Pablo Picasso (1881-1973)

Picasso

Ps. voor Pablo Diego Francisco José de Paulo Juan Nepomuceno Maria de los Remedios Crispin Cipriano Santísima Trinidad Ruiz y Picasso

Picasso kwam op 25 oktober 1881 te Malaga ter wereld, als zoon van de tekenleraar José Ruiz Blasco en zijn zeventienjaar jongere echtgenote Maria Picasso López. Zijn meesterschap in de teken- en schilderkunst bleek al zeer spoedig. In oktober 1891 verhuisde het gezin naar La Coruna waar zijn vader tekenleraar werd aan het nieuwe Da Guarda Instituut. In september 1892 begon Picasso op de school waar zijn vader lesgaf in de ornamenttekenklas. Hij volgde, nadat het gezin in 1895 naar Barcelona verhuisd was, de kunstacademie Llotja te Barcelona en vanaf de herfst 1897 de School van de Koninklijke Academie van San Fernando te Madrid, die hij amper bezocht. In het voorjaar van 1898 kreeg Picasso roodvonk en na veertig dagen quarantaine vertrok hij uit Madrid.

Vrouw in hemd, 1905 Uitnodiging, 1901

In oktober 1900 bracht Picasso samen met zijn vriend Carlos Casagemas (1881-1901) een kort bezoek aan Parijs om voor het tijdschrift Catalunya artistica een verslag te schrijven van de wereldtentoonstelling voordat deze op 12 november sloot. Zij verbleven bij de Catalaanse schilder Isidre Nonell i Monturiol in de Rue Gabrielle in de Parijse wijk Montmartre. In december verliet Picasso samen met Casagemas Parijs, maar kwam in juni 1901 terug naar Parijs.

Petrus Manach; 1901

Via Nonell ontmoette Picasso de in Parijs verblijvende uit Barcelona afkomstige beginnende kunsthandelaar Pedro Mañach, die hem een maandelijkse toelage van 150 Francs bood voor het verkrijgen van Picasso's werken en een expositie toezegde. In 1901 schilderde Picasso het nevenstaande portret van Mañach. Via Mañach kon Picasso van 25 juni t/m 14 juli 1901 een onbekend aantal werken op papier naast 64 schilderijen tentoonstellen in de galerie van Ambroise Vollard. Gustave Coquiot schreef hierover het artikel La vie artistique: Pablo Ruiz Picasso, dat gepubliceerd werd in Le Journal van 17 juni 1901. Pere Coll schreef over deze tentoonstelling het artikel L'Exposició d'en Picasso, dat verscheen in de in Barcelona uitgegeven krant La Veu de Catalunya van 10 juli 1900. In januari 1902 keerde Picasso na de zelfmoord van zijn vriend Casagemas terug naar Barcelona en zorgde Mañach ervoor, dat Picasso van 1 t/m 15 april 1902 een tentoonstelling had bij Berthe Weill In Parijs. In oktober 1902 reisde Picasso weer naar Parijs en bestudeerde hij het impressionisme. Pas na de winter keerde hij terug naar Barcelona.

In 1904 vestigde Picasso zich voor een groot aantal jaren voorgoed in Parijs. Hij woonde eerst kort in Hôtel du Maroc in de Rue de Seine, daarna enige tijd bij Max Jacob op Boulevard Voltaire 137. In de lente kon hij het atelier overnemen van de beeldhouwer Paco Durio in een ateliergebouw op Rue de Ravignan 13 (thans Place Goudeau). Later zou dit atelier bekend worden als Le Bateau-Lavoir. Picasso raakte bevriend met o.a. Guillaume Apollinaire. In 1905 bracht Picasso een kort bezoek aan Nederland. Zijn financiële situatie werd door de verkoop van dertig schilderijen aan Vollard op 4 februari 1906 sterk verbeterd.

In 1906 ontmoette Picasso via Gertrude Stein de schilder Henri Matisse en André Derain. Zij waren belangrijke vertegenwoordigers van het fauvisme. In 1907 vond de ontmoeting plaats met Georges Braque. Picasso kwam zowel onder de invloed van Cézanne als van de Afrikaanse en Oceanische plastieken. Deze zag hij in de herfst van 1907 in de etnografische afdeling van het Palais du Trocadéro.

Dat hij door de daar aanwezige plastieken werd beïnvloed bleek uit het schilderij Les Demoisselles d'Avignon. Door de financiële steun van de Gertrude en Leo Stein, die vele werken van Picasso kochten, was Picasso in staat een tweede atelier in het ateliergebouw La Bateau-Lavoir te huren.

Na enige tijd ging Picasso samen met Braque zich verder verdiepen in de vorm. De werken die tijdens deze samenwerking, die in 1909 begon, werden gemaakt, waren in de eerste jaren zo gelijkend, dat het moeilijk was onderscheid te maken tussen hun werken.

Zie voor de kubistische periode de webpagina's: , , .

Picasso's overgang van het kubisme naar een andere schildersstroming vond geleidelijk plaats, want naast zijn kubistische werken kwamen de reeds genoemde neoclassicistische 'Pompejaanse' vrouwenfiguren. Dit kwam denkelijk mede door Picasso's reis naar Italiè in 1917 waar hij o.a. de kunst, vooral fresco's, uit het oude Pompeï bestudeerde.

Ook ontwierp Picasso tijdens zijn verblijf met Serge Diaghilew in Rome de decors en kostums voor het ballet Parade van Jean Cocteau, op muziek van Erik Satie. Rechts ziet u het kostuum 'l'acrobate en links de aankleding van de Franse manager uit Parade. Bovendien trouwde Picasso in 1918 met de Russische danseres Olga Kochlova.

Door Cocteau en Picasso's medewerking aan Parade maakte Picasso kennis met de mensen rond Diaghilev en de Ballets Russes, zoals Comte Etienne de Beaumont en Eugénia Errazuriz.

Behalve aan Parade, in première op 18 mei 1917 in het Théâtre du Châtelet te Parijs, werkte Picasso tussen 1916 en 1924 mee aan nog 7 ballet- en toneelproducties, o.a. de balletten Le Tricorne (1919), Pulcinella (1920), Cuadro Flamenco (1921), L'Après-midi d'une faune (1922), Le Train blue (1924), Mercure (1922) en Antigone (1922).

Tussen 1916 en 1924 werden kubistische werken afgewisseld met andere werken, zoals hieronder te zien is. Na 1924 waren uitsluitend nog de sporen van het kubisme terug te vinden in zijn werken.

kunstwerktiteljaarnu te zien in
afm.: 130 x 88,8 cmPortret van Olga in een stoel1917Musée Picasso, Parijs
afm.: 116 x 89 cmVrouw in Spaanse klederdracht
(La Salchichona)
1917Musée Picasso, Barcelona
afm.: 31,1 x 48,9 cmSlapende boeren1919The Museum of Modern Art, New York
afm.: 203,9 x 174 cmDrie vrouwen bij de bron1921The Museum of Modern Art, New York
afm.: 100 x 81 cmHarlekijn met spiegel1923Fondazione Thyssen-Bornemisza, Lugano-Castagnola

Van 20 maart t/m 22 april 1923 organiseerde Paul Rosenberg de tentoonstelling Original Drawings by Pablo Picasso van Picasso's tekeningen in The Arts Club te Chicago. Van 28 maart t/m 17 april 1924 had Picasso de expositie Oeuvres nouvelles de Picasso in de Galerie Paul Rosenberg in de Rue la Boétie te Parijs.

Vanaf 1946 leefde Picasso hoofdzakelijk in Zuid Frankrijk. Op 8 april 1973 overleed Picasso in Mougins, een dorp vlak bij Cannes. Christian Zervos, een jonge Griekse emigrant die Cahiers d'Art had opgericht, heeft heel zijn leven gewijd aan het catalogiseren van Picasso's werk.

Zie ook de webpagina's: Picasso in Nederland
Parijse ateliers van Pablo Picasso
Zomerateliers van Pablo Picasso
Picasso's ateliers buiten Parijs
De vrouwen van Picasso
Erfenis Picasso
Tik op een nevenstaande knop voor werken van Picasso. tot 1910 1910-1911 1912-1918 vanaf 1919
Laatste wijziging: 310113