo op 6 juni 1975. Uiteindelijk erfde Paulo's zoon Bernard het huis.

Le Tremblay-sur-Mauldre

Le Tremblay-sur-Mauldre, 1936 Vanaf 20 december 1937 huurde Picasso van Ambroise Vollard een woning en atelier in Le Tremblay-sur-Mauldre voor Marie-Thérèse Walter en zijn dochter Maya. De plaats ligt hemelsbreed ongeveer 34 kilometer van de Eiffeltoren vlak bij de N12 zuidwestelijk van Parijs. Vollard had het huis in 1926 gekocht en bezat al sinds 1914 een ander buitenhuis in Vaudoué, vlak bij Fontainebleau, genaamd Bois-Rond. Na Vollards dood in 1939 erfde zijn broer Lucien het huis.

Ménerbes

Ménerbes, 1954 Volgens de schrijfster Alicia Dujovne Ortiz, die een biografie over Dora Maar schreef, kreeg Picasso het huis in ruil voor een schilderij. In juli 1945 maakten Marie Cuttoli, Picasso en Dora Maar vanuit Cap d'Antibes een autotocht naar Ménerbes om het huis te bekijken. Dora Maar kreeg van Picasso het huis, maar de relatie was na de vakantie spoedig voorbij. In 1946 brachten Picasso en zijn nieuwe geliefde Françoise Gilot er de zomer door.

Golfe-Juan

Antibes In 1946 vestigde Picasso zich met Françoise Gilot in Golfe-Juan. Via de conservator, Dor de la Souchère, van het museum, dat vanaf 1928 gevestigd was in het kasteel Grimaldi, kreeg Picasso voor een aantal maanden op de bovenste verdieping een atelier. In 1966 was de officiële opening van het Musée Picasso. Het museum is via de website http://www.antibes-juanlespins.com/fr/culture/musees/picasso/ te benaderen.

Klik op een plaats om op de kaart in te zoomen:
Alle plaatsen weergeven

Vallauris

La galloise, Vallauris In de lente van 1948 betrokken Picasso, Françoise Gilot en hun zoon Claude een nieuwe woning genaamd Villa Galloise in Vallauris. Het huis stond op naam van Françoise en was gekocht door haar grootmoeder Anne. Picasso's trots was hierdoor gekrenkt en hij kocht in 1949 Le Fournas voor Françoise, waar Picasso een atelier inrichtte. Op 19 april 1949 werd dochter Paloma geboren. In dezelfde plaats ging Picasso werken in de potterie Madoura van Suzanne en Georges Ramié. Zij bleven hier tot het voorjaar van 1954. Na de scheiding verkocht Françoise Le Fournas aan Picasso voor hetzelfde bedrag, dat hij had betaald. Hij betaalde dus twee keer. Bij de verdeling van de erfenis van Picasso verkreeg Maya, de dochter van Marie-Thérèse Walter en Picasso, het huis. Zij renoveerde het huis.
In maart 2006 stond Villa Galloise bij een makelaar voor 1,2 miljoen euro te koop.

In Vallauris is nu het Musée national Picasso La Guerre et la Paix gevestigd. Het museum is via de website www.musee-picasso-vallauris.fr te benaderen.

Cannes

Picasso kocht de villa La Californie in Cannes op 6 april 1955 voor 12 miljoen 'oude' Francs en ging daar wonen met Jacqueline Roque. De Amerikaanse fotograaf David Douglas Duncan maakte vele foto's van de villa en publiceerde enkele fotoboeken, o.a. Picasso's Picassos. The Treasures of La Californie (1962). Picasso's kleindochter Marina erfde de villa. Zij probeerde het landgoed te verkopen, maar toen dit niet lukte renoveerde zij de villa. Vanaf 1980 werd het haar woning.

Vauvenargues

Vauvenargues Volgens John Richardson wezen hij en Douglas Cooper Picasso erop dat het Château de Vauvenargues te koop stond. Ondanks dat Kahnweiler Picasso wees op de sombere omgeving kocht Picasso het. Nadat er centrale verwarming was aangebracht, woonde Picasso samen met Jacqueline Roque vanaf januari 1959 in Château de Vauvenargues. Het château lag op de flanken van de Mont Sainte Victoire, de berg die vaak geschilderd werd door Cézanne, ongeveer 14 km ten noord-oosten van Aix en Provence aan de D10. Het kasteel was van 1958 tot 1973 in het bezit van Picasso, maar in 1961 verhuisden Picasso en Jacqueline. Na Picasso's dood in 1973 erfde zijn weduwe Jacqueline het huis. Na de dood van Jacqueline erfde Jacquelines dochter Catherine Hutin het huis.

Picasso werd op 16 april 1973 in de tuin begraven. Ook Jacqueline, die zichzelf doodde op 15 oktober 1986, werd op het landgoed begraven.

Van 30 juni t/m 2 oktober 2010 was het voor het eerst mogelijk het Château de Vauvenargues te bezichtigen. Reserveren van een rondleiding, die ongeveer één uur duurde, op woensdag t/m zondag om 10, 11, 14, 15, 16 en 17 uur kon via www.chateau-vauvenargues.com.

Mougins

Notre-Dame-de-Vie Nadat Picasso in 1936 t/m 1938 met Dora Maar de zomers in Mougins hadden doorgebracht keerde Picasso in 1961 terug naar Mougins, daar het Château de Vauvenargues niet beviel. In Mougins kocht hij via de makelaar Lionel Prejger in november 1960 de woning Mas Notre-Dame-de-Vie. Het zou zijn laatste atelier worden, want Picasso stierf hier op 8 april 1973.

Picasso's weduwe Jacqueline erfde het huis na een jarenlange strijd om de erfenis. Op 15 oktober 1986 stierf Jacqueline doordat zich in haar huis door het hoofd schoot. Haar dochter Catherine Hutin, getrouwd met Blay, erfde het huis. In 1996 stond het huis met een oppervlakte van 800 m2 te koop voor 26 miljoen francs, ongeveer 4 miljoen euro's. Bij het huis hoorde 2 hectaren grond. Om de successierechten te betalen leverde Catherine ongeveer 400 werken van Picasso, die in het bezit waren van haar moeder, aan de Franse Staat. Ze werden van oktober 1990 t/m 14 januari 1991 tentoongesteld in het Grand Palais te Parijs. Onder deze overgedragen erfenis was ook het werk Guitar, een gouache met papier collé en houtskool van Georges Braque.

Eind 2001 kocht de Britse kunstenaar Andrew Vicari (1938- ) voor ongeveer £ 3 miljoen het landgoed.


Laatste wijziging: 040811